Vlinders

In dit blog:
✓ Metaalvlinder ✓ Vijfvlek-sint-jansvlinder ✓ Sint-jansvlinder ✓ Bonte beer ✓ Dambordje ✓ Koevinkje ✓ Hooibeestje ✓ Tweekleurig hooibeestje ✓ Bruin zandoogje ✓ Dwergblauwtje ✓Gouden langsprietmot ✓ Dwergdikkopje ✓ Groot dikkopje ✓ Zwartsprietdikkopje

Ik zou ze bij ons in Zuid-Limburg kunnen aantreffen, deze dag- en nachtvlinders. Maar ik vond ze in de Eifel, op nog geen anderhalf uur van ons huis, tijdens een tweedaags bezoek aan vrienden. Helaas betrokken en winderig weer, maar vlinders op elke bloem als maar even de zon doorbrak. Heel voorzichtig heb ik de bloemen proberen stil te houden met een hand om met de andere hand te kunnen fotograferen. Sommige vlinders zijn hier zeldzaam tot zeer zeldzaam, maar in de Eifel is van die zeldzaamheid geen sprake. Ik heb zeker nog een aantal vlinders gemist vanwege het bewolkte koele weer, maar onze vrienden zullen het beslist niet erg vinden om nog eens een keer met mij en J. het veld in te gaan.

  • Metaalvlinder Adscita statices
  • De metaalvlinder is een nachtvlinder die dagactief is. Hij komt uit de familie bloeddrupjes (ZYGAENIDAE). Het is een kleine vlinder met een vleugellengte van 12 tot 16 millimeter. Metaalvlinders komen plaatselijk algemeen voor op niet te droge zandgronden. Ze bezoeken meestal de bloemen in open terreinen, vooral ruig grasland.



  • Vijfvlek-sint-jansvlinder Zygaena trifolii
  • Ook de vijfvlek-sint- jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder die uit de familie bloeddrupjes komt. Zijn leefgebied is matig vochtige zandgrond. De vlinder is gevoelig voor maaien op het verkeerde moment.



  • Sint-jansvlinder Zygaena filipendulae
  • Zoveel bloeddrupjesfamilie op een plek, want ook de sint-jansvlinder hoort bij deze dagactieve nachtvlinders. Meestal is de tekening van de sint-jansvlinder zwart met rood , maar soms zijn de vlekken en achtervleugels geel.



  • Bonte beer Callimorpha dominula
  • Een beetje verscholen vanwege het sombere weer zat deze bonte beer. Een dagactieve nachtvlinder uit de familie spinneruilen, onderfamilie beeruilen. De vlinder heeft een spanwijdte van 45 tot 55 millimeter. In Limburg en soms daarbuiten wordt deze vlinder wel eens aangetroffen. De soort staat op de gevoelige lijst.



  • Dambordje Melanargia galathea
  • Het dambordje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s. Het is een zeer zeldzame onregelmatige standvlinder. Af en toe worden er wel eens zwervers aangetroffen in Zuid-Limburg. Het dambordje heeft een voorkeur voor droge graslanden. De tekening op de vleugels lijkt enigszins op een dambord.



  • Koevinkje Aphantopus hyperantus
  • Het koevinkje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s waaronder ook de zandoogjes vallen. Je komt hem onder andere vaak tegen op halfnatuurlijke graslanden, randen met struiken, open plekken en bloemrijke gebieden langs rivieren. Het koevinkje zoekt op hete dagen graag de schaduw op, net zoals de koeien. Vink is een oude benaming voor een aantal vlinders. Het koevinkje vliegt ook op bewolkte dagen en zelfs met lichte regen.



  • Hooibeestje Coenonympha pamphilus
  • Het hooibeestje is een kleine standvlinder. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.
    Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien. De vlinders leven in grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden.



  • Tweekleurig hooibeestje Coenonympha arcania
  • Ik heb ook het tweekleurig hooibeestje gefotografeerd, maar helaas zat die te ver verscholen en hebben mijn acrobatische toeren de foto bewogen. Toch hoort hij erbij. In Nederland is hij verdwenen. Hij is daar in 1988 voor het laatst gezien. Dichtstbijgelegen populaties zijn in de Ardennen en de Eifel. Het tweekleurig hooibeestje leeft in droge tot matig vochtige graslanden.



  • Bruin zandoogje Maniola jurtina
  • De dagvlinder bruin zandoogje houdt van matig voedselrijk grasland. De vlinder is niet kieskeurig in nectarplanten. Er is een generatie.



  • Dwergblauwtje Cupido minimus
  • Het dwergblauwtje is sinds 1984 als standvlinder uit Nederland verdwenen, maar wordt nog geregeld in het zuiden van Limburg waargenomen en plant zich daar incidenteel ook voort. Het dwergblauwtje heeft maar een beperkt leefgebied nodig, van zo’n 200 vierkante meter. Op zo’n gebied kan een kleine populatie zich jarenlang handhaven, mits er in de buurt vergelijkbare leefgebieden zijn.



  • Gouden langsprietmot Nemophora metallica
  • De gouden langsprietmot is een dagactieve inheemse micro nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten. De spanwijdte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. Beemdkroon is een belangrijke voedselplant voor deze zeldzamere soort. Ik kom hem vaker in de Eifel tegen.



  • Dwergdikkopje Thymelicus acteon
  • In Nederland kwam het dwergdikkopje aan het begin van de 20e eeuw op vrijwel alle kalkgraslanden voor.



  • Groot Dikkopje Ochlodes sylvanus
  • De dagvlinder groot dikkopje is een mobiele standvlinder die leeft in allerlei beschutte, vrij vochtige graslanden en ruigten.



  • Zwartsprietdikkopje Thymelicus lineola
  • Het zwartsprietdikkopje breidt zich uit, maar de aantallen vlinders op de vliegplaatsen nemen af. Deze dagvlinder komt voor op bloemrijke plaatsen en ruig grasland, zonnige wegbermen, meerjarig kruidenrijk grasland.



    Met dank aan:
    Hans en Marjan voor het logeren en de veldtocht,
    Nature observations online van Waarneming.nl voor het op naam brengen van de vlinders,
    De vlinderstichting en Wikipedia voor de informatie (bronnen).


    Dank voor de belangstelling en tot ziens,
    Groet, Dianne

    ☘️

    _

    Basilicum

    is natuurlijk ook fantastisch lekker…

    Klik om te vergroten, click to enlarge

    – Zuringuil – Acronicta rumicis – Knot grass – Ampfer-Rindeneule – Noctuelle de la Patience – Syraftonfly – Syrekveldfly – Bidog y tafol – 🦋

    Rups – Caterpillar – Raupe – Chenille – Oruga – Bruco – Gąsienica – Fjärilslarv – Halene – Tırtıl – Maşot – Oobit – Hulat – Eruga – Housenka – Cruimh

    ☘️

    _

    Het groot buxusmot blog

    Een uitgebreide serie met informatie en (22) foto’s over de buxusmot. Van rups tot pop tot mot. Ik heb de mot en de rupsen al vaker gefotografeerd, maar nu leek het mij leuk om alles, met nieuwe foto’s, in de verschillende stadia bij elkaar te zetten. Ik heb de foto’s opgedeeld in meerdere galerijen. Zo kun je de foto’s ook groter aanklikken. De bijschriften heb ik ook in de titels van de foto’s verwerkt. Fijn als je alles wilt bekijken, maar bekijk dit blog alleen als je er de tijd voor wilt nemen want er zit heel veel werk in. Dank je wel.

    Dit is hem dan, de buxusmot met zijn transparante vleugels; bijna parelmoer. Een prachtige vlinder. Hij komt uit de familie grasmotten.


    Jaja, die buxusmot. Van een zeldzame soort naar een inmiddels beruchte vlinder en een welbekende schrik voor de buxusliefhebber omdat de buxusmot voor zover bekend vrijwel alleen de buxussoorten als voedselplant heeft. Je hoeft er vooralsnog niet bang voor te zijn dat er andere planten aangaan. Tussen mei en september kunnen twee tot drie generaties elkaar opvolgen en dat is precies het probleem voor de buxus. De plant is een langzame groeier en de tijd is te kort om de buxus weer te laten herstellen. Bij grote hoeveelheden rupsen wordt de buxus volledig kaalgevreten en kun je je buxus als verloren beschouwen.

    De vlinders kunnen zich tot 10 kilometer verspreiden.
    Het popstadium duurt ongeveer 14 dagen; de vlinders leven ongeveer 8 dagen. De buxusmot met de prachtige naam Glyphodes perspectalis, syn. Diaphania perspectalis, is een exotische grasmot en komt oorspronkelijk uit Azië. De vlinder is redelijk groot met een spanwijdte van zo’n 4 cm. De vleugels hebben een halfdoorschijnende witte kleur met een bruine rand. Er is ook een geheel bruine, zeldzame variant.

    Ziet je buxus er in het begin een beetje bruinig uit en vallen je wat ingesponnen blaadjes op, dan schuilt er een buxusmotrups tussen. Let goed op, want er is een schimmel die ook schade aan je plant(en) kan toebrengen. De eerste rupsenschade is niet echt opvallend; de vraatsporen van de jonge rupsen worden zichtbaar door mineergangen en blaasmijnen omdat ze het bladmoes aan de onderkant wegschrapen. Wat later is het zeer duidelijk: het blad is bladskelet geworden, dor en bruin gekleurd, er zijn kale takjes en de plant is vergeven van vraatschade en aan elkaar gesponnen blad.
    Je kunt de rupsen ook met de hand verwijderen, maar dat is met veel buxus een onbegonnen zaak. Dus de beste oplossing, mijn oplossing, is de buxus afknippen tot de grond of geheel verwijderen. En ja, ik weet dat ik nu tegen gevoelige schenen trap, dan loop je wel een prachtige vlinder mis.
    Maar ik wil het niet over bestrijding hebben, dit is een natuurfotoblog, ik tuinier ecologisch, en op het internet zul je vast wel iets vinden over biologisch bestrijden; die helaas ook andere inheemse en onschadelijke rupsen doodt. Denk daar alsjeblieft ook aan als de natuur je lief is.


    De groene rupsen. Ze vallen nog niet echt op als de buxus nog groen is. Voor de foto’s heb ik de takjes vrij gemaakt.


    Spinsel en uitwerpselen van de rups. Het wordt meer en meer zichtbaar hoeveel ze eten.

    De buxusmot zette platte eispiegels af op het blad en de opgroeiende rups vreet zich een zeer hongerige weg door de buxus. Bij slecht weer en tegen de avond spinnen ze zich in tussen het blad. In oktober gaan de rupsen in winterrust tussen een bladgesponnen cocon, maar in het vroege voorjaar als de temperatuur boven de 10 graden komt, worden ze weer actief.
    Het popstadium duurt ongeveer 14 dagen; de vlinders leven ongeveer 8 dagen. De rupsen worden zo’n 4 cm groot. Ze zijn buxusgroen met een zwarte kop, het lijf heeft zwarte stippen en lichte en zwarte lengtestrepen, met lange lichte haren. Later verkleurt de rups naar bruin met crèmekleurige strepen.
    De schutkleuren van de poppen zijn moeilijk te zien omdat je struik al flink beschadigd is. De pop is bleekgroen en verkleurt later naar bruin. In het laatste stadium is de adult heel goed te zien in de pop. De poppen komen in de avondschemering uit: dat is tenminste mijn ervaring. Of het altijd zo is, weet ik niet.

    Van rups naar pop. De bruine rups is van een later stadium. De rups gaat zich verpoppen.


    Je ziet hoe moeilijk het is om de poppen te zien. Ze hebben bijna dezelfde bleke kleur als de aangetaste buxus.


    De poppen veranderen van kleur en vorm. Ze doen me enigzins aan dolfijnen denken… En dan: het laatste stadium. De adult is al heel goed te zien in de pop.

    Nu zal het niet meer lang gaan duren.

     

    Er zijn twee poppen. In twee verschillende stadia. En bij een ben ik net te laat. Ik zie het als ik even buiten ga kijken. Maar de buxutmot hangt nog aan de pop.


    Nieuwe ronde, nieuwe kans. Zou het lukken om de vlinder uit de pop te zien komen?
    En op 4 september is het zover. Het is een uur of zes in de avond en ik zie dat de pop helemaal klaar is. Het is regenachtig en voor de zekerheid zet ik het buxustakje met de pop naast mijn bord eten, haha, echt waar. Camera klaar. Extra lamp erbij. En wachten.
    Om 18.22 uur zie ik dat de pop breekt. Ik zet de lamp aan. Vol spanning kijken zoon en ik wat er gaat gebeuren…

    De vlinder werkt hard om uit de pop te komen. Alle begin is moeilijk.

    De buxusmot is bijna helemaal uit de pop en dan glijdt hij zo snel naar buiten dat hij bijna valt. Hij kruipt bliksemsnel naar de top.

    Het regent niet meer en ik heb de mot buiten gezet, waar hij hoort. Hij rust en droogt. Maar dan laat hij zich los en valt in mijn hand…

    Hier gaat hij rusten, tot hij klaar is om te vliegen en op zoek kan naar (jouw) verse buxus, tot wel 10 kilometer ver.

     
    ©Soli, 4 september 2017
     

    NB Deze fotoserie heb ik kunnen maken door takjes buxus te verzamelen en in een pot te zetten, zodat ik de ontwikkeling heb kunnen volgen.