oniscus asellus

Kijk onder stenen, bladeren of onder een bloempot in de tuin, en je vindt ze volop, pissebedden. Landpissebedden. Beestjes die snel terug in hun schuilplaats willen. Om minder op te vallen, kan de pissebed bij verstoring ook alle ledematen intrekken.
De plek waar ze leven, maakt niet veel uit. Zolang het er maar vochtig is, met genoeg plek om te schuilen en er plantaardig voedsel aanwezig is, zoals rottend hout en blad. Nuttige diertjes die onopvallend goed werk verrichten.
Zoals veel mensen denken, zijn pissebedden geen insecten, maar koudbloedige schaaldieren! Oorspronkelijk zijn het zeedieren. De kieuwen die voor de ademhaling zorgen, zitten aan de achter en onderzijde van het dier in de vorm van ‘poten’, de pleopoden. Dat zijn een soort primitieve longen voorzien van wijdvertakte fijne buisjes. Ze moeten altijd vochtig blijven. Want de pissebed heeft dan wel veel vijanden zoals verschillende insecten, amfibieën, vogels en spinnen, de grootste vijand is droogte. In een droge omgeving kunnen ze niet overleven.
Pissebedden transpireren voortdurend door een ammoniak-en waterdoorlatend pantser. Ze hoeven dan ook nooit te plassen, de urine verdampt door het exoskelet. Mooi systeem om zo min mogelijk vocht te verliezen.
Ook vind je deze diertjes meestal met meerdere pissebedden samen. Zo tegen elkaar aan, verdampt er minder water. Om elkaar te vinden, kunnen ze waarschijnlijk ook de geur van soortgenoten waarnemen. Met hun ogen kunnen ze niet al te best zien. Als een pissebed is uitgedroogd, drinkt hij water door de twee staart-achtige aanhangels, uropoden, aan de achterzijde. Die laat hij in het water zakken. Bij een teveel aan water drukt hij deze uit op een droge bodem.

Oniscus asellus - kelder-muur pissebed - common woodlouse - Mauerassel - Aselle des murs - Murgråsugga

Oniscus asellus – kelder-muur pissebed – common woodlouse – Mauerassel – Aselle des murs – Murgråsugga

Pissebedden vervellen regelmatig, in twee stappen. Als eerste laat het achterste deel van het pantser los en pas na enkele dagen het voorste gedeelte. Na vervelling heeft een pissebed een te zacht pantser en is kwetsbaarder. Als het voorste deel loslaat, is het achterste deel al hard. En is er altijd een hard beschermingsgedeelte over. De kans op uitdroging is ook kleiner omdat er meer water uit een geheel zacht pantser wordt verdampt.
In het voorjaar, na de paring, vervelt het vrouwtje en wordt een broedzak gevormd. Te zien als een gelige bobbel. Daarin worden de eitjes afgezet. Het vrouwtje draagt een paar weken de broedzak met eitjes in een holte aan de buikzijde tussen de poten mee. Als de nimfen worden geboren, blijven ze nog enige dagen in de beschermende buidel. De nimfen worden geboren met zes borstsegmenten en slechts zes paar poten. Na de eerste vervelling krijgen ze het zevende borstsegment en na de tweede vervelling het zevende paar poten en lijken ze op hun ouders. Om niet opgegeten te worden en niet uit te drogen, in dit stadium zijn ze heel kwetsbaar, verstoppen ze zich zoveel mogelijk.
In Nederland komen 36 soorten landpissebedden voor. Deze pissebed mocht snel terug onder de donkerte van de steen.

 

De informatie die ik voornamelijk op Wikipedia heb gevonden, heb ik zoveel mogelijk in eigen woorden proberen weer te geven.

 

Advertenties

7 thoughts on “oniscus asellus

  1. Heb nooit nagedacht over de ins en outs van een pissebed maar toch wel leuk om het een keer te lezen. Ook heb ik nooit de nijging gehad om dit beestje op de foto te zetten maar nu ik jouw foto zie moet ik toch toegeven dat het toch een fotogeniek beestje is.

    • Leuk, Ellen. Fijn dat je het ook allemaal hebt gelezen.
      Eigenlijk is alles wel de moeite waard om voor het goede voetlicht te brengen. Juist omdat je er normaal gesproken niet aan denkt, kan het heel verrassend zijn.

  2. Grappig dat je tussen het juffertjes en vlindergeweld dergelijk ondergewaardeerd insect in het spotlicht hebt gezet. In jou vergroting oogt ie als een creatuur uit het prehistorisch tijdperk. Heel mooi

    • Dat dacht ik ook altijd, een insect. Het is geen insect, maar een kreeftachtige, oorspronkelijk een zeedier dat zich heeft aangepast aan vaste grond. En is ook nog prehistorisch ;-) Nauwelijks veranderd. Behalve dat hij het land heeft opgezocht.
      Nu ik dit allemaal weet, vind ik het nog leuker dat hij onder zijn steen uit is gekropen :-)

  3. Lievelingsdieren

    Tussen de stenen hollen de platte,
    brede pissebedden omlaag naar het donker. Vergeten
    toen het nog koud was te kijken: hoe overwintert
    een dier dat zo lijkt op herinnering,
    zo afvalkleurig, met zijn hoofd naar binnen
    en doodstil bij de minste aanraking.

    Ik weet een kind dat van ze houdt, het streelt
    hun dadelijk verstijvende stofjassen,
    draagt ze tussen twee handen de kamer door.
    O! zachte pootjes hebben ze, mag ik ze niet
    houden in een kistje met onderaan glas?
    Daar kijk ik de hele tijd naar, daar zing ik dan voor.

    Eva Gerlach
    Uit: De kracht van verlamming,
    De Arbeiderspers, Amsterdam 1988

  4. Wat een bijzonder diertje is het toch, ik kijk er gefascineerd naar. Nu nog meer met jouw tekst erbij. En het gedicht van Eva Gerlach… ontroerend mooi. Dank!

Reacties zijn gesloten.