Soezen

Regen en de wind hebben een slagveld van de wilde wingerd (Parthenocissus) gemaakt. Alleen de ranken, blad aan een draadje en nog wat bladstengels zijn over. Maar van de week was diezelfde wingerd nog vol en mooi rood gekleurd. De herfstzon maakte er een warm plaatje van.
Terwijl ik keek, ritselde het boven mijn hoofd. Ben op de tuinbank gaan staan om te kijken wat daar zo ritselde?
Aha…

☘️

Met dank voor het kijken en tot de volgende keer,
Dianne

_

Advertenties

Passiebloem (caerulea)

Het is een flinke groeier, de blauwe passiebloem, passiflora caerulea, in onze tuin. Hij gedraagt zich als onkruid als ik niet oppas. De ranken van de passiebloem kunnen in een mum van tijd behoorlijk lang worden, in een jaar een meter of zes.
Twee jaar geleden kreeg ik de passiebloem als stekje van mijn moeder met een knop die ging bloeien en het verder daarbij heeft gelaten. Het tweede jaar schoot hij meters en maakte veel bloemen. Hij houdt van zon en bloeit dan ook uitbundig. Vooral honingbijen en hommels vinden de bloemen aantrekkelijk.
Ik weet nog steeds niet goed of ik de bloemen nou zo mooi vind. Moeilijk ook om te fotograferen met al die uitsteeksels. :-) Toch is de passiebloem een interessant object. Ook de krullende hechtranken trekken mijn aandacht.
Een verkenning.

Klik om te vergroten, click to enlarge. 12 foto’s.

☘️

☘️

☘️

☘️

Met dank voor het kijken en tot de volgende keer,
Dianne

_

Een ‘witte’ wesp

Ik zag ‘m bij de balsemien, erg actief en bloem in, bloem uit: zoals de hommels in de bloemkelkjes kruipen om bij hun voedsel te komen. Omdat ik het beestje niet goed zag, ook vanwege de snelle beweging, dacht ik eerst met een afgevlogen, verschoten honingbij te maken te hebben. Maar de honingbijen snoepen nu liever van de passiebloem en zie ik nauwelijks in de balsemien. Het leek ook alsof het insect een soort wit plakkaat op borststuk en rugstuk had zitten. Toen hij op mijn blouse landde, kon ik hem beter zien en bleek het een wesp te zijn. De gewone wesp, maar met vreemde, harige witte plekken. Alsof hij was beschimmeld. Nooit gezien! Wellicht een normaal verschijnsel. Verbleekt in de tijd.
Somber regenweer en te donker, al laat op de middag. Geen fotoweer. Dat betekende diafragma omhoog en een hoger ISO. En flitsen. Hou ik niet van, doe ik liever niet! Maar omdat ik het ‘wittige’ diertje wilde vastleggen, heb ik mij er maar overheen gezet :-)



☘️

Met dank voor je bezoek en tot de volgende keer,
Dianne

_

Ommezwaai (4 foto’s)

Diep weggedoken in mijn jack vandaag, tussen de buien door, denk ik aan de overgang van zomer naar najaar. Ik heb nog redelijk wat zomerfoto’s. Plaatsen of niet? Ik houd van de herfst, maar foto’s met dit weer maakt de boel nogal somber en ik houd niet van somber. Ik houd van een vage overgang of een beetje symboliek, zoals met onderstaande foto waarin de ivoorzweefvlieg vervaagd aan het eind van de zomer…

Volucella pellucens – Witte reus – Ivoorzweefvlieg

Ik houd ook van de kleuren van het najaar, maar die moeten nog komen. Ik heb daarom voor 3 zomerfoto’s gekozen met een warm kleurenpalet.

☘️

In oktober kan het best nog jas aan, jas uit, zijn. Het veelkleurig Aziatisch lieveheersbeestje zonder stippen deed zijn jas uit.
In de herfst kunnen bladluizen schaarser worden. Dit kevertje van 5 mm zal op fruit overschakelen en in tuinen en boomgaarden te vinden zijn. Als het kouder wordt, zal hij een beschut plekje zoeken in kieren en spleten van huizen of komt een winter lang logeren via je open deur of raam.

Harmonia axyridis, kleurvariant succinea (roodoranje basiskleur, met 0 tot 19 stippen).

☘️

De gele snipvlieg is een relatief gele snavelvlieg met ongevlekte vleugels. De soort is in allerlei vochtige situaties aan te treffen, waar ze in de vegetatie op bladeren zit. Het zijn rovers die zachthuidige insekten eten. De snavelvliegen leggen hun eieren in de regel afzonderlijk van elkaar op de grond, in mest of dood hout. De larven leven op en in de bodem tussen mos, dode bladeren, in mest en onder de schors van bomen. Ze voeden zich met kleine insecten en overwinteren meestal in de grond. Bron: Waarneming.nl en Wikipedia.

Gele snipvlieg – Rhagio tringarius

☘️

De kleine rode weekschildkever, Rhagonycha fulva, is in de zomermaanden niet zelden al parend in grote aantallen te vinden op diverse soorten schermbloemigen waar ze van nectar snoepen en ook bloembezoekende insecten grijpen die een belangrijk deel van het menu uitmaken. Ook de larven zijn actieve jagers die op de bodem leven van prooien als slakken en insectenlarven. De larven hebben een langwerpig lichaam en een zijde-achtige beharing, soms komen ze ’s winters als er sneeuw ligt massaal boven de grond waardoor het lijkt alsof het ‘wormen heeft geregend’. Brontekst: Wikipedia

Kleine rode weekschildkever – Rhagonycha fulva

☘️

Met dank voor het kijken en tot ziens,
Groet, Dianne

_

Zeldzame vliegjes

In dit blog komen de vliegen Otitis formosa en de Goudsbloemboorvlieg aan bod. (3 foto’s.)

Otites formosa is een vliegensoort uit de familie van de prachtvliegen (Ulidiidae). Er is nog geen Nederlandse naam. Hoewel hij al een aantal jaren bekend is, is Otites formosa nog steeds zeldzaam in Nederland. Deze vrouwelijke vlieg zat rustig op een blad in schaduw en vloog niet weg toen ik haar voorzichtig naderde. Mooi om deze prachtvlieg tegen te mogen komen.

Otites formosa kan een lichaamslengte bereiken van 5-10 millimeter. De kop is oranjerood en de grote samengestelde ogen zijn roodachtig.
Het rugschild heeft vier zwarte lengtestrepen, terwijl de buik drie grote brede strepen heeft. De vleugels zijn versierd met opvallende, donkere vormen. De volwassen vliegen voeden zich met bloemen, vooral de schermbloemenfamilie, terwijl de larven zich voeden met planten, strooisel of uitwerpselen.
Bron: Wikipedia Engels

☘️

Nog een zeldzaam vliegje, maar dan zeer zeldzaam, omdat ze weinig gezien worden, is de goudsbloemboorvlieg, Tephritis praecox uit de familie van de boorvliegen (Tephritidae). Vleugellengte 1,8 tot 3,2 mm.
Ik vond er maar liefst twee, buiten nog wat andere boorvliegjes. Deze zaten mooi stil :-) want ze zijn moeilijk te fotograferen omdat ze zo klein zijn en graag wegkruipen.
Boorvliegen zijn een familie van insecten uit de orde vliegen en muggen. Ze worden ook fruitvliegen genoemd, maar de bekende soorten fruitvliegen uit het geslacht Drosophila behoren tot een andere familie. Boorvliegen onderscheiden zich van deze soorten door de mooie tekeningen van vlekken, banden of zigzagstrepen op de vleugels.
Brontekst: Wikipedia

Goudsbloemboorvlieg – Tephritis praecox

☘️

Met dank voor het kijken en tot de volgende keer,
Groet, Dianne

_

Sentiment

Je gelooft het misschien niet, maar de koninginnenpage zag ik voor het laatst toen ik kind was.
In de voortuin toch? zegt J.
Heb ik niet gezien.

Buurvrouw roept. Er zit een koninginnenpage bij haar in de tuin. De koffie smaakt, daar niet van, maar de koninginnenpage is allang gevlogen, nog voor ik de deurbel heb aangeraakt.

Het was zo gewoon die grote vlinders in de vlinderstruik. Ik nam ze waar, maar nam ze niet in mij op. Ze hoorden bij de zomer als de vertrouwdheid die amper kan verrassen.
De grote, gevulde zinken teil hoorde ook bij de zomer op de heetste dagen waarin we wilden verkoelen. (Het plastic bad kwam met mijn broertje, maar dat raakte lek.) Mijn zusje en ik zaten met de knieën tegen elkaar. In het midden een stuk tuinslang waar we in bliezen zodat er grote bubbels opgeduwd werden, een feest voor de huid; de bubbels kriebelden en aaiden omhoog tot we duizelden.
De geuren van de bloeiende ligusterhaag, gemaaid gras en het gemorste water op de warme aarde staan beter in mijn geheugen gegrift dan de vlinders in de tuin. En het was een feest van vlinders, dat weet ik zeker, want ik heb ze gezien toen ik niet echt keek. In mijn ooghoek. Boven mijn hoofd. Voorbij de bubbels. Tot ze verdwenen.

Het is raar, maar sindsdien hield de koninginnenpage zich voor mij verstopt. Misschien keek ik teveel naar beneden en kijk ik nu meer omhoog. En terwijl ik naar de bloesem van de vlinderstruik kijk, hoor ik hoe ik de lucht zuigend inadem, hoe die stokt in mijn keel en zich doodstil loslaat uit mijn neus. Daar boven mij, in de vlinderstruik zit een koninginnenpage. Blijf zitten, zeg ik bezwerend in mijn hoofd, en loop behoedzaam naar binnen en net zo behoedzaam naar buiten met de camera. Hij zit er nog, ik had het niet verwacht. Hij zit helaas te hoog. Maar ik kijk en geniet. Dan gaat hij iets lager zitten en ik voel me het kind dat toen niet keek en iets in te halen heeft.
Het is het einde van zijn zomer. De vleugels zijn stuk, maar hij fladdert met mij naar een compleet stuk uit mijn jeugd.

Koninginnenpage – Papilio machaon – Old World swallowtail – Schwalbenschwanz – Machaon – Paź królowej – Makaonfjäril – Svalestjert – Ritariperhonen

☘️

Informatie Koninginnenpage – Natuurpunt


Met dank voor het kijken en tot ziens,
Dianne

_

Rondje wantsen in en om de tuin (2)

Na Een rondje wantsen in en om de tuin deel 1 is het tijd voor deel 2. Iets meer dan een jaar later. Natuurlijk zijn er dit jaar eerder wantsen in beeld gekomen in Blomsterphoto; je kunt bijvoorbeeld wantsen intikken in het zoekmenu hier vlak naast of het woord wantsen aanklikken in de tagwolk als je ze allemaal wilt zien, maar in dit blog komen de wantsen van 2019 aan bod die ik nog niet heb geplaatst. Heb je geen tijd, scrol dan niet snel door dit blog, maar kom een ander keertje terug. Het zijn veel foto’s (21) en er zit veel werk in de uitvoering: Door de html die ik heb gebruikt, wordt het een rommeltje op het beeldscherm van een telefoon. Op een groter beeldscherm ziet het er keurig netjes uit :-))
Alle foto’s zijn te vergroten door erop te klikken.

kaneelglasvleugelwants – nimf

Kaneelglasvleugelwants – Corizus hyoscyami

Het was even zoeken om bovenstaande wants op naam te brengen. Ik vond deze nimf op het koninginnenkruid in de tuin.
De kaneelglasvleugelwants leeft in allerlei open en half open kruiden­- en grasvegetaties. Wordt gevonden in natuurgebieden, maar ook in allerlei ruigere graslanden, zoals wegbermen en overhoekjes. Zo’n ruiger gebied hebben wij inmiddels naast onze tuin. De volwassen kaneelglasvleugelwants ken ik, maar de nimf heb ik niet eerder gezien. (Brontekst: Waarneming.)

Heidenysius

Heidenysiys – Nysius ericae

De heidenysius is een grijsbruine bodemwants die 3,5 – 4,5 mm lang is. Ondanks zijn naam, Nysius ericae (ericae is afgeleid van erica = heide) komt hij op veel plantensoorten voor. Onder andere op planten uit de composietenfamilie (Asteraceae), waar hij aan de zaden zuigt. (Ik vond deze wants dan ook in de tuin.) Ze overwinteren als ei, maar er kunnen ’s winters ook volwassen wantsen worden aangetroffen. Er zijn twee generaties.
(Brontekst: Wikipedia.)
In mijn archief heb ik deze wants aangemerkt als Nysius sp. maar dankzij Berend Aukema van waarneming.nl is deze wants op de juiste naam gebracht.

Koolschildwants

Koolschildwants -Eurydema oleracea

De koolschildwants komt in allerlei biotopen voor, mits er veel kruisbloemigen aanwezig zijn. Kan onder meer in groot aantal voorkomen in wegbermen en op braakliggende akkers. (Brontekst: Waarneming.) Deze wantsen kwam ik inderdaad en masse tegen tijdens een wandeling. Leuk is dat je zowel het volwassen exemplaar (adult) als de jonge wants (nimf) op één foto kunt zien.

Bessenschildwants

Bessenschildwants – Dolycoris baccarum

Niet in onze tuin, maar in die van mijn dochter, vond ik in alle vroegte deze bessenschildwants in het gras. Hij kroop traag omhoog richting zon en spreidde zijn vleugels om te drogen.
De bessenschildwants komt voor in allerlei kruidenrijke biotopen, onder andere veel in bloemrijke graslanden, ook in tuinen en parken.
Deze wants overwintert als adult en kan gedurende een groot deel van het jaar als volwassen dier worden gevonden. De meeste waarnemingen komen uit de periode april tot november. De enige schildwants met een behaard halsschild. Ook de nimfen zijn behaard zoals je hieronder goed kunt zien. (Brontekst: Waarneming).

Bessenschildwants nimf

Voorjaarseikenblindwants

Voorjaarseikenblindwants – Harpocera thoracica

Nogal een stoffig exemplaar. Ik denk dat hij in spinrag heeft gezeten. Hij leek er weinig last van te hebben. Hij vloog weg toen hij genoeg van mij had :-)
Deze blindwants is 6-6,8 mm groot. Voedsel: zomereik, wintereik en incidenteel bladluizen. De volwassen wantsen worden waargenomen in bossen, houtwallen, parken en tuinen van begin april tot eind juni (vrouwtjes soms langer). Een generatie per jaar. Je noemt deze soort blindwants omdat de puntogen, die veel, niet alle, wantsen hebben, op de kop ontbreken. (Brontekst: Waarneming).

Meidoornkielwants en groene stinkwants

Meidoornkielwants – Acanthosoma haemorrhoidale                                                   Groene stinkwants – Palomena prasina

In de lavendel, onder de rozen, zat de meidoornkielwants. Hij zat wat verscholen en ik dacht even door het groen dat ik met de groene stinkwants te maken had. Maar toen ik door mijn knieën ging, kwam het besef dat het een andere wants was. Andere vorm, veel rood. Te vinden in allerlei biotopen met opslag van struiken en bomen. Leeft op allerlei besdragende struiken en bomen en wordt vaak op meidoorn, maar ook op lijsterbes en vogelkers aangetroffen.
Deze forse wants, 14,0-­17,0 mm, overwintert als adult en kan het gehele jaar als volwassen dier worden aangetroffen. De adulten van de nieuwe generatie verschijnen halverwege de zomer en het merendeel van de waarnemingen komt uit de maanden juni tot en met oktober.
(Brontekst: Waarneming).
De foto van de groene stinkwants is om het verschil te duiden in beeld en komt uit een blog van vorig jaar waarin ik de verschillende stadia van deze wants laat zien. Voor wie interesse heeft, het blog staat hier.

Pyjamaschildwants

Pyjamaschildwants – Graphosoma italicum

Vroeger was deze wants best zeldzaam in Nederland, maar tegenwoordig komt hij wijdverspreid voor. Ik kom de gestreepte wantsen regelmatig tegen, maar dit jaar opvallend meer. De copulerende pyjamaschildwantsen heb ik in de tuin van vrienden gefotografeerd.
De pyjamaschildwants leeft van diverse schermbloemigen en is vaak op de bloemschermen van wilde peen, pastinaak, engelwortel en zevenblad te vinden. Het is een typische boomwants die niet vaak op de bodem komt en het meest wordt gevonden in ruige, meestal droge en zonbeschenen kruidenvegetaties en graslanden. Zonnige plekken hebben de voorkeur en bij bewolking blijven de wantsen in de schuilplaatsen zitten zoals scheuren in boombast. (Brontekst: Wikipedia.)

Grasbloemwants

Grasbloemwants – Stenotus binotatus

Even buiten de tuin van vrienden vond ik deze grasbloemwantsen. Zowel de volwassen exemplaren als de nimfen. Altijd fijn als ik ze naast elkaar kan laten zien. Grasbloemwantsen zijn blindwantsen.
Ze zijn 5,7-7,2 mm groot. Ze leven in verschillende biotopen (wegbermen, hooiland, langs bospaden) op grassen.
Jonge nimfen zuigen aan vegatieve delen, oudere nimfen en volwassen wantsen zuigen aan de rijpende zaden in de bloem.
De volwassen wantsen worden waargenomen van eind mei tot eind september. Het mannetje is geelbruin. Het vrouwtje is grijsgroen tot geel.
Op de foto hieronder zie je de geelbruine man, de grijsgroene vrouw en het geelgroene kind bij elkaar.
(Brontekst: Waarneming.)

Grasbloemwantsen ♂ – ♀ – nimf

Smalle randwants

Smalle randwants – Gonocerus acuteangulatus

De smalle randwants is 12­-15 mm groot. Makkelijk te herkennen aan de hoekige schouders en de egaal gekleurde oranjebruine poten (de dijen en schenen hebben dezelfde kleur). Heeft in vergelijking met de zuringrandwants, Coreus marginatus, een smaller achterlijf en aan de voorkant van de kop tussen de antennen geen stekels.
Deze wants leeft in onbeschenen struwelen en bosranden met loofhout, met een voorkeur voor besdragende struiken zoals meidoorn, lijsterbes, vogelkers en vuilboom. De volwassen exemplaren kunnen het hele jaar worden aangetroffen.
(Brontekst: Waarneming.)
De wantsen vond ik in de tuin. Het volwassen exemplaar heeft zeker een halve dag op een blad gezeten. De nimf van de smalle randwants heeft een opvallend, grappig uiterlijk. Hij zat op een glazen pot op de tuintafel.

Vuurwants

Vuurwants Pyrrhocoris apterus

De wetenschappelijke naam van de wants komt uit het Grieks en betekent letterlijk rood insect (Pyrrho-coris) zonder vleugels (a-pterus). De Nederlandse naam dankt hij aan de kenmerkende tekening van helder rode kleur afgewisseld met afstekende diepzwarte delen.
Eigenlijk schenk ik nauwelijks aandacht aan de vuurwantsen of eigenlijk wel want ik haal ze regelmatig uit de vijver en ik moet opletten dat ik ze niet vertrap, zoveel zitten er in de tuin. Je kunt er niet naast kijken. Maar er is veel interessants over de vuurwants te vinden.
De vuurwants heeft 2 generaties per jaar, ze komen rond mei uit hun winterkwartier en zoeken elkaar op voor de paring. Wat met name opvalt aan de paring is de duur, de vuurwants kent een zeer lange paring. Dit komt wel meer voor bij insecten, de mannetjes blijven lang aan het vrouwtje gehecht zodat ze niet met andere mannetjes kan paren. Het komt ook voor dat een mannetje probeert meerdere eilegsels van een enkel vrouwtje te bevruchten, om te voorkomen dat ze zijn spermapakketje uitwerpt of om grote hoeveelheden zaadcellen over te brengen zodat de bevruchtingskans groter wordt. De paring van de vuurwants kan extreem lang duren, uit veldwaarnemingen blijkt dat de helft van de koppeltjes 12 uur of langer copuleert en dit zelfs kan oplopen tot zeven dagen. Uit onderzoek blijkt dat de mannetjes een dergelijke lange paring gebruiken om te voorkomen dat vrouwtjes met andere mannetjes paren. Omdat de vuurwants vaak in groepen leeft is de concurrentie tussen de mannetjes groter dan bij andere insecten.
(Brontekst: Wikipedia.)

Ze kunnen niet vliegen en houden van warmte. Opvallend is dat ze net zoals bij de blindwants geen puntogen op de kop hebben.



Bruine getande randwants – Coriomeris denticulatus

Geblokte glasvleugelwants – Rhopalus subrufus

De bruine getande randwants is roodachtig bruin van kleur en heeft borstelharen. Vooral op het halsschild, maar ook op poten en voelsprieten. De randen van het halsschild zijn bedekt met witte tanden. Op het onderste deel van de dijen van de achterpoten zijn twee grote en een aantal kleinere tanden. De dieren leven op verschillende planten uit de vlinderbloemenfamilie.
De lengte van deze wants is 8 – 9,5 mm.
(Brontekst: Wikipedia.)

De geblokte glasvleugelwants is een kleine, kleurige wants. Kop, poot en borststuk zijn oranje bruin, schild en punten van de voorvleugels zijn rood. Het voorste gedeelte van de voorvleugels wit, maar transparant. Achtervleugels geheel transparant. Lengte is 7,5 mm. De gehele wants is tamelijk zwaar behaard. Overwintert als volwassen insect en leeft vrij lang. Volwassen dieren en de larven kunnen daarom gelijktijdig worden gezien. (Brontekst: Gardensafari.)

☘️

Dank voor je aandacht en tot de volgende keer,

Dianne

_