Schorspatronen

Soms kom je wel eens iets tegen waarvan je niet weet wat het is, maar dat wel mooi of intrigerend is zoals bij dit stuk schors van een gerooide boom. De motieven lijken wel ingebrand. Zijn het afdrukken van wortels van planten? Als grapje gooien we er thuis nog wat soorten prehistorische insecten tegenaan.
De boomschors laat ik in een hoek staan. Misschien ga ik er iets van maken, maar eerst eens napluizen wat ik nu eigenlijk zie. Natuurlijk vergeet ik het tot ik de schors weer tegenkom en kom ik er steevast opnieuw achter hoe weinig ik eigenlijk weet van onze wonderlijke natuur…

Het antwoord komt van Diersporengids.nl.
Dit zijn de vraatpatronen van schorskevers/bastkevers. Het zit namelijk zo:
De aanstaande ouders, de heer en mevrouw Schorskever, paren in een kleine ruimte, een zogenaamde paringskamer, onder de schors van een boom. Vanuit deze paringskamer legt mevrouw Schorskever moedergangen aan waarin zij haar eitjes legt. Wanneer die uitkomen graaft het Schorskeverkroost kleinere gangen haaks van de moedergang af. Dat geeft het specifieke patroon waarmee vaker tot op soort te determineren is. Vaak, niet altijd, komt de naam van de waardplant voor in de naam van de schorskever: bijvoorbeeld de grote iepenspintkever of de kleine iepenspintkever. En dit is schors van een iep!

De larven van de grote en kleine iepenspintkever graven dus gangen tussen het hout en de bast. De gangen worden breder naarmate de larven ouder worden en groter. In de bovenstaande twee foto’s en ook bij de onderstaande foto kun je in het schorshout de resten van de larven en kevers duidelijk zien zitten. (Klik om te vergroten.)
De grote iepenspintkever, Scolytus scolytus, is glanzend zwart of donkerbruin en 4 tot 6 mm lang, de kleine iepenspintkever, Scolytus multistiatus is roodbruin of zwart en 2 tot 3,5 mm lang.
De grote en de kleine iepenspintkever brengen de schimmelziekte over die iepziekte veroorzaakt.

Hoe zit dat nu met die iepziekte?
De schorskevers voeden zich maar enkele dagen met gezonde iepen. Daarna vliegen ze terug naar zieke of dode bomen om zich voort te planten. Per moedergang kunnen wel tot 100 eitjes worden afgezet. De larven verpoppen zich en komen door de bast naar buiten als volwassen kevers. Daarna volgt de rijpingsvraat in de okselknoppen van jonge iepentwijgen. Tijdens die rijpingsvraat brengen de kevers de iepenziekteschimmel over. De kevers dragen namelijk duizenden plakkerige sporen aan hun lichaam mee naar buiten. De sporen kunnen daarbij in de vraatwonden terechtkomen. Na kieming vormen ze schimmeldraden die verder het hout binnengroeien en de sporen verspreiden zich door de boom met de sapstroom.

Natuurdeskundige G. van Poelgeest zegt hierover: Een besmette iep reageert door zijn sapstroom te stoppen om te voorkomen dat de schimmel zich in alle sapgangen tot in de top kan verspreiden. Maar juist die reactie zorgt ervoor dat de boom doodgaat. Door de afsluiting van de sapstroom kan het water namelijk nergens meer komen om de boom te voeden en sterft hij door uitdroging. (Bron: AD.)

De geur die ongezonde iepen verspreiden, trekt de kevers aan. De iepenspintkevers kunnen 11 kilometer overbruggen om opnieuw hun wonderlijke, waaiervormige gangenstelsels te maken.

Bronnen: Ik zou dit allemaal niet geweten hebben zonder het artikel op diersporengids.nl en de aanvulling die ik bij wiki/groenkennisnet.nl gevonden heb. Hier kun je ook verdere informatie vinden.

(Na het pellen van de gerooide boom en het gedeeltelijk afvoeren, is de rest blijven liggen waaronder dit stuk schors. Nu meer dan een jaar geleden. De kevers en larven zijn ingedroogd.)

☘️

Met dank voor je bezoek en tot de volgende keer,
Dianne

_