Oren ( Ledra aurita)

Na een dag van binnenblijven vanwege de extreme hitte, kwam de ontlading via een heftig onweer. Een oorverdovende klap en een geluid alsof er iets van glas ontplofte en door de woonkamer vloog. Na inspectie bleek er niets aan de hand tot we ontdekten dat het internetmodem was gestorven. Wat we ook probeerden, hij ging niet meer aan! Dus ook geen televisie, oh, de serie op Canvas die we op zaterdag volgen, oh, geen Netflix voor mij op de bank met chocoladekoekjes en die koekjes zijn niks zonder Netflix. En geen telefoon. Gelukkig was er nog het mobiele telefoontje om te bellen naar de provider: maandag of dinsdag nieuw modem, want weekend. Oké, wat zijn we afhankelijk geworden! En oké, die koekjes smaakten best bij een dvd. Máár verrassing: vanochtend met de post een nieuw modem. Dat is nog eens service! Vanavond Canvas! En vandaag een blog. Over oren.

  • Oorcicade Ledra aurita
  • Hij komt algemeen voor, maar je ziet hem weinig omdat hij hogerop leeft, namelijk in bomen tussen korstmos op voornamelijk (zomer) eiken.

    Ik heb deze cicade tot voor kort nooit gezien en ik wist niet wat ik zag met die oorvormige uitsteeksels en dat platte bekje. Ik zag wel meteen dat het een cicade was, dat helpt wel met het vinden van de naam. In Frankrijk wordt hij de grote duivel genoemd, le grand diable.

    De oorcicade is de enige in zijn soort (van de subfamilie Ledrinae) die in Europa leeft en is aanzienlijk groter, namelijk tot 18 mm lang.
    Gevonden op de klimop bij mijn dochter in de tuin.

    ☘️

    _

    Advertenties

    Vlinders

    In dit blog:
    ✓ Metaalvlinder ✓ Vijfvlek-sint-jansvlinder ✓ Sint-jansvlinder ✓ Bonte beer ✓ Dambordje ✓ Koevinkje ✓ Hooibeestje ✓ Tweekleurig hooibeestje ✓ Bruin zandoogje ✓ Dwergblauwtje ✓Gouden langsprietmot ✓ Dwergdikkopje ✓ Groot dikkopje ✓ Zwartsprietdikkopje

    Ik zou ze bij ons in Zuid-Limburg kunnen aantreffen, deze dag- en nachtvlinders. Maar ik vond ze in de Eifel, op nog geen anderhalf uur van ons huis, tijdens een tweedaags bezoek aan vrienden. Helaas betrokken en winderig weer, maar vlinders op elke bloem als maar even de zon doorbrak. Heel voorzichtig heb ik de bloemen proberen stil te houden met een hand om met de andere hand te kunnen fotograferen. Sommige vlinders zijn hier zeldzaam tot zeer zeldzaam, maar in de Eifel is van die zeldzaamheid geen sprake. Ik heb zeker nog een aantal vlinders gemist vanwege het bewolkte koele weer, maar onze vrienden zullen het beslist niet erg vinden om nog eens een keer met mij en J. het veld in te gaan.

  • Metaalvlinder Adscita statices
  • De metaalvlinder is een nachtvlinder die dagactief is. Hij komt uit de familie bloeddrupjes (ZYGAENIDAE). Het is een kleine vlinder met een vleugellengte van 12 tot 16 millimeter. Metaalvlinders komen plaatselijk algemeen voor op niet te droge zandgronden. Ze bezoeken meestal de bloemen in open terreinen, vooral ruig grasland.



  • Vijfvlek-sint-jansvlinder Zygaena trifolii
  • Ook de vijfvlek-sint- jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder die uit de familie bloeddrupjes komt. Zijn leefgebied is matig vochtige zandgrond. De vlinder is gevoelig voor maaien op het verkeerde moment.



  • Sint-jansvlinder Zygaena filipendulae
  • Zoveel bloeddrupjesfamilie op een plek, want ook de sint-jansvlinder hoort bij deze dagactieve nachtvlinders. Meestal is de tekening van de sint-jansvlinder zwart met rood , maar soms zijn de vlekken en achtervleugels geel.



  • Bonte beer Callimorpha dominula
  • Een beetje verscholen vanwege het sombere weer zat deze bonte beer. Een dagactieve nachtvlinder uit de familie spinneruilen, onderfamilie beeruilen. De vlinder heeft een spanwijdte van 45 tot 55 millimeter. In Limburg en soms daarbuiten wordt deze vlinder wel eens aangetroffen. De soort staat op de gevoelige lijst.



  • Dambordje Melanargia galathea
  • Het dambordje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s. Het is een zeer zeldzame onregelmatige standvlinder. Af en toe worden er wel eens zwervers aangetroffen in Zuid-Limburg. Het dambordje heeft een voorkeur voor droge graslanden. De tekening op de vleugels lijkt enigszins op een dambord.



  • Koevinkje Aphantopus hyperantus
  • Het koevinkje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s waaronder ook de zandoogjes vallen. Je komt hem onder andere vaak tegen op halfnatuurlijke graslanden, randen met struiken, open plekken en bloemrijke gebieden langs rivieren. Het koevinkje zoekt op hete dagen graag de schaduw op, net zoals de koeien. Vink is een oude benaming voor een aantal vlinders. Het koevinkje vliegt ook op bewolkte dagen en zelfs met lichte regen.



  • Hooibeestje Coenonympha pamphilus
  • Het hooibeestje is een kleine standvlinder. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.
    Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien. De vlinders leven in grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden.



  • Tweekleurig hooibeestje Coenonympha arcania
  • Ik heb ook het tweekleurig hooibeestje gefotografeerd, maar helaas zat die te ver verscholen en hebben mijn acrobatische toeren de foto bewogen. Toch hoort hij erbij. In Nederland is hij verdwenen. Hij is daar in 1988 voor het laatst gezien. Dichtstbijgelegen populaties zijn in de Ardennen en de Eifel. Het tweekleurig hooibeestje leeft in droge tot matig vochtige graslanden.



  • Bruin zandoogje Maniola jurtina
  • De dagvlinder bruin zandoogje houdt van matig voedselrijk grasland. De vlinder is niet kieskeurig in nectarplanten. Er is een generatie.



  • Dwergblauwtje Cupido minimus
  • Het dwergblauwtje is sinds 1984 als standvlinder uit Nederland verdwenen, maar wordt nog geregeld in het zuiden van Limburg waargenomen en plant zich daar incidenteel ook voort. Het dwergblauwtje heeft maar een beperkt leefgebied nodig, van zo’n 200 vierkante meter. Op zo’n gebied kan een kleine populatie zich jarenlang handhaven, mits er in de buurt vergelijkbare leefgebieden zijn.



  • Gouden langsprietmot Nemophora metallica
  • De gouden langsprietmot is een dagactieve inheemse micro nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten. De spanwijdte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. Beemdkroon is een belangrijke voedselplant voor deze zeldzamere soort. Ik kom hem vaker in de Eifel tegen.



  • Dwergdikkopje Thymelicus acteon
  • In Nederland kwam het dwergdikkopje aan het begin van de 20e eeuw op vrijwel alle kalkgraslanden voor.



  • Groot Dikkopje Ochlodes sylvanus
  • De dagvlinder groot dikkopje is een mobiele standvlinder die leeft in allerlei beschutte, vrij vochtige graslanden en ruigten.



  • Zwartsprietdikkopje Thymelicus lineola
  • Het zwartsprietdikkopje breidt zich uit, maar de aantallen vlinders op de vliegplaatsen nemen af. Deze dagvlinder komt voor op bloemrijke plaatsen en ruig grasland, zonnige wegbermen, meerjarig kruidenrijk grasland.



    Met dank aan:
    Hans en Marjan voor het logeren en de veldtocht,
    Nature observations online van Waarneming.nl voor het op naam brengen van de vlinders,
    De vlinderstichting en Wikipedia voor de informatie (bronnen).


    Dank voor de belangstelling en tot ziens,
    Groet, Dianne

    ☘️

    _

    Er kwam een bij voorbij

    Uiteindelijk zal ik de naam wel vinden, maar ik ben al blij dat ik foto’s kan maken in de drukte van de dagen. Ik probeer mijn spiegelreflexcamera met 60 mm macrolens een beetje uit, naast de systeemcamera met de voorzetlens. Ik ontdek. En de kleine bij heb ik ook nog niet eerder gezien.

    Inmiddels ben ik erachter dat een Megachile sp. is. Een behangersbij oftewel een man van de Langtongige Buikverzamelaars, Megachilidae onbekend.

    ☘️

    2018 – Macrofotografie – Soli

    _

    Groene stinkwants

    In de verschillende stadia, van nimf tot imago. 6 Foto’s juni-juli 2018

    De groene schildwants (Palomena prasina), ook wel groene stinkwants, stinkwants of groene wants genoemd, is een insect uit de onderorde wantsen en de familie schildwantsen (Pentatomidae).
    De juvenielen van deze wants kennen een onvolledige gedaantewisseling. Ze zijn vleugelloos maar lijken al wat op de volwassen exemplaren. Vanuit het eitje hebben ze al direct twee antennes en zes pootjes, maar de lichaamsvorm is dan nog boller. Elke stap naar volwassenheid bestaat uit een vervelling.

    Zijn naam dankt deze wants aan de overwegend groene kleur, alleen aan de achterzijde van het lijf zijn de vliesachtige vleugelpunten bruin, de onderzijde van het lichaam is meer bruinrood van kleur. (Maar vlak voor de winterslaap kleurt de wants van groen naar bruin om in het voorjaar weer de groene kleur te krijgen. Als hij groen zou blijven, valt hij teveel op in de scheuren van de bomen waarin de overwintering plaatsvindt.)

    Hieronder staan de beelden van de verschillende stadia van deze wants. Van klein naar groter.

    Click to enlarge – Klik om te vergroten

    Het tweede deel van de naam, stinkwants, slaat op de stinkende stof die uit klieren aan de zijkant van het borststuk wordt afgescheiden als verdediging.

    De groene wants is algemeen in grote delen van Europa en komt ook in België en Nederland algemeen voor.
    Bron: Wikipedia

    Palomena prasina – Groene stinkwants – Grüne Stinkwanze – Green shield bug – Punaise verte – Cimice verde – Grön bärfis – Grønn stinktege ☘️

    _

    Weer

    Het weer vandaag en de foto’s vragen om een tanka in de begeleidende tekst. En als iets vraagt, denk ik in 5-7-5-7-7…

     

    Een grijze zomerdag
    het warmtefront wordt koeler
    aarde blijft te droog

    In wind valt zonnebloemblad
    dat blijft hangen met een bij

    ☘️

    Soli juli 2018 – Bruine pad & Honingbij

    _

    Slakkendoders – Sciomyzidae

    2 soorten in 6 foto’s – 2 species in 6 pictures.

    De meeste slakkendoders zijn prachtige vliegen met hun gebandeerde ogen en vleugelpatroon. De antennen zijn naar voren gericht en specifiek om te zien met hun ‘kwastachtige’ uiterlijk. De vlieg is geelachtig tot bruin van kleur.
    De familie van de slakkendoders is zeer talrijk en divers.  Je vindt slakkendoders vaak in vochtig grasland of moerasachtig gebied, maar er zijn ook soorten die je op droog terrein kunt vinden. De larven van de soorten die in de meerderheid zijn, parasiteren en jagen op levende landslakken en waterslakken uit het natte milieu – bij een kleiner aantal soorten kunnen ook andere weekdieren en slakkeneieren op het menu staan. De soort die carnivoor op de echte landslak leeft, komt grotendeels in het droge milieu voor. Als de vlieg volwassen is, leeft hij niet meer van slak, maar van nectar en plantensappen.

    De twee soorten die ik op de foto heb gezet, uit de families Coremacera en Trypetoptera, komen uit het droge milieu.

    Klik op de foto’s om te vergroten; click to enlarge the images.

     

    Coremacera – Coremacera marginata   ( 7 – 10 mm)


     

    Trypetoptera – Trypetoptera punctulata   (4,2 – 6,4 mm)

     
     
     
    fly, vlieg, insects, insecten, macro, 2017, coremacera, coremacera marginata, foto, fotografie, hornfliegen, juli, july, kärrflugor, kjerrfluer, macro photography, macrofotografie, marsh flies, nature, panasonic Lumix DMC-FZ200, photography, raynox DCR-250, sciomyzidae, slakkendoders, soli, summer, trypetoptera, trypetoptera punctulata, zomer.

     
     
     
     

    Grijze glasvleugelwants

    Oftewel Stictopleurus punctatonervosus. Voorheen was de Nederlandse naam grijze brilknotswants, maar sinds januari 2017, als ik het goed heb, heet hij grijze glasvleugelwants. Deze wants is een broertje van deze wants die eerst tweelingbrilknotswants heette, maar nu, brilglasvleugelwants. Voor de Nederlandse namen kun je hier eens kijken: NL-Wantsennamen – Alle namen. Het lijkt me een hele klus om al die wantsen een Nederlandse naam te geven, maar erg leuk om te volgen.
    Ik fotografeer alleen maar op de bonnefooi en kom zo’n wants per ongeluk tegen. En vergelijk afbeeldingen en beschrijvingen om te proberen tot de juiste naam te komen. Het scheelt dan wel weer dat ik weet dat deze uit de Rhopalidae (Glasvleugelwantsen) komt. De grijze glasvleugelwants heeft een voorkeur voor droge tot warme, open leefgebieden en is vaak te vinden op braakliggend terrein of wegbermen. Hij leeft in de kruidlaag en zuigt vooral op zaden. In Nederland is er een generatie. In zuidelijker gelegen landen kunnen twee generaties worden gevormd. Bron.