Rondje wantsen in en om de tuin

Let op, dit is een lang blog. Alleen voor wie zich de tijd wil nemen… Alle foto’s zijn aan te klikken voor een groter formaat.

Vuurwants

Deze wants is voornamelijk een planteneter die soms dode of levende insecten eet die hij uitzuigt. De wants kan niet vliegen en is soms massaal aan te treffen bij lindebomen en andere planten die gegeten worden.

De kleine pad heeft de droge hitte niet overleefd en wespen en vliegen hebben zich al flink tegoed gedaan. De vuurwants is op onderzoek naar iets dat meer van zijn gading is en vindt dat al spoedig in de vorm van een dode zweefvlieg.
De wetenschappelijke naam van de wants komt uit het Grieks en betekent letterlijk rood insect (Pyrrho-coris) zonder vleugels (a-pterus)



Pyjamaschildwants

Pyjamaschildwants Graphosoma lineatum

Nog zo’n mooie rode wants – speciaal voor Henk :-) – is de Pyjamaschildwants. De tekening van deze schildwants is kenmerkend en bestaat uit een knalrode basiskleur met brede zwarte lengtestrepen over de gehele bovenzijde van het lichaam. Niet gemakkelijk over het hoofd te zien. Hij leeft van diverse schermbloemigen en houdt van zon. Bij bewolking blijven deze wantsen in hun schuilplaats, zoals scheuren in boombast. Je zult hem niet vaak op de grond aantreffen.


Geblokte glasvleugelwants

De Geblokte glasvleugelwants is algemeen en in een groot deel van Nederland te vinden. Naar het noorden toe ontbrekend of zeer zeldzaam. Op de waddeneilanden alleen van Texel bekend. De belangrijkste waardplant lijkt Robertskruid te zijn.


Lindenspitskop

Lindenspitskop Oxycarenus lavaterae

De bodemwantsen (Lygaeidae) leven vooral op de bodem van zaden (niet alle soorten) en hebben vaak wat sombere kleuren (grijs, zwart, bruintinten). Deze wants is een westmediterrane soort. Ook op het Arabisch schiereiland en in tropisch en zuidelijk Afrika. Nu ten noorden van de Alpen (Hongarije, Zwitserland, Oostenrijk, Zuid-Duitsland, noordelijk van Berlijn, maar ook in Parijs). Vermoedelijk door versleping met plantmateriaal van linde, in combinatie met warmer wordende omstandigheden, is deze wants in hier uiteindelijk terechtgekomen. In 2016 een waarneming in Limburg. In België zijn er meerdere waarnemingen in de omgeving van Kortrijk.*

Lindenspitskop – Oxycarenus lavaterae

* Dit betekent dat ik beter moet opletten: deze zeer zeldzame wants heb ik 1 oktober 2017 in de tuin aangetroffen, maar omdat ik nog moest uitzoeken welke soort, is hij in de vergetelheid van het archiefmateriaal terechtgekomen. De lindenspitskop. Ik hoop dat ik hem nog een keer zie.


Gewone rookwants & Bonte zandrookwants

Voorkomen: In Nederland is de gewone rookwants in 1987 voor het eerst waargenomen en heeft zich daarna snel uitgebreid. Hij is nu algemeen in de zuidoostelijke helft van Nederland. Europa, Noord-Afrika. Naar het oosten tot in Klein-Azië en rond de Kaspische Zee, Oost-Azië. Versleept naar Noord-Amerika.
Ontwikkeling: Een nieuwe generatie volwassen wantsen verschijnt vanaf juli. Eén generatie in een jaar.
Biotoop: Open halfschaduwrijke plekken zoals aan de rand van loofbossen, maar ook in bouwland.
Overwintering: De volwassen wantsen overwinteren. Ze overwinteren ook in huizen.
Voedsel: Polyfaag. Leeft van zaden van vele plantensoorten, zoals aardbei, brandnetel, alsem, iep, populier.

Voorkomen: In Nederland is de bonte zandrookwants zeer algemeen, behalve in het noorden. Komt voor in Europa en Noord-Afrika en van het oosten tot Klein-Azië en de Kaukasus.
Ontwikkeling: Een nieuwe generatie volwassen wantsen verschijnt vanaf augustus. Er is één generatie in een jaar.
Biotoop: Open, warme leefgebieden met een zandbodem of een rotsachtige bodem.
Overwintering: De volwassen wantsen overwinteren.
Voedsel: Polyfaag.
Zuigt aan liggende zaden van allerlei planten, waarschijnlijk geen voorkeur voor een plantensoort. In zijn leefgebied groeien struikhei, brem en wilde averuit.















Zuringrandwants – Grauwe schildwants – Groene stinkwants

Deze drie schildwantsen tref ik ook regelmatig aan:

  • De zuringrandwants
  • is een forse tabaksbruine randwants van 11­-15 mm. Overwintert als adult en heeft één generatie per jaar. Adulten kunnen het hele jaar gevonden worden, maar er is sprake van een duidelijke voorjaarspiek van april tot juni (overwinteraars) en een najaarspiek van de nieuwe generatie in augustus en september.

  • De grauwe schildwants
  • is ook al zo’n forse wants van 13,5 tot 16 mm. Hij was tot begin deze eeuw alleen bekend van vermoedelijk geïmporteerde dieren. De soort heeft zich echter sindsdien in Nederland gevestigd en is nu algemeen in Limburg, Noord­-Brabant, oostelijk Gelderland en Overijssel. Buiten dit gebied zijn verspreide waarnemingen bekend en waarschijnlijk zal de soort zich verder uitbreiden richting het noorden en het westen. Overwintert als adult en is al vroeg in het jaar actief met een duidelijke piek in maart en april. Dieren van de nieuwe generatie vertonen een piek in de waarnemingen in de periode van augustus tot in oktober.

  • Groene schildwants
  • Deze twee zaten gezellig bij elkaar. Wie weet wat daar nog van komt. Er moeten er heel veel in de tuin zitten, de nimfen die ik overal zag en waar ik een blog over heb gemaakt, zullen nu volwassen zijn. Deze wants overwintert als adult en wordt door het hele jaar gevonden, maar de meeste waarnemingen komen uit de periode maart tot november met een piek in de maanden juli, augustus en september.



    Zwervende bochelwants

    Is dat nou geen leuke naam voor deze blindwants?

    Zwervende bochelwants Dicyphus errans

    Deze blindwantsen zijn algemeen in Nederland. Ze leven van allerlei kruidenrijke biotopen, doorgaans van behaarde planten en hebben prooien als bladluizen, spintmijten en tripsen. Ik zie ze het meest op de goudsbloemen en de ooievaarsbek.
    Volwassen wantsen zijn waargenomen van eind april tot midden november. Waarschijnlijk twee generaties in een jaar. De volwassen wants overwintert.




    Harig-wilgenroosjebochelwants

    Harig-wilgenroosjebochelwants Dicyphus epilobii

    Ook een blindwants die met de zwervende bochelwants op de vorige foto’s verward kan worden. Komt algemeen voor in Nederland op een natte, voedselrijke bodem (oevers, moerassige plekken). Volwassen wantsen zijn waargenomen van mei tot midden oktober. Twee generaties per jaar, overwintert als ei. Voedsel is zoöfytofaag: Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum).



    Streepdijblindwants

    Hij valt niet zo op, deze donkere blindwants, maar is een vaste bezoeker van de tuin. Een langwerpige of ovale wants. De dijen zijn met zwarte stippen. De stekels op de schenen staan in zwarte stippen. Die stippen zijn groot in de buurt van de dij en worden naar de tarsus (‘voet’) toe kleiner.



    Bosandoornblindwants

    De wantsen uit dit genus hebben een zwarte streep/vlek achter de ogen. Dit is een lichtgroene wants, fijn witachtig behaard. Van de groene voorvleugels heeft de clavus (onderdeel van de voorvleugel, langs het schildje) een zwarte stip op de punt. Hij heeft lichte, groenachtige poten. In Nederland is deze wants gewoon, maar niet overal bekend. Hij komt voor op beschaduwde plaatsen op bosandoorn, maar ook op andere behaarde planten als beklierde kogeldistel, distel, longkruid, vederdistel en tuinplanten als rotsooievaarsbek, kattenkruid en kleverige salie. Hier zitten ze op Goudsbloem.
    De volwassen wantsen worden waargenomen van half april tot in oktober. Minstens twee generaties per jaar. De overwintering is als ei of als nimf.


    Slanke diksprietblindwants

    Het komt niet zo vaak voor dat ik de adult van deze blindwants én de nimf op een blad zie en ook nog zo dicht bij elkaar waardoor ik ze redelijk scherp kon fotograferen.

    Slanke diksprietblindwants Heterotoma planicornis

    Je vindt ze op struiken en kruiden, vooral heggen en houtwallen, zoals braam, brem, grote brandnetel, liguster en houtige rosaceae. Incidenteel op loofbomen. Ze zuigen aan vruchten en knoppen en insecten als bladluizen, bladvlooien, eieren van rupsen en bladhaantjes en rupsen van spinselmotten. Hier zaten ze op blad van de tuinkorenbloem.
    De volwassen wantsen worden waargenomen van begin juni tot in oktober. Ze overwinteren als ei, er is één generatie per jaar.



    Weideschaduwwants en brandnetelblindwants

    Ook deze twee wantsen vind ik met enige regelmaat in de tuin terug.

    Voorkomen: Algemeen in Nederland. Palearctisch: Europa, Azië, Noord-Afrika, India
    Biotoop: Bosranden, kaalslagen, akkers, wegbermen en ruderale plekken.
    Ontwikkeling: Een of twee generaties in een jaar. Eerste generatie volwassen wantsen vanaf juni, tweede generatie volwassen wantsen vanaf september.
    Overwintering: Als volwassen wants.
    Voedsel: Polyfaag: Allerlei kruidachtige planten en struiken. Bijvoorbeeld bijvoet, ganzevoet, struikheide.

    Voorkomen: Algemeen in Nederland. Palearctisch: Europa, Azië (Midden-Oosten, Centraal-Azië, de Kaukasus).
    Biotoop: Plekken met brandnetel als bosranden, houtwallen, wegbermen, akkers, ruderale plekken.
    Ontwikkeling: Eén generatie per jaar. De nieuwe generatie volwassen wantsen vanaf juli. (In kassen meerdere generaties)
    Overwintering: Als volwassen wants.
    Voedsel: Fytofaag: Grote brandnetel, kleine brandnetel. In kassen kunnen ze schadelijk zijn voor o.a. paprika.












    De nimfen van de lygus soorten, zoals de weideschaduwwants en de brandnetelblindwants hierboven, zijn heel moeilijk van elkaar te onderscheiden. Mijn vermoeden is dat dit een nimf van de brandnetelblindwants is, maar is dus slechts een vermoeden.

    Lygus sp.



    Grote bonte graswants

    Grote bonte graswants Leptopterna dolabrata

    Ze leven in min of meer vochtige biotopen met hoge grassen. De Stenodemini blindwantsen zijn vooral langgerekt, waardoor ze in het gras niet opvallen. Er is een generatie per jaar, te zien vanaf mei tot augustus. Hij overwintert als ei in de lagere delen van de grasstengels.



    Rode halsbandwants

    Rode halsbandwants Deraeocoris ruber

    Tot slot de rode halsbandwants die ik meerdere malen heb mogen fotograferen. Hij staat ook elders op dit blog. Voor alle wantsen samen kun je in de tagwolk op ‘wantsen’ klikken. Er zitten een paar mooie tussen, onder andere met dauw. Er is nog een hele wereld aan wantsen te fotograferen. Intrigerende beestjes die ik uiteraard niet allemaal voor de camera heb mogen krijgen. Dat wordt zoeken en genieten.
    De rode halsbandwants komt algemeen in Nederland voor. Niet op de waddeneilanden. Je vindt hem in bermen en ruigtes met kruiden, onder andere op boerenbormkruid en grote brandnetel, maar ook wel in struiken en bomen. Er is een generatie per jaar van juni tot oktober en hij overwintert als ei. Deze blindwants houdt van bladluizen.



    Ik hoop dat ik alle namen goed heb. De informatie komt van waarneming.nl, waar een schatkist aan beeldmateriaal en informatie staat.

    ☘️

    _

    Struiksprinkhaan, groot en klein (in 9 foto’s)

    Ik wist even niet wat ik zag in de hortensia Annabelle. Een mannetje van de struiksprinkhaan ging met zijn groene kleur goed op in de verkleurde bloemen. Alleen zijn rugtekening was zichtbaar en dat zag er heel vreemd uit van bovenaf. Prima plekje om te schuilen.

    Dit vrouwtje zonde op de zonnebloem. Beter kan ze niet gaan zitten, toch? Bijna niet gezien.

    Het kroost valt iets meer op, hoewel dat ook nog wel meevalt als ze erg piepjong zijn…  Klik om te vergroten…

    Nog niet helemaal volwassen, deze jonge struiksprinkhaan, maar mooi versierd in druppels. Dat moet zeker opvallen…

    * De struiksprinkhaan komt uit de familie sabelsprinkhanen (Tettigoniidae). Mannetjes bereiken een lengte van 10 tot 13 millimeter, de vrouwtjes zijn 13 tot 18 mm lang. Het lichaam is bolvormig en gedrongen, de lichaamskleur is groen met tot geelgroen, de knieën zijn meer geel-achtig met over het gehele lichaam vele kleine donkere spikkeltjes. Het halsschild heeft aan weerszijden een witte streep. De legbuis van de vrouwtjes is kort en naar boven gekromd. De vleugels zijn zeer klein en zijn bij het mannetje ongeveer zo lang als het halsschild, bij het vrouwtje ongeveer de helft. Het achterlijf van het mannetje is te herkennen aan twee relatief ver van elkaar gelegen cerci (gepaarde uitsteeksels) die licht naar elkaar gekromd zijn. De sprinkhaan is te vinden in lagere begroeiing, de nimfen leven dichter bij de bodem op bloemen. De volwassen struiksprinkhaan is actief gedurende de maanden juli tot oktober en laat zich vooral horen tussen zeven uur ’s avonds en drie uur in de nacht. Het geluid is ultrasoon (40 kHz) en bestaat uit zachte tikjes die met het menselijk oor niet te horen zijn. Voor het inventariseren van de sprinkhaan wordt een vleermuisdetector gebruikt. *(Brontekst Wikipedia.)

    ☘️

    _

    Boomklever

    Vanmiddag in een besneeuwde tuin. Een boomklever voor het raam, door het glas gefotografeerd. De laatste foto die ik dit jaar zal plaatsen, vandaar het randje.
    Lieve mensen, ik wil jullie alvast alle goeds toewensen, een fijne decembermaand en een ‘gooj roetsj’ naar de opstart van het nieuwe jaar. Misschien een beetje vroeg, maar ik krijg het even te druk deze maand en in het begin van het nieuwe jaar om te fotograferen en te bloggen.
    Ik zie jullie heel graag in 2018 terug.
    Happy Holidays, Happy New Year. Till 2018 🌟✨


    Dianne

    ☘️

    2017 – Vogel – Tuin – Boomklever – Sitta europaea – Eurasian nuthatch – Sneeuw – Raam – Natuur – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Zoom – Soli

    _

    Groen

     

    Terwijl sneeuw valt in het land, valt hier af en toe regen en is de tuin nog wonderlijk groen. Een slak schuilt onder het dak van het papaverzaad.

    ☘️

    2017 – Macrofotografie – Groen – Regen – Segrijnslakje – Papaver – Natuur – Zaadbol – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Raynox DCR-250 – Soli

    _

    Capsicum

     

    Bloeiende chilipeper. De laatste pepers zijn nu geplukt. Een goed weekend gewenst.

    ☘️

    2017 – Macrofotografie – Bloem – Bloeiende peper – Capsicum frutescens – Natuur – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Raynox DCR-250 – Soli

    _

    Herfstengel

    Een groepje bundelzwammen, Genus Pholiota, groeiend op een schaduwplek op verbrand, oud, paalhout. De eerste paddenstoelen op dit hout en mijn eerste foto van dit jaar van paddenstoelen.
    Ik sla ze meestal over omdat ik er bijster weinig, eigenlijk helemaal niks, van af weet. Maar met zo’n toekijkende putto-engel op de achtergrond moest dit beeld gemaakt.
    Misschien is dit de stoffige bundelzwam, Pholiota conissans, maar ik weet het zeker niet beter, dus corrigeer mij gerust.

    ☘️

    2017 – fotografie – paddenstoelen – bundelzwammen – Putto – schaduw – natuur – verbrand hout – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – herfst – Soli

    _

    Reflectie van een herfst

    ☘️

    2017 – Macrofotografie – Regendruppels – Bieslook – Najaar – Natuur – Reflectie – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Raynox DCR-250 – Kleuren – Soli

    _

    In het oog van de luwte

    Oost-Indische kers

    ‘Hier spreekt het kruipend groen, het frisse blad, terwijl het blaast en ruist van najaar. Er ligt nog geen vorst op de loer die dauwdruppels verstijft, het blad laat kwijnen, ademloos verdwijnen als ik even vergeet te kijken. Alles heeft haast, het vallend zaad dat zich omdraait in de aarde en hoopvol opnieuw ten onder gaat.
    Het moment van stilte bevries ik. Bewaar het in het oog van de luwte.’

    D.’17

    ☘️

    2017 – Macrofotografie – Blad – Druppel – Oost-Indische kers – Natuur – Natuurkunst – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Raynox DCR-250 – Soli

    _

     
     

    Huize Papaver

    Soms is er de behoefte om eens buiten je vier muren te komen, gewoon wat anders. Dat hoeft niet ver te zijn. Kijk maar eens om je heen. Een paar centimeter verderop kun je bijvoorbeeld logeren in een knusse, tijdelijke paalwoning met riant uitzicht. Genoeg om je blik weer te verruimen.


     
     

    De herfst van een leven

     

    ‘In een kille hoek van de herfst kruipt een wesp op een blad. Hij zal niet hoger vliegen, maar vallen met de wind.  Lager, dieper, in het najaarsnat, totdat hij op zijn kant de vleugels verder openslaat.  – Onder een ritselend bladerdak ligt straks de stilte van het einde: een graf voor een wesp.’

    D. ’17


     

    Vespula vulgaris – Gewone wesp – Common wasp – Gemeine Wespe – Guêpe commune – Jordveps – Osa pospolita – Vanlig geting – Vespa comune – Waps

     
     
     

    Op weg

     

    Hechtrank van de Passiflora met segrijnslakje

    Coiled tendril of Passiflora with garden snail

     
     
     

    Springbalsemien, 2 foto’s

    Voor kinderen is het zaad geweldig, van de eenjarige reuzenbalsemien of springbalsemien die behoorlijk hoog kan worden. Mijn kleindochter zag de planten op deze zonnige herfstdagen voor het eerst en was niet meer te houden bij de peervormige zaadvruchten. De rijpe zaaddoosjes rollen zich in 5 delen op en de zaden schieten alle kanten op. Ze ontploffen als het ware als je ze aanraakt, of leuker nog, ze in je handen sluit. Knal!
    Dat springen gaat behoorlijk krachtig met vaak schrik tot gevolg.  Je handen gaan er helemaal zoet van ruiken, lekker hoor.
    De kruidachtige plant wordt ook wel buurmansverdriet genoemd als je hem in de tuin hebt staan, juist omdat het zaad ver weg springt en zich zo gemakkelijk naar andere tuinen verspreidt. In de tuin wordt hij niet zo hoog en is gemakkelijk uit te trekken.
    Springbalsemien, Impatiens glandulifera, is een goede voedselplant voor bijen en hommels, de planten produceren veel nectar in een periode dat er weinig andere drachtplanten bloeien. Hij groeit overal waar het een beetje vochtig is, maar groeit zeer weelderig in de buurt van water en dat is meteen een probleem.
    Want…
    deze vertrouwde plant (een exoot, afkomstig uit de Himalaya en vanuit Noord-India geïntroduceerd in Europa als orchidee-achtige sierplant) is gaan verwilderen als invasieve soort. De snelle groeier, met hoge vertakking, verdringt andere inheemse planten om licht, ruimte en voedsel. Als echter een oever alleen maar is begroeid met springbalsemien, blijft na het afsterven een kale oever over en is de kans op erosie erg groot. En daarom blijkt de springbalsemien nu op de Unielijst te staan, als ongewenst in de hele EU. Op deze zwarte lijst staan soorten die niet uit Europa komen en die de oorspronkelijke flora en fauna verdringen of economische schade veroorzaken.
    Ik begrijp het wel, maar het voelt ook als spijtig. De bijen en hommels hebben het al moeilijk en de bloeiende reuzenbalsemien is prachtig om te zien. Het is nauwelijks voor te stellen dat deze plant uit het natuurbeeld van West-Europa gaat verdwijnen…

    Bron: Wikipedia en Bijenclub

    Dit zijn de bloemen en de zaadvruchten van de springbalsemien

    En dit is zo’n opengesprongen zaadvrucht dat zich in 5 delen oprolt. Een kunstwerk!

     
     

    Rupsen

    Het zijn de wisselvallige herfstmaanden. Terwijl velen op zoek zijn naar de mooiste paddenstoelen en herfsttaferelen, alles bont kleurt en al veel blad valt, staat de Oost-Indische kers er nog fris bij. Zolang het niet vriest, blijft die groeien en bloeien en geeft veel beschutting aan allerlei insecten. En hebben de rupsen ook nog genoeg voedsel tot hun beschikking. Zo vond ik in mijn tuin de rups van het zuringuiltje. Maar ook de rupsen van het klein koolwitje en het groot koolwitje lieten zich zien. Een gunstig weerbericht: nog een paar zonnige dagen in het verschiet…  🦋

    Rups, caterpillar, raupe, chenille, Gąsienica, Fjärilslarv: Acronicta rumicis – Knot Grass – Ampfer-Rindeneule – Noctuelle de la Patience – Щавелевая совка – Syraftonfly

    Pieris rapae – Klein koolwitje – Small white – Kleiner Kohlweißling – piéride de la rave – lille Kålsommerfugl – bielinek rzepnik – blanquina de la col – rovfjäril – rapaiola

    Pieris brassicae – Groot koolwitje – Large white – Großer Kohlweißling – stor Kålsommerfugl – piéride du chou – bielinek kapustnik – kålfjäril – lahana kelebeği – baneag vooar

     
     

    Notiophilus

    Deze week in de tuin gespot: een kleine bronskleurige loopkever, met opvallend grote ogen, uit de familie Carabidae. Er zijn verschillende andere soortgelijke soorten, maar de tweevlekspiegelloopkever of tweevlekkige snelkever (Notiophilus biguttatus) komt het meest voor. Lengte 5-6mm.
    Deze dag-actieve kevers vind je in bos, tuin en park. Ze komen voor op schaduwachtig of iets open gebied dat uit matig droog, zandige of leemachtige grond bestaat, bedekt met dunne vegetatie of bladresten. Ze houden van een humeuze bodem. De volwassen kevers kun je tussen mei en november zien. Op bewolkte dagen zoeken ze dekking tussen of onder dode bladeren, stenen, naaldbomen of stukjes hout. Ze zijn carnivoor. Op hun menu staan vooral springstaartjes, spinnen, vliegen, mijten en bladluizen.
    Bron.
    Klik op een foto om de galerij te openen.


     
     
     

    Op de munt

    In 2 foto’s.

    Een kleine groene vlieg op de bloeiende munt en onder het stuifmeel. De meest voorkomende groene vlieg is de groene vleesvlieg, oftewel een Lucilia soort uit de familie bromvliegen, de Calliphoridae. Deze vlieg was kleiner dan de lucilia die ik het meest zie en meer gedrongen, meer behaard. Hij liet zich niet storen. Heerlijk, met mijn neus in de munt.


     
     

    Tussen blad

    In 5 foto’s.

    Je kent ze vast, de langpootmuggen. Het zijn schokkerige vliegers met drie paar lange poten, die twee keer de lichaamslengte beslaan, een langgerekt lijf, donkere kraalogen en een vooruitstekende snuit die op een steeksnuit lijkt. Met die snuit kunnen langpootmuggen overigens niet bijten of prikken omdat de kaken verkleind is. Ze leven van nectar en stuifmeel, maar bij sommige soorten kunnen de volwassen langpootmuggen helemaal niet meer eten. Alles wat ze nodig hebben, hebben ze als larve al bij elkaar verorberd.
    De larven zijn niet geliefd, ze veroorzaken veel schade aan grassen en gewassen, maar de langpootmug zelf is geheel onschadelijk.
    Dit is het vrouwtje van de Nephrotoma flavipalpis, een tijgerlangpootsoort. Aan haar achterlijf zit de spitse legbuis waarmee ze 1 millimeter lange, zwarte, smalle eitjes zal leggen. Zoals wel eens gedacht wordt, kan ze daar ook niet mee steken.

    Tussen juli en september komt het volwassen exemplaar tevoorschijn. Deze langpootmug is pas uit de pop gekropen.
    De larve, ook wel emelt genoemd, leeft een paar centimeter onder de grond, in uiterst smalle gangetjes. Hij wurmt zich naar boven om te eten. Dag en nacht heeft de larve zich flink tegoed gedaan aan de kraag van het gras, kiemend graan, jong gewas in de moestuin en aan kiemplanten van onkruid. Maar omdat het hier een exemplaar van de tijgerlangpoten betreft, is het voedsel van deze larvesoort verrot hout!
    Voor spreeuwen, sommige meeuwen en roeken zijn de larven een waarachtig voedselfestijn. Ze wroeten even met hun snavel en trekken de larven dan met gemak uit de grond. Vogels en spinnen worden als de meest voorkomende vijand aangemerkt, maar ook mollen, muizen, egels en kikkers lusten ze graag. De blinde larve overwintert ook in de grond.

    Die lange poten maken de langpootmug ook enigszins kwetsbaar. De poot laat namelijk los bij het belaagd worden door mens of dier: de langpootmug, evenals de hooiwagen, doet aan zelfamputatie. Omdat er geen vervelling meer is, groeit die kwijtgeraakte poot niet meer aan.
    Langpootmuggen worden aangetrokken door licht. Als er een langpootmug in huis zit en je wilt het diertje buiten zetten, pak het dan niet bij een poot, maar voorzichtig bij de vleugel. Dan kan de onbeschadigde langpootmug in een paar dagen vrijheid aan plantensappen likken, paren, eieren leggen en doodgaan na al dat werk.
    De langpootmug is ongeveer tussen de 16 en 25 millimeter groot. De grootste langpootmug ter wereld heeft een lichaamslengte van bijna 7 centimeter!

    Overigens worden langpootmuggen ook wel vliegende hooiwagens genoemd. In het Engels hebben zowel de hooiwagen als de langpootmug dezelfde naam: daddy-long-legs. Kwetsbaar of niet, de langpootmug heeft die dunne lange poten niet voor niks. Zo wordt het evenwicht in het gras behouden als de wind de grasstengels in verschillende richtingen beweegt. Met lopen kan de langpootmug meerdere grassprieten vasthouden. Vliegen is een ander verhaal. Door de zigzaggende vlucht wordt dit insect gemakkelijk uit de lucht geplukt. Net als andere vliegen en muggen hebben langpootmuggen slechts één paar vleugels, het achterste paar vleugels is omgevormd tot gereduceerde stompjes, te zien als halterachtige uitsteeksels die voor evenwicht dienen. Tijdens de rust liggen de vleugels dakpansgewijs.

    Langpootmuggen zijn schemer- en nachtactief. In de vroege ochtend en avondschemering zie je hen vooral over vochtig grasland vliegen. Overdag houden ze zich meestal verscholen tussen planten.
    De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken, maar soms hebben ze afwijkende kleuren en uitsteeksels om juist af te schrikken. Het geslacht Nephrotoma, waaronder deze langpootmug valt, is wat kleurrijker. Ze worden ook wel tijgerlangpoten genoemd, omdat veel soorten gevlekt zijn.

    Voor de informatie op dit blog, probeer ik meestal zo veel mogelijk over het onderwerp te vinden. Soms weet ik wel iets, soms kom ik niet ver, soms heb ik er helemaal geen zin in en plaats ik alleen de foto’s en soms vind ik meer en ga ik selecteren. De meeste informatie die ik onder ogen krijg, schrijf ik zo goed als het gaat in eigen woorden op. Hieronder staan mijn bronnen vermeldt waaruit ik mijn informatie mocht halen (met zeer grote dank) :
    de Gelderlander, Gerrit Jansen    
    Wikipedia    
    Gardensafari

     
     
    insects, insecten, macro, 2017, autumn, crane fly, foto, fotografie, garden, herfst, langpootmug, macro photography, macrofotografie, mug, nature, Nephrotoma, Nephrotoma flavipalpis, Panasonic Lumix DMC-FZ200, photo, photography, Raynox DCR-250, september, Soli, summer, tipula, Tipulidae, zomer