Overwintervlieg

Dank allemaal voor de felicitaties bij de geboorte van Thijs. Het is een mooi, sterk mannetje en we zijn uiteraard allemaal hevig verliefd :-)

Ik ben nog in het andere huis, in de andere stad, met zijn grote zus. Maandag of dinsdag, als alles zo goed blijft gaan als nu, komen ze thuis. We kunnen niet wachten!
Sinds gisteren heb ik mijn laptop hier en ik was bijna vergeten dat ik een vliegje had gefotografeerd op een koude januaridag, vlak voor de sneeuwval. Zo koud dat je helemaal geen vliegje verwacht!

De vlieg was ongeveer 3 mm groot en viel op door de vorm van de vleugels.
Het is een gele speervleugelvlieg. Ik denk, bijna zeker, dat dit een Lonchoptera lutea is en heb de foto van het vliegje gelijk op Waarneming.nl gepost. Als de naam niet goed is, is daar altijd wel een kenner die mij, wel heel aardig, op de vingers komt tikken. En dat is inderdaad gebeurd. We houden het op Lonchoptera sp. Met dank aan E. de Bree.
Het vliegje zat op een restant van blad.

De larven leven van bladafval. De volwassen vliegen variëren in kleur, van geel tot donkerbruin. Het scutellum, het schildje, is bruin tot geel. De antennesegmenten zijn donker. Je kunt dit vliegje van de lente tot aan de herfst aantreffen. En een enkele, zoals deze, in midden winter met vorst. Het zal vast niet goed voor hem zijn geweest.

☘️

_

Advertenties

Na de regen (4 foto’s)

Myzus persicae (Groene perzikluis) & Lavendula

Deze luis is ongeveer 1,2 tot 2,6 mm lang. Aan het eind van het seizoen worden alleen gevleugelde luizen gevormd (in de zomermaanden kunnen ook gevleugelde luizen voorkomen). Deze luizen vliegen naar de winterwaardplant waarop ze na paring eieren afzetten. Ze leven niet in kolonies.

☘️

Scathophaga stercoraria (drekvlieg of strontvlieg)

De vlieg leeft van nectar en af en toe een een insect. Om het voedsel naar binnen te krijgen, gebruikt hij zijn zuigsnuit. De naam komt voort uit het feit dat de eitjes afgezet worden in mesthopen. De eitjes zijn voorzien van zijvleugeltjes, zodat ze niet meteen in de verse hoop verdwijnen.

☘️

Sierappel Malus ‘Red Sentinel’

Er ligt vaak een kat in de kroon van deze kleine boom te slapen. Na de bloei van de bloesem ontstaan kleine kersachtige appeltjes die tot in de winter aan de boom blijven hangen. De appeltjes kun je eten, maar zijn smakeloos. De lijsterachtigen eten ze graag. Ik gebruik ze als decoratie.

☘️

Neomyia sp. (Panasonic lumix & Raynox DCR-250)

Dit is een Neomyia uit de familie echte vliegen. Welke volledige benaming hij heeft, viridescensis of cornicina, is onduidelijk want dat zou je onder andere aan de vleugeladering moeten zien. Die is onzichtbaar op deze foto. En alsof het nog niet nat genoeg is, komt er nog een druppel bij…

☘️

_

Woeste sluipvlieg

In 3 foto’s.

‘Eén van de algemeenste sluipvliegsoorten in de Benelux is de woeste sluipvlieg. Maar het is een problematische soort, want er zijn er twee. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Lange tijd is gedacht dat je ze uit elkaar kon houden door te kijken naar de zwarte streep over het achterlijf. Bij Tachina magnicornis zou die streep breder zijn dan bij Tachina fera. Maar door de genitaliën te bestuderen heeft men vastgesteld dat dat lang niet altijd op gaat. Ook is de kleur van de pootjes bij beide soorten soms variabel. Wel zit er verschil in de antennes, maar dat valt op foto’s zelden te zien. Zonder genitaalonderzoek zul je het dus altijd moeten houden op Tachina fera of Tachina magnicornis. En ben je in Zuidelijk Europa, dan komen daar nog andere sterk gelijkende soorten bij! Overigens is Tachina magnicornis in West Europa veel zeldzamer dan Tachina fera. De laatste parasiteert op enkele grotere uilen, zoals de hyena. De ontwikkeling gaat razend snel: 10 dagen nadat het ei is gelegd kan er al een nieuwe vlieg verschijnen!’
– Tekst: Gardensafari

‘De vlieg wordt ongeveer 9 tot 16 millimeter lang, en is te herkennen aan het geeloranje achterlijf met in het midden een brede, zwarte streep. De achterlijfspunt is lichter en tegen het borststuk is een dunnere zwarte rand aanwezig. Voor het borststuk zit een opvallend, oranjerood en glanzend ‘bultje’ dat postscutellum heet. De achterzijde van de kop is fijn behaard, de ogen zijn rood van kleur. Het borststuk is grijsbruin en over het hele lichaam zit een niet erg dichte maar wel lange, zwarte en borstelige beharing, een kenmerk van veel sluipvliegen. Aan de wilde beharing heeft deze soort zijn naam te danken.’
– Tekst: Wikipedia.

‘Sluipvliegen leggen hun eitjes in of bij de larven van andere insecten. De sluipvlieglarve eet vervolgens de andere larve op. Er zijn heel veel sluipvliegsoorten (alleen al in de Benelux meer dan driehonderd!) en en elke soort is op bepaalde insectensoorten gespecialiseerd.’
Tekst: Gardensafari.

☘️

_

Sprinkhaanvlieg

Gek genoeg bedacht ik mij gisterenochtend dat ik dit jaar nog geen sprinkhaanvlieg (Stomorhina lunata) had gezien terwijl het toch een algemeen voorkomend (brom) vliegje is. Maar goed, ik stond er verder niet bij stil. Meestal fotografeer ik wat me voor de voeten komt.
En toen, en toen, en toen… was hij daar gewoon.

En ging hij ook nog bellenblazen.

De larven van de soort leven in eipakketten van treksprinkhanen. De vlieg is net geen centimeter groot, heeft een uitstekende snuit en horizontale banden op de ogen. Mannetjes hebben op hun achterlijf een gele tekening.

Dit is een mannetje. Voor een vrouwtje klik je hier.

Het mannetje wordt nog al eens aangezien voor een zweefvlieg (geel-oranje banden op zijn achterlijf). De sprinkhaanvlieg wordt ook wel vaker voor een snuitvlieg gehouden, juist vanwege het uitstekende snuitje. Maar let maar eens op zijn prachtige ogen.

Wat een geweldig mooi toeval is dit, ’s ochtends denken, ’s middags zien. Met een bel als voltreffer.

De foto’s zijn te vergroten, click to enlarge…

☘️

_

Thecophora

Vaak is het moeilijk om een vlieg goed te herkennen. Neem nu deze grappig uitziende, kleine vlieg uit de familie van de blaaskopvliegen, ongeveer 5 tot 6 millimeter groot. Het is een Thecophora soort, een muisje, eentje met haast in het foerageren en onder de stuifmeelkorrels.
Ook al hoeft het voor de meesten van jullie niet, ik kan graag met een veldtabel gaan zitten, om er vervolgens toch niet helemaal uit te komen.
Met een foto heb je een momentopname en daar moet je het mee doen. Maar ook in het veld zelf kun je deze soort niet met zekerheid op naam brengen. Dan zou je al het klampje (Theca in Engels) moeten zien dat onderaan de buik van het vrouwtje zit en waarmee ze in de vlucht als een blikopener het achterlijf van een bij, wesp of hommel opent om daar een eitje in te leggen. De larve groeit in het gastinsect dat hieraan zal sterven.

Als je eenmaal weet hoe dat klampje uitziet, kun je de soort vervolgens verder gaan determineren. Om je een idee te geven: het borststuk moet een onbestoven streep of twee onbestoven streepjes hebben om deze vlieg in een soortgroep te kunnen plaatsen. Maar ook dit is niet te zien.
Deze Thecophora heeft veel wit of lichtgrijs aan de poten en ook aan de topjes van de antennen. Als ik alleen zou moeten gokken, zou het heel misschien het zilveren muisje, Thecophora cinerascens kunnen zijn. In Limburg is deze vlieg een algemene soort op droge graslanden en kalkgraslanden. Dus wie weet, want gefotografeerd op de Hoge Fronten, in Maastricht. Maar met gokken kun je de plank goed misslaan. Ik zal het op Thecophora sp. gaan houden.
Je kunt de volwassen vlieg, die van nectar leeft, van mei tot midden oktober vinden, op de bloemen van de composietenfamilie (Asteraceae).

Bron 1, bron 2

Thecophora sp. – Diptera – Brachycera – Muscomorpha – Schizophora – Conopoidea – Conopidae – Myopinae – Zodionini

 
 

Mooie dag

4 foto’s… Het is een mooie dag om bootje te varen of pootje te baden…

Of je wentelt je in de koele druppels van de ochtend zoals deze wenkvliegjes op de dauw van vrouwenmantel.

Blomsterphoto wenkvliegjes 2016 Soli

Blomsterphoto wenkvliegjes Soli 2016_2

Blomsterphoto Wenkvliegjes Soli 2016