Meer april dan mei

Dank voor jullie warme reacties. Op het ogenblik is bloggen toveren met de tijd. Maar het is en blijft leuk.

Net thuis en in de regen gelopen, alles is frisgroen en ruikt heerlijk. Als maar even de zon doorbreekt, laten de hommels zich nog meer zien.

☘️

Ik moet altijd lachen als ik deze cicade nimf zie, de Latijnse naam rolt er zo uit, Issus coleoptratus. Ik weet het ook alleen maar omdat ik hem vaker voor de lens heb gehad en ooit heb moeten zoeken. Toentertijd had ik zelfs nog geen idee waar ik moest zoeken, maar al kijkend en zoekend, leer ik steeds meer bij.


☘️

Vorige keer liet ik het meeldauwlieveheersbeestje zien, maar deze is ook mooi! Het roomvleklieveheersbeestje (Calvia quatuordecimguttata). Wijnrood met 14 witte stippen.

☘️

Dit zijn de bijen die ik de afgelopen maand heb gespot, het zullen er meer zijn geweest, maar niet alles zat stil :-)

☘️

De akkerhommel is standaard in de tuin, meer nog dan de andere hommelsoorten. Hier is de tuinkorenbloem erg in trek.

☘️

Dank voor jullie belangstelling en tot ziens.
Groet, Dianne

☘️

_

Advertenties

April

is alweer bijna voorbij. En ik merk dat ik het moeilijk vind om weer voor een blog te gaan zitten. Er is zoveel gebeurd dat bloggen niet meer in mijn systeem zit. Van uitstel komt meestal een – nog – langer afstel en ik heb toch wel veel moois gezien onderweg dat ik graag wil laten zien.

☘️

Voor de kleine ooievaarsbek ‘hangt’ de zwartborstelwolzwever. Hij lijkt stil te hangen, maar de vleugels slaan ongeveer 300x per seconde.

☘️

Waar ik ook kijk, zie ik een bessenwants of bessenschildwants. Het lijkt wel of het er meer zijn dan in andere jaren. Maar misschien zitten ze meer voor mijn neus. De eitjes worden in het voorjaar gelegd.

☘️

En hoewel ze soms minder opvallen dan bovenstaande schildwants, zie ik ook andere wantsen. De bruine getande randwants heb ik nog nooit eerder voor mijn lens gehad. De brilglasvleugelwants wel.

☘️

En ook de kaneelglasvleugelwants en de geblokte glasvleugelwants zijn oude bekenden. Rood valt wat meer in het oog.

☘️

Halyzia sedecimguttata, het meeldauwlieveheersbeestje, de naam zegt het al, leeft van meeldauw. Al vliegend verspreidt hij ook meeldauw. Opvallend is de oranje kleur en de lichte randen van de dekschilden in het midden. De schildranden zijn verplat en enigszins doorzichtig en ook de voelsprieten zijn wat langer dan bij andere soorten. Hij is algemeen, maar niet overal.

☘️

Als afsluiter voor vandaag, want heb uiteraard nog veel meer en ik wil zeker sneller terugkomen, is een foto van de Panemeria tenebrata, de dwerghuismoeder. Dwerghuismoeders, want zijn er twee. Op zuring. De dwerghuismoeder is een dagactieve nachtvlinder die vooral vliegt als het zonnig weer is. De vlinder overwintert als pop onder de grond.

Dank voor jullie belangstelling en tot ziens.
Groet, Dianne

☘️

_

Ruigtelieveheersbeestje

3-6 mm. Het ruigtelieveheersbeestje (Hippodamia variegata) is een vrij klein en langwerpig lieveheersbeestje dat gemakkelijk te herkennen is aan de karakteristieke witte tekening op het zwarte halsschild: zowel de zijranden als de voorrand zijn wit met een witte middenstreep die tot halverwege loopt. Aan weerszijden van deze middenstreep staat in de zwarte vlek een witte vlek die soms ook verbonden is met de voorrand. Op de achterste helft van elk dekschild staan drie grote stippen en op de voorste helft staan naast de schildstip nog één tot drie kleine stippen.

Je kunt ze in kruidenvegetaties en struweel vinden, zowel in natuurgebieden als in stedelijk gebied (bijv. braakliggende terreinen). Heeft een voorkeur voor kruidenvegetaties die afgewisseld worden met open zandige plekken.
De meeste waarnemingen komen uit juni tot oktober met een piek in augustus.
Overwintering – Tussen bladafval en op lage planten.
Voedsel – Bladluizen.

Bron: waarneming.nl

☘️

_