Oren ( Ledra aurita)

Na een dag van binnenblijven vanwege de extreme hitte, kwam de ontlading via een heftig onweer. Een oorverdovende klap en een geluid alsof er iets van glas ontplofte en door de woonkamer vloog. Na inspectie bleek er niets aan de hand tot we ontdekten dat het internetmodem was gestorven. Wat we ook probeerden, hij ging niet meer aan! Dus ook geen televisie, oh, de serie op Canvas die we op zaterdag volgen, oh, geen Netflix voor mij op de bank met chocoladekoekjes en die koekjes zijn niks zonder Netflix. En geen telefoon. Gelukkig was er nog het mobiele telefoontje om te bellen naar de provider: maandag of dinsdag nieuw modem, want weekend. Oké, wat zijn we afhankelijk geworden! En oké, die koekjes smaakten best bij een dvd. Máár verrassing: vanochtend met de post een nieuw modem. Dat is nog eens service! Vanavond Canvas! En vandaag een blog. Over oren.

  • Oorcicade Ledra aurita
  • Hij komt algemeen voor, maar je ziet hem weinig omdat hij hogerop leeft, namelijk in bomen tussen korstmos op voornamelijk (zomer) eiken.

    Ik heb deze cicade tot voor kort nooit gezien en ik wist niet wat ik zag met die oorvormige uitsteeksels en dat platte bekje. Ik zag wel meteen dat het een cicade was, dat helpt wel met het vinden van de naam. In Frankrijk wordt hij de grote duivel genoemd, le grand diable.

    De oorcicade is de enige in zijn soort (van de subfamilie Ledrinae) die in Europa leeft en is aanzienlijk groter, namelijk tot 18 mm lang.
    Gevonden op de klimop bij mijn dochter in de tuin.

    ☘️

    _

    Uit het zomerplaatjesarchief

    Alle foto’s zijn groter aan en door te klikken in een galerij en het leukst te bekijken op F11  ➜  80 foto’s. Nu we naar het einde van de zomer gaan, vandaag is de eerste dag van de meteorologische herfst, heb ik nog een greep in de overgebleven beestjes uit mijn zomertuinarchief van 2015 gedaan. Straks weer tijd voor warme herfstbeelden  ☂ :-)  


     

    Beestjes

    Galerij van 8 foto’s, afzonderlijk aan te klikken.

    Na een hartinfarct is er gelukkig een enzovoort in het hele verhaal. Mijn conditie is bijna weer op peil. Elke dag kilometers maken. Veel in het veld. Om me heen blijven kijken en de angst laten varen.
    En nu ook een andere camera. Mijn oudje, de DSLR Canon D60, heeft het begeven en mijn macrolens past helaas alleen daarop. Dat deed en doet ook best zeer. Zo vergroeid met die camera en lens (die ik ooit kreeg voor een fles whisky(!), ben daar nog steeds blij verbaasd over) en waarmee ik de macrofotografie heb ontdekt. Nu revalideer ik met een, veel lichtere, bridge camera, met een vaste Leica lens: de Panasonic Lumix FZ200. Geen gesleep meer met extra lenzen. Een groot voordeel. Om het macrogemis wat op te heffen, heb ik er een Raynox DCR-250 bij. Dat is een voorzet macrolens die je zo op je camera klikt. Ik had ervan gehoord en samen met mijn camera maakt hij nog meer waar dan wat ik ervan verwachtte.

     

    Graphocephala fennahi, rododendroncicade

     

    Op een blad van de toverhazelaar zat de rododendroncicade, een kleurig beestje van 8 tot 9 mm.
    De rododendroncicade, een dwergcicade, komt oorspronkelijk uit Noord-Amerika maar na een introductie van plantmateriaal (jaren dertig) in het Verenigd Koninkrijk, heeft hij zich nu door heel Europa verspreid (1970). In 1983 is het eerste exemplaar in Nederland waargenomen.
    Aan het einde van de zomer maakt het vrouwtje ondiepe gleuven in de bloemknoppen van de rododendron en zet haar eitjes onder de buitenste lagen van de knoppen af. Dat is niet direct schadelijk voor de plant. Maar deze cicade draagt wel een zeer schadelijke schimmel mee waardoor de knoppen van de rododendron bruin worden en verdrogen. De dode knoppen vallen niet af; ook twijgen kunnen afsterven.

    De eitjes van de rododendroncicade overwinteren en komen in april uit. Het jonge exemplaar van de rododendroncicade, de nimf, is volledig afhankelijk van de sappen van de rododendron. De volwassen cicade die in juli verschijnt, voedt zich ook met sappen van andere planten.
    Het is een prachtig plaagbeestje dat zowel vliegt als springt. Je kunt de rododendroncicade tot november aantreffen.

     

    Bron: Wikipedia & Gardensafari

    Blomsterphoto, Graphocephala fennahi, Rododendroncicade, Soli 2013
     
     

    Verwonder(d)ing

     

    Voeten stevig op de warme grond. Beestjes kijken. Op het blad van de framboos en de wingerd. Een wonderlijk bleek, mooi beestje wandelt daar, een speldenkop. Het lijkt wel een prehistorisch beestje dat ver terug uit de tijd is aangevlogen, maar het heeft geen vleugels. Ik maak een foto terwijl het zich snel uit mijn zicht verplaatst.
    Nooit gezien, zo’n beestje en ik wil graag weten wat het is. Ik google: klein insect met penseelstaart. En krijg een giraf te zien(?)… Rare jongens, die zoekmachines.
    Bij: kever, wants, cicade, kan ik het ook al niet vinden tussen afbeeldingen van honderden wonderlijke beestjes; alleen onder: Vreemd beestje. Geen eervolle naam voor Mooi beestje.
    Vreemd beestje zit inmiddels ver onder het blad, terug naar het donker, onbespied voor nieuwsgierige ogen en lichtflitsen en zoek ik hoopvol verder onder: Nimf  van wants en cicade, want zoiets zal hij ongetwijfeld zijn, een jonkie.
    En dan krijgt Vreemd beestje eindelijk de juiste naam: Issus Coleoptratus.
    Nu, nu ik het weet, word ik overspoeld op het internet met afbeeldingen van deze jonge cicade en leer ik via een Engelstalige site dat de ‘penseelstaart’ uit wasachtige eiwitdraden bestaat, filamenten, die hij waarschijnlijk uitscheidt als hij zich net tegoed heeft gedaan aan de (verschillende) plantensappen; misschien om de druppels honingdauw veilig af te voeren om het risico van een fysieke besmetting te voorkomen.
    Fascinerend ingenieus beestje.

    Blomsterphoto Issus coleoptratus Soli 2013
     

    Nieuwe ronde, nieuwe kans…Foto’s toegevoegd op 05-06-2013. Klik voor galerij


     

    En dit is het volwassen exemplaar. Foto toegevoegd op 22-08-2013.

    Blomsterphoto, Issus coleoptratus, cicade, Soli 2013 2