Rondje wantsen in en om de tuin (2)

Na Een rondje wantsen in en om de tuin deel 1 is het tijd voor deel 2. Iets meer dan een jaar later. Natuurlijk zijn er dit jaar eerder wantsen in beeld gekomen in Blomsterphoto; je kunt bijvoorbeeld wantsen intikken in het zoekmenu hier vlak naast of het woord wantsen aanklikken in de tagwolk als je ze allemaal wilt zien, maar in dit blog komen de wantsen van 2019 aan bod die ik nog niet heb geplaatst. Heb je geen tijd, scrol dan niet snel door dit blog, maar kom een ander keertje terug. Het zijn veel foto’s (21) en er zit veel werk in de uitvoering: Door de html die ik heb gebruikt, wordt het een rommeltje op het beeldscherm van een telefoon. Op een groter beeldscherm ziet het er keurig netjes uit :-))
Alle foto’s zijn te vergroten door erop te klikken.

kaneelglasvleugelwants – nimf

Kaneelglasvleugelwants – Corizus hyoscyami

Het was even zoeken om bovenstaande wants op naam te brengen. Ik vond deze nimf op het koninginnenkruid in de tuin.
De kaneelglasvleugelwants leeft in allerlei open en half open kruiden­- en grasvegetaties. Wordt gevonden in natuurgebieden, maar ook in allerlei ruigere graslanden, zoals wegbermen en overhoekjes. Zo’n ruiger gebied hebben wij inmiddels naast onze tuin. De volwassen kaneelglasvleugelwants ken ik, maar de nimf heb ik niet eerder gezien. (Brontekst: Waarneming.)

Heidenysius

Heidenysiys – Nysius ericae

De heidenysius is een grijsbruine bodemwants die 3,5 – 4,5 mm lang is. Ondanks zijn naam, Nysius ericae (ericae is afgeleid van erica = heide) komt hij op veel plantensoorten voor. Onder andere op planten uit de composietenfamilie (Asteraceae), waar hij aan de zaden zuigt. (Ik vond deze wants dan ook in de tuin.) Ze overwinteren als ei, maar er kunnen ’s winters ook volwassen wantsen worden aangetroffen. Er zijn twee generaties.
(Brontekst: Wikipedia.)
In mijn archief heb ik deze wants aangemerkt als Nysius sp. maar dankzij Berend Aukema van waarneming.nl is deze wants op de juiste naam gebracht.

Koolschildwants

Koolschildwants -Eurydema oleracea

De koolschildwants komt in allerlei biotopen voor, mits er veel kruisbloemigen aanwezig zijn. Kan onder meer in groot aantal voorkomen in wegbermen en op braakliggende akkers. (Brontekst: Waarneming.) Deze wantsen kwam ik inderdaad en masse tegen tijdens een wandeling. Leuk is dat je zowel het volwassen exemplaar (adult) als de jonge wants (nimf) op één foto kunt zien.

Bessenschildwants

Bessenschildwants – Dolycoris baccarum

Niet in onze tuin, maar in die van mijn dochter, vond ik in alle vroegte deze bessenschildwants in het gras. Hij kroop traag omhoog richting zon en spreidde zijn vleugels om te drogen.
De bessenschildwants komt voor in allerlei kruidenrijke biotopen, onder andere veel in bloemrijke graslanden, ook in tuinen en parken.
Deze wants overwintert als adult en kan gedurende een groot deel van het jaar als volwassen dier worden gevonden. De meeste waarnemingen komen uit de periode april tot november. De enige schildwants met een behaard halsschild. Ook de nimfen zijn behaard zoals je hieronder goed kunt zien. (Brontekst: Waarneming).

Bessenschildwants nimf

Voorjaarseikenblindwants

Voorjaarseikenblindwants – Harpocera thoracica

Nogal een stoffig exemplaar. Ik denk dat hij in spinrag heeft gezeten. Hij leek er weinig last van te hebben. Hij vloog weg toen hij genoeg van mij had :-)
Deze blindwants is 6-6,8 mm groot. Voedsel: zomereik, wintereik en incidenteel bladluizen. De volwassen wantsen worden waargenomen in bossen, houtwallen, parken en tuinen van begin april tot eind juni (vrouwtjes soms langer). Een generatie per jaar. Je noemt deze soort blindwants omdat de puntogen, die veel, niet alle, wantsen hebben, op de kop ontbreken. (Brontekst: Waarneming).

Meidoornkielwants en groene stinkwants

Meidoornkielwants – Acanthosoma haemorrhoidale                                                   Groene stinkwants – Palomena prasina

In de lavendel, onder de rozen, zat de meidoornkielwants. Hij zat wat verscholen en ik dacht even door het groen dat ik met de groene stinkwants te maken had. Maar toen ik door mijn knieën ging, kwam het besef dat het een andere wants was. Andere vorm, veel rood. Te vinden in allerlei biotopen met opslag van struiken en bomen. Leeft op allerlei besdragende struiken en bomen en wordt vaak op meidoorn, maar ook op lijsterbes en vogelkers aangetroffen.
Deze forse wants, 14,0-­17,0 mm, overwintert als adult en kan het gehele jaar als volwassen dier worden aangetroffen. De adulten van de nieuwe generatie verschijnen halverwege de zomer en het merendeel van de waarnemingen komt uit de maanden juni tot en met oktober.
(Brontekst: Waarneming).
De foto van de groene stinkwants is om het verschil te duiden in beeld en komt uit een blog van vorig jaar waarin ik de verschillende stadia van deze wants laat zien. Voor wie interesse heeft, het blog staat hier.

Pyjamaschildwants

Pyjamaschildwants – Graphosoma italicum

Vroeger was deze wants best zeldzaam in Nederland, maar tegenwoordig komt hij wijdverspreid voor. Ik kom de gestreepte wantsen regelmatig tegen, maar dit jaar opvallend meer. De copulerende pyjamaschildwantsen heb ik in de tuin van vrienden gefotografeerd.
De pyjamaschildwants leeft van diverse schermbloemigen en is vaak op de bloemschermen van wilde peen, pastinaak, engelwortel en zevenblad te vinden. Het is een typische boomwants die niet vaak op de bodem komt en het meest wordt gevonden in ruige, meestal droge en zonbeschenen kruidenvegetaties en graslanden. Zonnige plekken hebben de voorkeur en bij bewolking blijven de wantsen in de schuilplaatsen zitten zoals scheuren in boombast. (Brontekst: Wikipedia.)

Grasbloemwants

Grasbloemwants – Stenotus binotatus

Even buiten de tuin van vrienden vond ik deze grasbloemwantsen. Zowel de volwassen exemplaren als de nimfen. Altijd fijn als ik ze naast elkaar kan laten zien. Grasbloemwantsen zijn blindwantsen.
Ze zijn 5,7-7,2 mm groot. Ze leven in verschillende biotopen (wegbermen, hooiland, langs bospaden) op grassen.
Jonge nimfen zuigen aan vegatieve delen, oudere nimfen en volwassen wantsen zuigen aan de rijpende zaden in de bloem.
De volwassen wantsen worden waargenomen van eind mei tot eind september. Het mannetje is geelbruin. Het vrouwtje is grijsgroen tot geel.
Op de foto hieronder zie je de geelbruine man, de grijsgroene vrouw en het geelgroene kind bij elkaar.
(Brontekst: Waarneming.)

Grasbloemwantsen ♂ – ♀ – nimf

Smalle randwants

Smalle randwants – Gonocerus acuteangulatus

De smalle randwants is 12­-15 mm groot. Makkelijk te herkennen aan de hoekige schouders en de egaal gekleurde oranjebruine poten (de dijen en schenen hebben dezelfde kleur). Heeft in vergelijking met de zuringrandwants, Coreus marginatus, een smaller achterlijf en aan de voorkant van de kop tussen de antennen geen stekels.
Deze wants leeft in onbeschenen struwelen en bosranden met loofhout, met een voorkeur voor besdragende struiken zoals meidoorn, lijsterbes, vogelkers en vuilboom. De volwassen exemplaren kunnen het hele jaar worden aangetroffen.
(Brontekst: Waarneming.)
De wantsen vond ik in de tuin. Het volwassen exemplaar heeft zeker een halve dag op een blad gezeten. De nimf van de smalle randwants heeft een opvallend, grappig uiterlijk. Hij zat op een glazen pot op de tuintafel.

Vuurwants

Vuurwants Pyrrhocoris apterus

De wetenschappelijke naam van de wants komt uit het Grieks en betekent letterlijk rood insect (Pyrrho-coris) zonder vleugels (a-pterus). De Nederlandse naam dankt hij aan de kenmerkende tekening van helder rode kleur afgewisseld met afstekende diepzwarte delen.
Eigenlijk schenk ik nauwelijks aandacht aan de vuurwantsen of eigenlijk wel want ik haal ze regelmatig uit de vijver en ik moet opletten dat ik ze niet vertrap, zoveel zitten er in de tuin. Je kunt er niet naast kijken. Maar er is veel interessants over de vuurwants te vinden.
De vuurwants heeft 2 generaties per jaar, ze komen rond mei uit hun winterkwartier en zoeken elkaar op voor de paring. Wat met name opvalt aan de paring is de duur, de vuurwants kent een zeer lange paring. Dit komt wel meer voor bij insecten, de mannetjes blijven lang aan het vrouwtje gehecht zodat ze niet met andere mannetjes kan paren. Het komt ook voor dat een mannetje probeert meerdere eilegsels van een enkel vrouwtje te bevruchten, om te voorkomen dat ze zijn spermapakketje uitwerpt of om grote hoeveelheden zaadcellen over te brengen zodat de bevruchtingskans groter wordt. De paring van de vuurwants kan extreem lang duren, uit veldwaarnemingen blijkt dat de helft van de koppeltjes 12 uur of langer copuleert en dit zelfs kan oplopen tot zeven dagen. Uit onderzoek blijkt dat de mannetjes een dergelijke lange paring gebruiken om te voorkomen dat vrouwtjes met andere mannetjes paren. Omdat de vuurwants vaak in groepen leeft is de concurrentie tussen de mannetjes groter dan bij andere insecten.
(Brontekst: Wikipedia.)

Ze kunnen niet vliegen en houden van warmte. Opvallend is dat ze net zoals bij de blindwants geen puntogen op de kop hebben.



Bruine getande randwants – Coriomeris denticulatus

Geblokte glasvleugelwants – Rhopalus subrufus

De bruine getande randwants is roodachtig bruin van kleur en heeft borstelharen. Vooral op het halsschild, maar ook op poten en voelsprieten. De randen van het halsschild zijn bedekt met witte tanden. Op het onderste deel van de dijen van de achterpoten zijn twee grote en een aantal kleinere tanden. De dieren leven op verschillende planten uit de vlinderbloemenfamilie.
De lengte van deze wants is 8 – 9,5 mm.
(Brontekst: Wikipedia.)

De geblokte glasvleugelwants is een kleine, kleurige wants. Kop, poot en borststuk zijn oranje bruin, schild en punten van de voorvleugels zijn rood. Het voorste gedeelte van de voorvleugels wit, maar transparant. Achtervleugels geheel transparant. Lengte is 7,5 mm. De gehele wants is tamelijk zwaar behaard. Overwintert als volwassen insect en leeft vrij lang. Volwassen dieren en de larven kunnen daarom gelijktijdig worden gezien. (Brontekst: Gardensafari.)

☘️

Dank voor je aandacht en tot de volgende keer,

Dianne

_

Advertenties

April

is alweer bijna voorbij. En ik merk dat ik het moeilijk vind om weer voor een blog te gaan zitten. Er is zoveel gebeurd dat bloggen niet meer in mijn systeem zit. Van uitstel komt meestal een – nog – langer afstel en ik heb toch wel veel moois gezien onderweg dat ik graag wil laten zien.

☘️

Voor de kleine ooievaarsbek ‘hangt’ de zwartborstelwolzwever. Hij lijkt stil te hangen, maar de vleugels slaan ongeveer 300x per seconde.

☘️

Waar ik ook kijk, zie ik een bessenwants of bessenschildwants. Het lijkt wel of het er meer zijn dan in andere jaren. Maar misschien zitten ze meer voor mijn neus. De eitjes worden in het voorjaar gelegd.

☘️

En hoewel ze soms minder opvallen dan bovenstaande schildwants, zie ik ook andere wantsen. De bruine getande randwants heb ik nog nooit eerder voor mijn lens gehad. De brilglasvleugelwants wel.

☘️

En ook de kaneelglasvleugelwants en de geblokte glasvleugelwants zijn oude bekenden. Rood valt wat meer in het oog.

☘️

Halyzia sedecimguttata, het meeldauwlieveheersbeestje, de naam zegt het al, leeft van meeldauw. Al vliegend verspreidt hij ook meeldauw. Opvallend is de oranje kleur en de lichte randen van de dekschilden in het midden. De schildranden zijn verplat en enigszins doorzichtig en ook de voelsprieten zijn wat langer dan bij andere soorten. Hij is algemeen, maar niet overal.

☘️

Als afsluiter voor vandaag, want heb uiteraard nog veel meer en ik wil zeker sneller terugkomen, is een foto van de Panemeria tenebrata, de dwerghuismoeder. Dwerghuismoeders, want zijn er twee. Op zuring. De dwerghuismoeder is een dagactieve nachtvlinder die vooral vliegt als het zonnig weer is. De vlinder overwintert als pop onder de grond.

Dank voor jullie belangstelling en tot ziens.
Groet, Dianne

☘️

_

Rondje wantsen in en om de tuin

Let op, dit is een lang blog. Alleen voor wie zich de tijd wil nemen… Alle foto’s zijn aan te klikken voor een groter formaat.

Vuurwants

Deze wants is voornamelijk een planteneter die soms dode of levende insecten eet die hij uitzuigt. De wants kan niet vliegen en is soms massaal aan te treffen bij lindebomen en andere planten die gegeten worden.

De kleine pad heeft de droge hitte niet overleefd en wespen en vliegen hebben zich al flink tegoed gedaan. De vuurwants is op onderzoek naar iets dat meer van zijn gading is en vindt dat al spoedig in de vorm van een dode zweefvlieg.
De wetenschappelijke naam van de wants komt uit het Grieks en betekent letterlijk rood insect (Pyrrho-coris) zonder vleugels (a-pterus)



Pyjamaschildwants

Pyjamaschildwants Graphosoma lineatum

Nog zo’n mooie rode wants – speciaal voor Henk :-) – is de Pyjamaschildwants. De tekening van deze schildwants is kenmerkend en bestaat uit een knalrode basiskleur met brede zwarte lengtestrepen over de gehele bovenzijde van het lichaam. Niet gemakkelijk over het hoofd te zien. Hij leeft van diverse schermbloemigen en houdt van zon. Bij bewolking blijven deze wantsen in hun schuilplaats, zoals scheuren in boombast. Je zult hem niet vaak op de grond aantreffen.


Geblokte glasvleugelwants

De Geblokte glasvleugelwants is algemeen en in een groot deel van Nederland te vinden. Naar het noorden toe ontbrekend of zeer zeldzaam. Op de waddeneilanden alleen van Texel bekend. De belangrijkste waardplant lijkt Robertskruid te zijn.


Lindenspitskop

Lindenspitskop Oxycarenus lavaterae

De bodemwantsen (Lygaeidae) leven vooral op de bodem van zaden (niet alle soorten) en hebben vaak wat sombere kleuren (grijs, zwart, bruintinten). Deze wants is een westmediterrane soort. Ook op het Arabisch schiereiland en in tropisch en zuidelijk Afrika. Nu ten noorden van de Alpen (Hongarije, Zwitserland, Oostenrijk, Zuid-Duitsland, noordelijk van Berlijn, maar ook in Parijs). Vermoedelijk door versleping met plantmateriaal van linde, in combinatie met warmer wordende omstandigheden, is deze wants in hier uiteindelijk terechtgekomen. In 2016 een waarneming in Limburg. In België zijn er meerdere waarnemingen in de omgeving van Kortrijk.*

Lindenspitskop – Oxycarenus lavaterae

* Dit betekent dat ik beter moet opletten: deze zeer zeldzame wants heb ik 1 oktober 2017 in de tuin aangetroffen, maar omdat ik nog moest uitzoeken welke soort, is hij in de vergetelheid van het archiefmateriaal terechtgekomen. De lindenspitskop. Ik hoop dat ik hem nog een keer zie.


Gewone rookwants & Bonte zandrookwants

Voorkomen: In Nederland is de gewone rookwants in 1987 voor het eerst waargenomen en heeft zich daarna snel uitgebreid. Hij is nu algemeen in de zuidoostelijke helft van Nederland. Europa, Noord-Afrika. Naar het oosten tot in Klein-Azië en rond de Kaspische Zee, Oost-Azië. Versleept naar Noord-Amerika.
Ontwikkeling: Een nieuwe generatie volwassen wantsen verschijnt vanaf juli. Eén generatie in een jaar.
Biotoop: Open halfschaduwrijke plekken zoals aan de rand van loofbossen, maar ook in bouwland.
Overwintering: De volwassen wantsen overwinteren. Ze overwinteren ook in huizen.
Voedsel: Polyfaag. Leeft van zaden van vele plantensoorten, zoals aardbei, brandnetel, alsem, iep, populier.

Voorkomen: In Nederland is de bonte zandrookwants zeer algemeen, behalve in het noorden. Komt voor in Europa en Noord-Afrika en van het oosten tot Klein-Azië en de Kaukasus.
Ontwikkeling: Een nieuwe generatie volwassen wantsen verschijnt vanaf augustus. Er is één generatie in een jaar.
Biotoop: Open, warme leefgebieden met een zandbodem of een rotsachtige bodem.
Overwintering: De volwassen wantsen overwinteren.
Voedsel: Polyfaag.
Zuigt aan liggende zaden van allerlei planten, waarschijnlijk geen voorkeur voor een plantensoort. In zijn leefgebied groeien struikhei, brem en wilde averuit.















Zuringrandwants – Grauwe schildwants – Groene stinkwants

Deze drie schildwantsen tref ik ook regelmatig aan:

  • De zuringrandwants
  • is een forse tabaksbruine randwants van 11­-15 mm. Overwintert als adult en heeft één generatie per jaar. Adulten kunnen het hele jaar gevonden worden, maar er is sprake van een duidelijke voorjaarspiek van april tot juni (overwinteraars) en een najaarspiek van de nieuwe generatie in augustus en september.

  • De grauwe schildwants
  • is ook al zo’n forse wants van 13,5 tot 16 mm. Hij was tot begin deze eeuw alleen bekend van vermoedelijk geïmporteerde dieren. De soort heeft zich echter sindsdien in Nederland gevestigd en is nu algemeen in Limburg, Noord­-Brabant, oostelijk Gelderland en Overijssel. Buiten dit gebied zijn verspreide waarnemingen bekend en waarschijnlijk zal de soort zich verder uitbreiden richting het noorden en het westen. Overwintert als adult en is al vroeg in het jaar actief met een duidelijke piek in maart en april. Dieren van de nieuwe generatie vertonen een piek in de waarnemingen in de periode van augustus tot in oktober.

  • Groene schildwants
  • Deze twee zaten gezellig bij elkaar. Wie weet wat daar nog van komt. Er moeten er heel veel in de tuin zitten, de nimfen die ik overal zag en waar ik een blog over heb gemaakt, zullen nu volwassen zijn. Deze wants overwintert als adult en wordt door het hele jaar gevonden, maar de meeste waarnemingen komen uit de periode maart tot november met een piek in de maanden juli, augustus en september.



    Zwervende bochelwants

    Is dat nou geen leuke naam voor deze blindwants?

    Zwervende bochelwants Dicyphus errans

    Deze blindwantsen zijn algemeen in Nederland. Ze leven van allerlei kruidenrijke biotopen, doorgaans van behaarde planten en hebben prooien als bladluizen, spintmijten en tripsen. Ik zie ze het meest op de goudsbloemen en de ooievaarsbek.
    Volwassen wantsen zijn waargenomen van eind april tot midden november. Waarschijnlijk twee generaties in een jaar. De volwassen wants overwintert.




    Harig-wilgenroosjebochelwants

    Harig-wilgenroosjebochelwants Dicyphus epilobii

    Ook een blindwants die met de zwervende bochelwants op de vorige foto’s verward kan worden. Komt algemeen voor in Nederland op een natte, voedselrijke bodem (oevers, moerassige plekken). Volwassen wantsen zijn waargenomen van mei tot midden oktober. Twee generaties per jaar, overwintert als ei. Voedsel is zoöfytofaag: Harig wilgenroosje (Epilobium hirsutum).



    Streepdijblindwants

    Hij valt niet zo op, deze donkere blindwants, maar is een vaste bezoeker van de tuin. Een langwerpige of ovale wants. De dijen zijn met zwarte stippen. De stekels op de schenen staan in zwarte stippen. Die stippen zijn groot in de buurt van de dij en worden naar de tarsus (‘voet’) toe kleiner.



    Bosandoornblindwants

    De wantsen uit dit genus hebben een zwarte streep/vlek achter de ogen. Dit is een lichtgroene wants, fijn witachtig behaard. Van de groene voorvleugels heeft de clavus (onderdeel van de voorvleugel, langs het schildje) een zwarte stip op de punt. Hij heeft lichte, groenachtige poten. In Nederland is deze wants gewoon, maar niet overal bekend. Hij komt voor op beschaduwde plaatsen op bosandoorn, maar ook op andere behaarde planten als beklierde kogeldistel, distel, longkruid, vederdistel en tuinplanten als rotsooievaarsbek, kattenkruid en kleverige salie. Hier zitten ze op Goudsbloem.
    De volwassen wantsen worden waargenomen van half april tot in oktober. Minstens twee generaties per jaar. De overwintering is als ei of als nimf.


    Slanke diksprietblindwants

    Het komt niet zo vaak voor dat ik de adult van deze blindwants én de nimf op een blad zie en ook nog zo dicht bij elkaar waardoor ik ze redelijk scherp kon fotograferen.

    Slanke diksprietblindwants Heterotoma planicornis

    Je vindt ze op struiken en kruiden, vooral heggen en houtwallen, zoals braam, brem, grote brandnetel, liguster en houtige rosaceae. Incidenteel op loofbomen. Ze zuigen aan vruchten en knoppen en insecten als bladluizen, bladvlooien, eieren van rupsen en bladhaantjes en rupsen van spinselmotten. Hier zaten ze op blad van de tuinkorenbloem.
    De volwassen wantsen worden waargenomen van begin juni tot in oktober. Ze overwinteren als ei, er is één generatie per jaar.



    Weideschaduwwants en brandnetelblindwants

    Ook deze twee wantsen vind ik met enige regelmaat in de tuin terug.

    Voorkomen: Algemeen in Nederland. Palearctisch: Europa, Azië, Noord-Afrika, India
    Biotoop: Bosranden, kaalslagen, akkers, wegbermen en ruderale plekken.
    Ontwikkeling: Een of twee generaties in een jaar. Eerste generatie volwassen wantsen vanaf juni, tweede generatie volwassen wantsen vanaf september.
    Overwintering: Als volwassen wants.
    Voedsel: Polyfaag: Allerlei kruidachtige planten en struiken. Bijvoorbeeld bijvoet, ganzevoet, struikheide.

    Voorkomen: Algemeen in Nederland. Palearctisch: Europa, Azië (Midden-Oosten, Centraal-Azië, de Kaukasus).
    Biotoop: Plekken met brandnetel als bosranden, houtwallen, wegbermen, akkers, ruderale plekken.
    Ontwikkeling: Eén generatie per jaar. De nieuwe generatie volwassen wantsen vanaf juli. (In kassen meerdere generaties)
    Overwintering: Als volwassen wants.
    Voedsel: Fytofaag: Grote brandnetel, kleine brandnetel. In kassen kunnen ze schadelijk zijn voor o.a. paprika.












    De nimfen van de lygus soorten, zoals de weideschaduwwants en de brandnetelblindwants hierboven, zijn heel moeilijk van elkaar te onderscheiden. Mijn vermoeden is dat dit een nimf van de brandnetelblindwants is, maar is dus slechts een vermoeden.

    Lygus sp.



    Grote bonte graswants

    Grote bonte graswants Leptopterna dolabrata

    Ze leven in min of meer vochtige biotopen met hoge grassen. De Stenodemini blindwantsen zijn vooral langgerekt, waardoor ze in het gras niet opvallen. Er is een generatie per jaar, te zien vanaf mei tot augustus. Hij overwintert als ei in de lagere delen van de grasstengels.



    Rode halsbandwants

    Rode halsbandwants Deraeocoris ruber

    Tot slot de rode halsbandwants die ik meerdere malen heb mogen fotograferen. Hij staat ook elders op dit blog. Voor alle wantsen samen kun je in de tagwolk op ‘wantsen’ klikken. Er zitten een paar mooie tussen, onder andere met dauw. Er is nog een hele wereld aan wantsen te fotograferen. Intrigerende beestjes die ik uiteraard niet allemaal voor de camera heb mogen krijgen. Dat wordt zoeken en genieten.
    De rode halsbandwants komt algemeen in Nederland voor. Niet op de waddeneilanden. Je vindt hem in bermen en ruigtes met kruiden, onder andere op boerenbormkruid en grote brandnetel, maar ook wel in struiken en bomen. Er is een generatie per jaar van juni tot oktober en hij overwintert als ei. Deze blindwants houdt van bladluizen.



    Ik hoop dat ik alle namen goed heb. De informatie komt van waarneming.nl, waar een schatkist aan beeldmateriaal en informatie staat.

    ☘️

    _

    Groene stinkwants

    In de verschillende stadia, van nimf tot imago. 6 Foto’s juni-juli 2018

    De groene schildwants (Palomena prasina), ook wel groene stinkwants, stinkwants of groene wants genoemd, is een insect uit de onderorde wantsen en de familie schildwantsen (Pentatomidae).
    De juvenielen van deze wants kennen een onvolledige gedaantewisseling. Ze zijn vleugelloos maar lijken al wat op de volwassen exemplaren. Vanuit het eitje hebben ze al direct twee antennes en zes pootjes, maar de lichaamsvorm is dan nog boller. Elke stap naar volwassenheid bestaat uit een vervelling.

    Zijn naam dankt deze wants aan de overwegend groene kleur, alleen aan de achterzijde van het lijf zijn de vliesachtige vleugelpunten bruin, de onderzijde van het lichaam is meer bruinrood van kleur. (Maar vlak voor de winterslaap kleurt de wants van groen naar bruin om in het voorjaar weer de groene kleur te krijgen. Als hij groen zou blijven, valt hij teveel op in de scheuren van de bomen waarin de overwintering plaatsvindt.)

    Hieronder staan de beelden van de verschillende stadia van deze wants. Van klein naar groter.

    Click to enlarge – Klik om te vergroten

    Het tweede deel van de naam, stinkwants, slaat op de stinkende stof die uit klieren aan de zijkant van het borststuk wordt afgescheiden als verdediging.

    De groene wants is algemeen in grote delen van Europa en komt ook in België en Nederland algemeen voor.
    Bron: Wikipedia

    Palomena prasina – Groene stinkwants – Grüne Stinkwanze – Green shield bug – Punaise verte – Cimice verde – Grön bärfis – Grønn stinktege ☘️

    _

    Halsbandwantsen

    4 foto’s.
    Momenteel zitten er veel wantsen in de tuin. Dit is de meest opvallende, de rode halsbandwants (Deraeocoris ruber). Met zo’n bruinrode kleur is hij niet over het hoofd te zien. Laatst fotografeerde ik ook de nimf van deze wants en maakte er een blogje over: Mini monster. Het volwassen exemplaar (imago) zat in de buurt.  (Klik om te vergroten.)

    Tot mijn verbazing vond ik ook een donkere wants op de stokroos, nog niet helemaal volwassen zo te zien. De vleugels lijken iets beschadigd te zijn. In ieder geval zitten ze goed in de kreukels. Waarschijnlijk is dit het mannetje van de esdoornhalsbandwants (Deraeocoris flavilinea).
    Het halsschild heeft voor en achter een lichte rand. En dat heeft de donkere variant van de rode halsbandwants niet.  (Klik om te vergroten.)

    Dit zijn blindwantsen, familie Miridae. Blindwantsen hebben geen ocelli. Vandaar de naam Blindwantsen. Ocelli zijn puntogen op de kop. Veel wantsen, niet alle, hebben er twee of drie.

    ☘️

    Juni 2018

    _

    Mini monster

    In 3 foto’s.
    Een klein beetje beweging is genoeg om te worden gespot, maar toen dit kleine insect in de gaten had dat ik wel erg dichtbij kwam, ging het aan de wandel. En dat zijn eigenlijk veel leukere beelden. Dit is een jonge blindwants, een nimf. Het is een jonge rode halsbandwants. Zo ziet deze wants uit als hij nog aan het kleuteren is. Als hij wat ouder is, verliest hij zijn wilde haren en wordt glanzend rood-oranje tot soms zwart met oranje vlekken.
    Toch al heel wat jaren geleden (2013) dat ik het volwassen exemplaar voor mijn lens kreeg.

    2018 – Macrofotografie – Wants – Blindwants – Rode halsbandwants – Deraeocoris ruber – Natuur – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Raynox DCR-250 – Soli

    _

    Plezier

    Het mooiste, gretigste licht is het licht dat je kan vangen en op je gezicht mee naar huis kunt nemen.’  ©Soli 2018

    Nog niet zo lang geleden, keek ik het nieuwe gewas zowat uit de grond, zo verlangend naar de lente na een lange winter. Nu weet ik niet waar ik kijken moet. Het is een groot bont feest in en om de tuin.

    Het gras staat vol met madelief en ereprijs. Het speenkruid bloeit in duizend zonnen. En heeft bezoek van een bladwesp en een wilde bij.
    De pioenroos steekt haar rode blad al boven de grond en is de schuilplaats van een beregende bloemvlieg.    ~ klik ~

    De pol bosanemoontjes uit de tuin van mijn moeder doet het goed. De kleine veldkers heeft zich in de pot met tijm genesteld, het is zo’n fotogeniek bloemetje. Het longkruid krijgt steeds meer bloemen en maakt al meer blad. In de ribes zoemt het van jewelste. Deze honingbij zat een halve seconde langer voor mijn neus dan de rest. En de dotterbloemen, de dotterbloemen groeien bijna uit de vijver.     ~ klik ~


    In de ranonkelstruik vond ik een zuringrandwants (Coreus marginatus) uit de familie randwantsen. Hij zuigt plantensappen en wacht op de bessen. De wilde viooltjes bloeien en in de gecultiveerde viool zat een spin goed op haar plek totdat ik haar stoorde. De mug bleek onverstoord.
    Ik houd van blauwe druifjes, vooral als ze nog strak in de knop zitten. Er is al zoveel.     ~ klik ~


    De temperaturen wisselen nog, het regent af en toe met bakken uit de hemel, maar het is onmiskenbaar lente. En de lente maakt haast.

    ☘️

    _