Na de regen (4 foto’s)

Myzus persicae (Groene perzikluis) & Lavendula

Deze luis is ongeveer 1,2 tot 2,6 mm lang. Aan het eind van het seizoen worden alleen gevleugelde luizen gevormd (in de zomermaanden kunnen ook gevleugelde luizen voorkomen). Deze luizen vliegen naar de winterwaardplant waarop ze na paring eieren afzetten. Ze leven niet in kolonies.

☘️

Scathophaga stercoraria (drekvlieg of strontvlieg)

De vlieg leeft van nectar en af en toe een een insect. Om het voedsel naar binnen te krijgen, gebruikt hij zijn zuigsnuit. De naam komt voort uit het feit dat de eitjes afgezet worden in mesthopen. De eitjes zijn voorzien van zijvleugeltjes, zodat ze niet meteen in de verse hoop verdwijnen.

☘️

Sierappel Malus ‘Red Sentinel’

Er ligt vaak een kat in de kroon van deze kleine boom te slapen. Na de bloei van de bloesem ontstaan kleine kersachtige appeltjes die tot in de winter aan de boom blijven hangen. De appeltjes kun je eten, maar zijn smakeloos. De lijsterachtigen eten ze graag. Ik gebruik ze als decoratie.

☘️

Neomyia sp. (Panasonic lumix & Raynox DCR-250)

Dit is een Neomyia uit de familie echte vliegen. Welke volledige benaming hij heeft, viridescensis of cornicina, is onduidelijk want dat zou je onder andere aan de vleugeladering moeten zien. Die is onzichtbaar op deze foto. En alsof het nog niet nat genoeg is, komt er nog een druppel bij…

☘️

_

Advertenties

Woeste sluipvlieg

In 3 foto’s.

‘Eén van de algemeenste sluipvliegsoorten in de Benelux is de woeste sluipvlieg. Maar het is een problematische soort, want er zijn er twee. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Lange tijd is gedacht dat je ze uit elkaar kon houden door te kijken naar de zwarte streep over het achterlijf. Bij Tachina magnicornis zou die streep breder zijn dan bij Tachina fera. Maar door de genitaliën te bestuderen heeft men vastgesteld dat dat lang niet altijd op gaat. Ook is de kleur van de pootjes bij beide soorten soms variabel. Wel zit er verschil in de antennes, maar dat valt op foto’s zelden te zien. Zonder genitaalonderzoek zul je het dus altijd moeten houden op Tachina fera of Tachina magnicornis. En ben je in Zuidelijk Europa, dan komen daar nog andere sterk gelijkende soorten bij! Overigens is Tachina magnicornis in West Europa veel zeldzamer dan Tachina fera. De laatste parasiteert op enkele grotere uilen, zoals de hyena. De ontwikkeling gaat razend snel: 10 dagen nadat het ei is gelegd kan er al een nieuwe vlieg verschijnen!’
– Tekst: Gardensafari

‘De vlieg wordt ongeveer 9 tot 16 millimeter lang, en is te herkennen aan het geeloranje achterlijf met in het midden een brede, zwarte streep. De achterlijfspunt is lichter en tegen het borststuk is een dunnere zwarte rand aanwezig. Voor het borststuk zit een opvallend, oranjerood en glanzend ‘bultje’ dat postscutellum heet. De achterzijde van de kop is fijn behaard, de ogen zijn rood van kleur. Het borststuk is grijsbruin en over het hele lichaam zit een niet erg dichte maar wel lange, zwarte en borstelige beharing, een kenmerk van veel sluipvliegen. Aan de wilde beharing heeft deze soort zijn naam te danken.’
– Tekst: Wikipedia.

‘Sluipvliegen leggen hun eitjes in of bij de larven van andere insecten. De sluipvlieglarve eet vervolgens de andere larve op. Er zijn heel veel sluipvliegsoorten (alleen al in de Benelux meer dan driehonderd!) en en elke soort is op bepaalde insectensoorten gespecialiseerd.’
Tekst: Gardensafari.

☘️

_

Dauwvliegen

Kijken of het werkt: drie vliegen in dauw en omzetten naar zwart-wit. Wat is mooier, ik weet het niet. Daarom zijn de kleurenversies ook ingevoegd, om te vergelijken. Apart is het wel, al die dauwdruppels, maar natte vliegen op naam brengen is een beetje veel gevraagd. Daarom heten ze hier ‘Dauwvliegen’. Dat dekt die lading druppels wel. Onnodig te vermelden dat je ze kunt vergroten.

in zompig gras en mat-grijs licht, wacht het botte maaien
laaien bessen in de struiken, haasten stappen op het pad
sluipen, wieken, ruisen – het park schemert wit in dauw
terwijl vleugels wachten op een lauwe wind
blaast de lucht zich hemelsblauw

soli 2018

☘️

_

Akkertje

Met dit warme zomerweer word je vanzelf langzaam. Daar hebben deze diertjes geen last van. Moet ik toch nog snel zijn, maar wel op mijn dooie akkertje…

Akkerhommel – Bombus pascuorum – Common carder bee – Ackerhummel – Bourdon des champs – Åkerhumla – Agerhumle – Trzmiel rudy

Klik om te vergroten – Click to enlarge

Klein geaderd witje – Pieris napi – Green-veined white – Rapsweißling – Piéride du navet – Rapsfjäril – Bielinek bytomkowiec – Pieride del navone

☘️

Er zijn veel wespen dit jaar. Nu zijn het nog geen plaaggeesten. Dat gaat nog komen. Ik zal wat lekkers voor ze neerzetten als we buiten gaan eten. Ik heb een raat uit het verdelgde wespennest uit de tuinkast bewaard. Het doet pijn als ik het zie, maar als het groter was geworden… houd ik mij voor. Maar ik voel me schuldig. Ik had met de camera nooit zo dicht bij een levend nest kunnen komen, toch voelde het niet fijn. Insecten zijn het mooist in hun natuurlijke omgeving en de sport is om ze daar zo goed mogelijk in te ‘vangen’.

Klik om te vergroten – Click to enlarge

Een schorpioenvlieg ritselt als hij op jacht is, heb ik gemerkt, gelukkig zit hij ook wel eens stil gewoon heel erg prachtig te wezen. Dit diertje verdient de schoonheidsprijs. Overigens is deze gewone schorpioenvlieg een vrouwtje. Het mannetje is mij tot nu toe te snel af.

Gewone schorpioenvlieg – Panorpa communis – Common scorpionfly – Gemeine Skorpionsfliege – Mouche scorpion – Vanlig skorpionslända

☘️

Het onderwerp van de laatste foto is wat groter dan de onderwerpen die ik normaliter fotografeer, maar ze lag zo lekker lui dat ik haar niet kon weerstaan. Saartje doet geen vlieg kwaad. Als ze maar ergens kan gaan liggen, is het allemaal goed. Niet helemaal waar. Ze vind het heerlijk om kopjes te komen geven als ik net scherp heb gesteld of strijkt met haar staart het insect het beeld uit.

☘️

2018 – Macrofotografie – Soli

_

Thecophora

Vaak is het moeilijk om een vlieg goed te herkennen. Neem nu deze grappig uitziende, kleine vlieg uit de familie van de blaaskopvliegen, ongeveer 5 tot 6 millimeter groot. Het is een Thecophora soort, een muisje, eentje met haast in het foerageren en onder de stuifmeelkorrels.
Ook al hoeft het voor de meesten van jullie niet, ik kan graag met een veldtabel gaan zitten, om er vervolgens toch niet helemaal uit te komen.
Met een foto heb je een momentopname en daar moet je het mee doen. Maar ook in het veld zelf kun je deze soort niet met zekerheid op naam brengen. Dan zou je al het klampje (Theca in Engels) moeten zien dat onderaan de buik van het vrouwtje zit en waarmee ze in de vlucht als een blikopener het achterlijf van een bij, wesp of hommel opent om daar een eitje in te leggen. De larve groeit in het gastinsect dat hieraan zal sterven.

Als je eenmaal weet hoe dat klampje uitziet, kun je de soort vervolgens verder gaan determineren. Om je een idee te geven: het borststuk moet een onbestoven streep of twee onbestoven streepjes hebben om deze vlieg in een soortgroep te kunnen plaatsen. Maar ook dit is niet te zien.
Deze Thecophora heeft veel wit of lichtgrijs aan de poten en ook aan de topjes van de antennen. Als ik alleen zou moeten gokken, zou het heel misschien het zilveren muisje, Thecophora cinerascens kunnen zijn. In Limburg is deze vlieg een algemene soort op droge graslanden en kalkgraslanden. Dus wie weet, want gefotografeerd op de Hoge Fronten, in Maastricht. Maar met gokken kun je de plank goed misslaan. Ik zal het op Thecophora sp. gaan houden.
Je kunt de volwassen vlieg, die van nectar leeft, van mei tot midden oktober vinden, op de bloemen van de composietenfamilie (Asteraceae).

Bron 1, bron 2

Thecophora sp. – Diptera – Brachycera – Muscomorpha – Schizophora – Conopoidea – Conopidae – Myopinae – Zodionini

 
 

Op de munt

In 2 foto’s.

Een kleine groene vlieg op de bloeiende munt en onder het stuifmeel. De meest voorkomende groene vlieg is de groene vleesvlieg, oftewel een Lucilia soort uit de familie bromvliegen, de Calliphoridae. Deze vlieg was kleiner dan de lucilia die ik het meest zie en meer gedrongen, meer behaard. Hij liet zich niet storen. Heerlijk, met mijn neus in de munt.