Op weg

 

Hechtrank van de Passiflora met segrijnslakje

Coiled tendril of Passiflora with garden snail

 
 
 

Advertenties

Springbalsemien, 2 foto’s

Voor kinderen is het zaad geweldig, van de eenjarige reuzenbalsemien of springbalsemien die behoorlijk hoog kan worden. Mijn kleindochter zag de planten op deze zonnige herfstdagen voor het eerst en was niet meer te houden bij de peervormige zaadvruchten. De rijpe zaaddoosjes rollen zich in 5 delen op en de zaden schieten alle kanten op. Ze ontploffen als het ware als je ze aanraakt, of leuker nog, ze in je handen sluit. Knal!
Dat springen gaat behoorlijk krachtig met vaak schrik tot gevolg.  Je handen gaan er helemaal zoet van ruiken, lekker hoor.
De kruidachtige plant wordt ook wel buurmansverdriet genoemd als je hem in de tuin hebt staan, juist omdat het zaad ver weg springt en zich zo gemakkelijk naar andere tuinen verspreidt. In de tuin wordt hij niet zo hoog en is gemakkelijk uit te trekken.
Springbalsemien, Impatiens glandulifera, is een goede voedselplant voor bijen en hommels, de planten produceren veel nectar in een periode dat er weinig andere drachtplanten bloeien. Hij groeit overal waar het een beetje vochtig is, maar groeit zeer weelderig in de buurt van water en dat is meteen een probleem.
Want…
deze vertrouwde plant (een exoot, afkomstig uit de Himalaya en vanuit Noord-India geïntroduceerd in Europa als orchidee-achtige sierplant) is gaan verwilderen als invasieve soort. De snelle groeier, met hoge vertakking, verdringt andere inheemse planten om licht, ruimte en voedsel. Als echter een oever alleen maar is begroeid met springbalsemien, blijft na het afsterven een kale oever over en is de kans op erosie erg groot. En daarom blijkt de springbalsemien nu op de Unielijst te staan, als ongewenst in de hele EU. Op deze zwarte lijst staan soorten die niet uit Europa komen en die de oorspronkelijke flora en fauna verdringen of economische schade veroorzaken.
Ik begrijp het wel, maar het voelt ook als spijtig. De bijen en hommels hebben het al moeilijk en de bloeiende reuzenbalsemien is prachtig om te zien. Het is nauwelijks voor te stellen dat deze plant uit het natuurbeeld van West-Europa gaat verdwijnen…

Bron: Wikipedia en Bijenclub

Dit zijn de bloemen en de zaadvruchten van de springbalsemien

En dit is zo’n opengesprongen zaadvrucht dat zich in 5 delen oprolt. Een kunstwerk!

 
 

Rupsen

Het zijn de wisselvallige herfstmaanden. Terwijl velen op zoek zijn naar de mooiste paddenstoelen en herfsttaferelen, alles bont kleurt en al veel blad valt, staat de Oost-Indische kers er nog fris bij. Zolang het niet vriest, blijft die groeien en bloeien en geeft veel beschutting aan allerlei insecten. En hebben de rupsen ook nog genoeg voedsel tot hun beschikking. Zo vond ik in mijn tuin de rups van het zuringuiltje. Maar ook de rupsen van het klein koolwitje en het groot koolwitje lieten zich zien. Een gunstig weerbericht: nog een paar zonnige dagen in het verschiet…  🦋

Rups, caterpillar, raupe, chenille, Gąsienica, Fjärilslarv: Acronicta rumicis – Knot Grass – Ampfer-Rindeneule – Noctuelle de la Patience – Щавелевая совка – Syraftonfly

Pieris rapae – Klein koolwitje – Small white – Kleiner Kohlweißling – piéride de la rave – lille Kålsommerfugl – bielinek rzepnik – blanquina de la col – rovfjäril – rapaiola

Pieris brassicae – Groot koolwitje – Large white – Großer Kohlweißling – stor Kålsommerfugl – piéride du chou – bielinek kapustnik – kålfjäril – lahana kelebeği – baneag vooar

 
 

Notiophilus

Deze week in de tuin gespot: een kleine bronskleurige loopkever, met opvallend grote ogen, uit de familie Carabidae. Er zijn verschillende andere soortgelijke soorten, maar de tweevlekspiegelloopkever of tweevlekkige snelkever (Notiophilus biguttatus) komt het meest voor. Lengte 5-6mm.
Deze dag-actieve kevers vind je in bos, tuin en park. Ze komen voor op schaduwachtig of iets open gebied dat uit matig droog, zandige of leemachtige grond bestaat, bedekt met dunne vegetatie of bladresten. Ze houden van een humeuze bodem. De volwassen kevers kun je tussen mei en november zien. Op bewolkte dagen zoeken ze dekking tussen of onder dode bladeren, stenen, naaldbomen of stukjes hout. Ze zijn carnivoor. Op hun menu staan vooral springstaartjes, spinnen, vliegen, mijten en bladluizen.
Bron.
Klik op een foto om de galerij te openen.


 
 
 

Op de munt

In 2 foto’s.

Een kleine groene vlieg op de bloeiende munt en onder het stuifmeel. De meest voorkomende groene vlieg is de groene vleesvlieg, oftewel een Lucilia soort uit de familie bromvliegen, de Calliphoridae. Deze vlieg was kleiner dan de lucilia die ik het meest zie en meer gedrongen, meer behaard. Hij liet zich niet storen. Heerlijk, met mijn neus in de munt.


 
 

Tussen blad

In 5 foto’s.

Je kent ze vast, de langpootmuggen. Het zijn schokkerige vliegers met drie paar lange poten, die twee keer de lichaamslengte beslaan, een langgerekt lijf, donkere kraalogen en een vooruitstekende snuit die op een steeksnuit lijkt. Met die snuit kunnen langpootmuggen overigens niet bijten of prikken omdat de kaken verkleind is. Ze leven van nectar en stuifmeel, maar bij sommige soorten kunnen de volwassen langpootmuggen helemaal niet meer eten. Alles wat ze nodig hebben, hebben ze als larve al bij elkaar verorberd.
De larven zijn niet geliefd, ze veroorzaken veel schade aan grassen en gewassen, maar de langpootmug zelf is geheel onschadelijk.
Dit is het vrouwtje van de Nephrotoma flavipalpis, een tijgerlangpootsoort. Aan haar achterlijf zit de spitse legbuis waarmee ze 1 millimeter lange, zwarte, smalle eitjes zal leggen. Zoals wel eens gedacht wordt, kan ze daar ook niet mee steken.

Tussen juli en september komt het volwassen exemplaar tevoorschijn. Deze langpootmug is pas uit de pop gekropen.
De larve, ook wel emelt genoemd, leeft een paar centimeter onder de grond, in uiterst smalle gangetjes. Hij wurmt zich naar boven om te eten. Dag en nacht heeft de larve zich flink tegoed gedaan aan de kraag van het gras, kiemend graan, jong gewas in de moestuin en aan kiemplanten van onkruid. Maar omdat het hier een exemplaar van de tijgerlangpoten betreft, is het voedsel van deze larvesoort verrot hout!
Voor spreeuwen, sommige meeuwen en roeken zijn de larven een waarachtig voedselfestijn. Ze wroeten even met hun snavel en trekken de larven dan met gemak uit de grond. Vogels en spinnen worden als de meest voorkomende vijand aangemerkt, maar ook mollen, muizen, egels en kikkers lusten ze graag. De blinde larve overwintert ook in de grond.

Die lange poten maken de langpootmug ook enigszins kwetsbaar. De poot laat namelijk los bij het belaagd worden door mens of dier: de langpootmug, evenals de hooiwagen, doet aan zelfamputatie. Omdat er geen vervelling meer is, groeit die kwijtgeraakte poot niet meer aan.
Langpootmuggen worden aangetrokken door licht. Als er een langpootmug in huis zit en je wilt het diertje buiten zetten, pak het dan niet bij een poot, maar voorzichtig bij de vleugel. Dan kan de onbeschadigde langpootmug in een paar dagen vrijheid aan plantensappen likken, paren, eieren leggen en doodgaan na al dat werk.
De langpootmug is ongeveer tussen de 16 en 25 millimeter groot. De grootste langpootmug ter wereld heeft een lichaamslengte van bijna 7 centimeter!

Overigens worden langpootmuggen ook wel vliegende hooiwagens genoemd. In het Engels hebben zowel de hooiwagen als de langpootmug dezelfde naam: daddy-long-legs. Kwetsbaar of niet, de langpootmug heeft die dunne lange poten niet voor niks. Zo wordt het evenwicht in het gras behouden als de wind de grasstengels in verschillende richtingen beweegt. Met lopen kan de langpootmug meerdere grassprieten vasthouden. Vliegen is een ander verhaal. Door de zigzaggende vlucht wordt dit insect gemakkelijk uit de lucht geplukt. Net als andere vliegen en muggen hebben langpootmuggen slechts één paar vleugels, het achterste paar vleugels is omgevormd tot gereduceerde stompjes, te zien als halterachtige uitsteeksels die voor evenwicht dienen. Tijdens de rust liggen de vleugels dakpansgewijs.

Langpootmuggen zijn schemer- en nachtactief. In de vroege ochtend en avondschemering zie je hen vooral over vochtig grasland vliegen. Overdag houden ze zich meestal verscholen tussen planten.
De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken, maar soms hebben ze afwijkende kleuren en uitsteeksels om juist af te schrikken. Het geslacht Nephrotoma, waaronder deze langpootmug valt, is wat kleurrijker. Ze worden ook wel tijgerlangpoten genoemd, omdat veel soorten gevlekt zijn.

Voor de informatie op dit blog, probeer ik meestal zo veel mogelijk over het onderwerp te vinden. Soms weet ik wel iets, soms kom ik niet ver, soms heb ik er helemaal geen zin in en plaats ik alleen de foto’s en soms vind ik meer en ga ik selecteren. De meeste informatie die ik onder ogen krijg, schrijf ik zo goed als het gaat in eigen woorden op. Hieronder staan mijn bronnen vermeldt waaruit ik mijn informatie mocht halen (met zeer grote dank) :
de Gelderlander, Gerrit Jansen    
Wikipedia    
Gardensafari

 
 
insects, insecten, macro, 2017, autumn, crane fly, foto, fotografie, garden, herfst, langpootmug, macro photography, macrofotografie, mug, nature, Nephrotoma, Nephrotoma flavipalpis, Panasonic Lumix DMC-FZ200, photo, photography, Raynox DCR-250, september, Soli, summer, tipula, Tipulidae, zomer