Roze ogen, rode mond

Er was eens een man, een jongen nog, die de druppels niet kon laten vallen, bang om onder te gaan. Hij verzamelde ze, met roze ogen, rode mond. Er parelde geen druppel verschil.
Men dacht hem te zien, maar niemand had hem echt gezien. Met ladders kwamen ze, uiteindelijk, de man met zijn druppels halen.
Hij had ze in glazen muren gestopt met roze ogen, rode mond. Men was vol verbazing dat al die druppels bij elkaar de man, de jongen, ook van glas hadden gemaakt. Pas toen iemand brak en hij tevoorschijn kwam, liet hij de druppels vallen, een voor een. En toen hij barstte, van een mens in een man, een jongen nog, kwamen de dageraad, de dag en de nacht bij elkaar. Men zag hoe men zelf ook had verzameld, in muren die men zichzelf oogluikend had toegestaan. Daar ergens tussenin stond een kind, een jongen, een man, met roze ogen, rode mond: de nacht, de dageraad, de dag.

 

Logge druppels kou


        klik op een foto voor de galerij, click to enlarge
 

Druppels

 

De nacht is koud geweest, zo koud dat je je nog eens wilt omdraaien onder het warme dek.
Ergens in de wingerd hangt een slaperig web met druppels. Je zou ze willen aanraken om te voelen hoe koud ze zijn, maar je weet ook dat het beeld dan uit elkaar spat en er alleen een stoffig dradennest overblijft.
Je ziet een spiegel van jezelf, hoe koud het je eerst om het hart sloeg, maar hoe het je ook weer ontdooide en je legt de druppels vast. Voor later, als er alleen nog maar draden zijn en jij ooit een druppel in de tijd.

Blomsterphoto, Drops, Soli 2013