De herfst van een leven

 

‘In een kille hoek van de herfst kruipt een wesp op een blad. Hij zal niet hoger vliegen, maar vallen met de wind.  Lager, dieper, in het najaarsnat, totdat hij op zijn kant de vleugels verder openslaat.  – Onder een ritselend bladerdak ligt straks de stilte van het einde: een graf voor een wesp.’

D. ’17


 

Vespula vulgaris – Gewone wesp – Common wasp – Gemeine Wespe – Guêpe commune – Jordveps – Osa pospolita – Vanlig geting – Vespa comune – Waps

 
 
 

Advertenties

Springbalsemien, 2 foto’s

Voor kinderen is het zaad geweldig, van de eenjarige reuzenbalsemien of springbalsemien die behoorlijk hoog kan worden. Mijn kleindochter zag de planten op deze zonnige herfstdagen voor het eerst en was niet meer te houden bij de peervormige zaadvruchten. De rijpe zaaddoosjes rollen zich in 5 delen op en de zaden schieten alle kanten op. Ze ontploffen als het ware als je ze aanraakt, of leuker nog, ze in je handen sluit. Knal!
Dat springen gaat behoorlijk krachtig met vaak schrik tot gevolg.  Je handen gaan er helemaal zoet van ruiken, lekker hoor.
De kruidachtige plant wordt ook wel buurmansverdriet genoemd als je hem in de tuin hebt staan, juist omdat het zaad ver weg springt en zich zo gemakkelijk naar andere tuinen verspreidt. In de tuin wordt hij niet zo hoog en is gemakkelijk uit te trekken.
Springbalsemien, Impatiens glandulifera, is een goede voedselplant voor bijen en hommels, de planten produceren veel nectar in een periode dat er weinig andere drachtplanten bloeien. Hij groeit overal waar het een beetje vochtig is, maar groeit zeer weelderig in de buurt van water en dat is meteen een probleem.
Want…
deze vertrouwde plant (een exoot, afkomstig uit de Himalaya en vanuit Noord-India geïntroduceerd in Europa als orchidee-achtige sierplant) is gaan verwilderen als invasieve soort. De snelle groeier, met hoge vertakking, verdringt andere inheemse planten om licht, ruimte en voedsel. Als echter een oever alleen maar is begroeid met springbalsemien, blijft na het afsterven een kale oever over en is de kans op erosie erg groot. En daarom blijkt de springbalsemien nu op de Unielijst te staan, als ongewenst in de hele EU. Op deze zwarte lijst staan soorten die niet uit Europa komen en die de oorspronkelijke flora en fauna verdringen of economische schade veroorzaken.
Ik begrijp het wel, maar het voelt ook als spijtig. De bijen en hommels hebben het al moeilijk en de bloeiende reuzenbalsemien is prachtig om te zien. Het is nauwelijks voor te stellen dat deze plant uit het natuurbeeld van West-Europa gaat verdwijnen…

Bron: Wikipedia en Bijenclub

Dit zijn de bloemen en de zaadvruchten van de springbalsemien

En dit is zo’n opengesprongen zaadvrucht dat zich in 5 delen oprolt. Een kunstwerk!

 
 

Rupsen

Het zijn de wisselvallige herfstmaanden. Terwijl velen op zoek zijn naar de mooiste paddenstoelen en herfsttaferelen, alles bont kleurt en al veel blad valt, staat de Oost-Indische kers er nog fris bij. Zolang het niet vriest, blijft die groeien en bloeien en geeft veel beschutting aan allerlei insecten. En hebben de rupsen ook nog genoeg voedsel tot hun beschikking. Zo vond ik in mijn tuin de rups van het zuringuiltje. Maar ook de rupsen van het klein koolwitje en het groot koolwitje lieten zich zien. Een gunstig weerbericht: nog een paar zonnige dagen in het verschiet…  🦋

Rups, caterpillar, raupe, chenille, Gąsienica, Fjärilslarv: Acronicta rumicis – Knot Grass – Ampfer-Rindeneule – Noctuelle de la Patience – Щавелевая совка – Syraftonfly

Pieris rapae – Klein koolwitje – Small white – Kleiner Kohlweißling – piéride de la rave – lille Kålsommerfugl – bielinek rzepnik – blanquina de la col – rovfjäril – rapaiola

Pieris brassicae – Groot koolwitje – Large white – Großer Kohlweißling – stor Kålsommerfugl – piéride du chou – bielinek kapustnik – kålfjäril – lahana kelebeği – baneag vooar

 
 

Notiophilus

Deze week in de tuin gespot: een kleine bronskleurige loopkever, met opvallend grote ogen, uit de familie Carabidae. Er zijn verschillende andere soortgelijke soorten, maar de tweevlekspiegelloopkever of tweevlekkige snelkever (Notiophilus biguttatus) komt het meest voor. Lengte 5-6mm.
Deze dag-actieve kevers vind je in bos, tuin en park. Ze komen voor op schaduwachtig of iets open gebied dat uit matig droog, zandige of leemachtige grond bestaat, bedekt met dunne vegetatie of bladresten. Ze houden van een humeuze bodem. De volwassen kevers kun je tussen mei en november zien. Op bewolkte dagen zoeken ze dekking tussen of onder dode bladeren, stenen, naaldbomen of stukjes hout. Ze zijn carnivoor. Op hun menu staan vooral springstaartjes, spinnen, vliegen, mijten en bladluizen.
Bron.
Klik op een foto om de galerij te openen.


 
 
 

Thecophora

Vaak is het moeilijk om een vlieg goed te herkennen. Neem nu deze grappig uitziende, kleine vlieg uit de familie van de blaaskopvliegen, ongeveer 5 tot 6 millimeter groot. Het is een Thecophora soort, een muisje, eentje met haast in het foerageren en onder de stuifmeelkorrels.
Ook al hoeft het voor de meesten van jullie niet, ik kan graag met een veldtabel gaan zitten, om er vervolgens toch niet helemaal uit te komen.
Met een foto heb je een momentopname en daar moet je het mee doen. Maar ook in het veld zelf kun je deze soort niet met zekerheid op naam brengen. Dan zou je al het klampje (Theca in Engels) moeten zien dat onderaan de buik van het vrouwtje zit en waarmee ze in de vlucht als een blikopener het achterlijf van een bij, wesp of hommel opent om daar een eitje in te leggen. De larve groeit in het gastinsect dat hieraan zal sterven.

Als je eenmaal weet hoe dat klampje uitziet, kun je de soort vervolgens verder gaan determineren. Om je een idee te geven: het borststuk moet een onbestoven streep of twee onbestoven streepjes hebben om deze vlieg in een soortgroep te kunnen plaatsen. Maar ook dit is niet te zien.
Deze Thecophora heeft veel wit of lichtgrijs aan de poten en ook aan de topjes van de antennen. Als ik alleen zou moeten gokken, zou het heel misschien het zilveren muisje, Thecophora cinerascens kunnen zijn. In Limburg is deze vlieg een algemene soort op droge graslanden en kalkgraslanden. Dus wie weet, want gefotografeerd op de Hoge Fronten, in Maastricht. Maar met gokken kun je de plank goed misslaan. Ik zal het op Thecophora sp. gaan houden.
Je kunt de volwassen vlieg, die van nectar leeft, van mei tot midden oktober vinden, op de bloemen van de composietenfamilie (Asteraceae).

Bron 1, bron 2

Thecophora sp. – Diptera – Brachycera – Muscomorpha – Schizophora – Conopoidea – Conopidae – Myopinae – Zodionini

 
 

Bergop

De bloemen zijn aan het verdorren, het blad krult bruin en valt af. Dan is het nog een hele toer om je van de herfst af te willen keren; misschien helpt het om naar de zon te klimmen…

Stokroossnuitkever – Rhopalapion longirostre – Hollyhock Weevil – Langrüssliges Stockrosenspitzmäuschen – Apion des roses trémières