Verrassing

Naast de kleine vijver kwam een voor mij onbekende plant op waarvan ik weet dat ik hem ook niet heb gezaaid. Nieuwsgierig heb ik hem laten staan. Ik houd van dit soort spannende cadeautjes zolang ik er maar niet over struikel. De plant groeide tot 1 meter hoog, er kwamen vele kleine bloemknoppen. Toen pas kreeg ik een vermoeden en een bevestiging van mijn zoon die deze statige plant wel meteen herkende. Voorlopig zal de plant blijven bloeien (van juli) tot september. Ik heb begrepen dat hij zich nogal rijkelijk uit kan zaaien. Dat zien we dan wel weer. Nu blij mee.

  • Eupatorium cannabinum L. – koninginnekruid

Honingbij – Apis mellifera

☘️

Grote kans dat het Koninginnekruid regelmatig voorbij gaat komen op Blomsterphoto want het zijn niet alleen de (honing)bijen die de bloemen graag bezoeken.
Klik om te vergroten (bekijk volledige grootte)

_

Advertenties

Harig

☘️

Look what the cat brought in… In dit geval was het niet de kat, maar de hond die een tak naar de tuin had gesleept. Kleindochter L. ontdekte de rups die van het gesleep geen last heeft gehad, hopen we. Hij zat mooi op de top. De naam is wel heel toepasselijk: plakker.

Klik op de foto voor een scherpere weergave.

2019 – Plakker – Rups – Lymantria dispar – Lymantriinae – spinneruilen (EREBIDAE) – Soli 2019 – Macro

☘️

☘️

De rupsen kunnen tot 7 cm lang worden en zijn zeer variabel van kleur. Meestal hebben ze een grijze grondkleur en een geelachtige lijntekening. Op de eerste vijf segmenten zitten meestal twee blauwe en op de achterste zes twee rode rugwratten. De kop is licht geelbruin met op de voorzijde twee zwarte strepen. Ze verpoppen in een los spinsel in bastspleten van een boom of onder een steen. De rupsen leven van een groot aantal soorten loofbomen en struiken, zoals zomereik, ratelpopulier, boswilg, winterlinde, eenstijlige meidoorn, wilde appel en lijsterbes. Ook komt de rups in boomgaarden voor.
Brontekst (link): Wikipedia

_

Oren ( Ledra aurita)

Na een dag van binnenblijven vanwege de extreme hitte, kwam de ontlading via een heftig onweer. Een oorverdovende klap en een geluid alsof er iets van glas ontplofte en door de woonkamer vloog. Na inspectie bleek er niets aan de hand tot we ontdekten dat het internetmodem was gestorven. Wat we ook probeerden, hij ging niet meer aan! Dus ook geen televisie, oh, de serie op Canvas die we op zaterdag volgen, oh, geen Netflix voor mij op de bank met chocoladekoekjes en die koekjes zijn niks zonder Netflix. En geen telefoon. Gelukkig was er nog het mobiele telefoontje om te bellen naar de provider: maandag of dinsdag nieuw modem, want weekend. Oké, wat zijn we afhankelijk geworden! En oké, die koekjes smaakten best bij een dvd. Máár verrassing: vanochtend met de post een nieuw modem. Dat is nog eens service! Vanavond Canvas! En vandaag een blog. Over oren.

  • Oorcicade Ledra aurita
  • Hij komt algemeen voor, maar je ziet hem weinig omdat hij hogerop leeft, namelijk in bomen tussen korstmos op voornamelijk (zomer) eiken.

    Ik heb deze cicade tot voor kort nooit gezien en ik wist niet wat ik zag met die oorvormige uitsteeksels en dat platte bekje. Ik zag wel meteen dat het een cicade was, dat helpt wel met het vinden van de naam. In Frankrijk wordt hij de grote duivel genoemd, le grand diable.

    De oorcicade is de enige in zijn soort (van de subfamilie Ledrinae) die in Europa leeft en is aanzienlijk groter, namelijk tot 18 mm lang.
    Gevonden op de klimop bij mijn dochter in de tuin.

    ☘️

    _

    Vlinders

    In dit blog:
    ✓ Metaalvlinder ✓ Vijfvlek-sint-jansvlinder ✓ Sint-jansvlinder ✓ Bonte beer ✓ Dambordje ✓ Koevinkje ✓ Hooibeestje ✓ Tweekleurig hooibeestje ✓ Bruin zandoogje ✓ Dwergblauwtje ✓Gouden langsprietmot ✓ Dwergdikkopje ✓ Groot dikkopje ✓ Zwartsprietdikkopje

    Ik zou ze bij ons in Zuid-Limburg kunnen aantreffen, deze dag- en nachtvlinders. Maar ik vond ze in de Eifel, op nog geen anderhalf uur van ons huis, tijdens een tweedaags bezoek aan vrienden. Helaas betrokken en winderig weer, maar vlinders op elke bloem als maar even de zon doorbrak. Heel voorzichtig heb ik de bloemen proberen stil te houden met een hand om met de andere hand te kunnen fotograferen. Sommige vlinders zijn hier zeldzaam tot zeer zeldzaam, maar in de Eifel is van die zeldzaamheid geen sprake. Ik heb zeker nog een aantal vlinders gemist vanwege het bewolkte koele weer, maar onze vrienden zullen het beslist niet erg vinden om nog eens een keer met mij en J. het veld in te gaan.

  • Metaalvlinder Adscita statices
  • De metaalvlinder is een nachtvlinder die dagactief is. Hij komt uit de familie bloeddrupjes (ZYGAENIDAE). Het is een kleine vlinder met een vleugellengte van 12 tot 16 millimeter. Metaalvlinders komen plaatselijk algemeen voor op niet te droge zandgronden. Ze bezoeken meestal de bloemen in open terreinen, vooral ruig grasland.



  • Vijfvlek-sint-jansvlinder Zygaena trifolii
  • Ook de vijfvlek-sint- jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder die uit de familie bloeddrupjes komt. Zijn leefgebied is matig vochtige zandgrond. De vlinder is gevoelig voor maaien op het verkeerde moment.



  • Sint-jansvlinder Zygaena filipendulae
  • Zoveel bloeddrupjesfamilie op een plek, want ook de sint-jansvlinder hoort bij deze dagactieve nachtvlinders. Meestal is de tekening van de sint-jansvlinder zwart met rood , maar soms zijn de vlekken en achtervleugels geel.



  • Bonte beer Callimorpha dominula
  • Een beetje verscholen vanwege het sombere weer zat deze bonte beer. Een dagactieve nachtvlinder uit de familie spinneruilen, onderfamilie beeruilen. De vlinder heeft een spanwijdte van 45 tot 55 millimeter. In Limburg en soms daarbuiten wordt deze vlinder wel eens aangetroffen. De soort staat op de gevoelige lijst.



  • Dambordje Melanargia galathea
  • Het dambordje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s. Het is een zeer zeldzame onregelmatige standvlinder. Af en toe worden er wel eens zwervers aangetroffen in Zuid-Limburg. Het dambordje heeft een voorkeur voor droge graslanden. De tekening op de vleugels lijkt enigszins op een dambord.



  • Koevinkje Aphantopus hyperantus
  • Het koevinkje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s waaronder ook de zandoogjes vallen. Je komt hem onder andere vaak tegen op halfnatuurlijke graslanden, randen met struiken, open plekken en bloemrijke gebieden langs rivieren. Het koevinkje zoekt op hete dagen graag de schaduw op, net zoals de koeien. Vink is een oude benaming voor een aantal vlinders. Het koevinkje vliegt ook op bewolkte dagen en zelfs met lichte regen.



  • Hooibeestje Coenonympha pamphilus
  • Het hooibeestje is een kleine standvlinder. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.
    Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien. De vlinders leven in grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden.



  • Tweekleurig hooibeestje Coenonympha arcania
  • Ik heb ook het tweekleurig hooibeestje gefotografeerd, maar helaas zat die te ver verscholen en hebben mijn acrobatische toeren de foto bewogen. Toch hoort hij erbij. In Nederland is hij verdwenen. Hij is daar in 1988 voor het laatst gezien. Dichtstbijgelegen populaties zijn in de Ardennen en de Eifel. Het tweekleurig hooibeestje leeft in droge tot matig vochtige graslanden.



  • Bruin zandoogje Maniola jurtina
  • De dagvlinder bruin zandoogje houdt van matig voedselrijk grasland. De vlinder is niet kieskeurig in nectarplanten. Er is een generatie.



  • Dwergblauwtje Cupido minimus
  • Het dwergblauwtje is sinds 1984 als standvlinder uit Nederland verdwenen, maar wordt nog geregeld in het zuiden van Limburg waargenomen en plant zich daar incidenteel ook voort. Het dwergblauwtje heeft maar een beperkt leefgebied nodig, van zo’n 200 vierkante meter. Op zo’n gebied kan een kleine populatie zich jarenlang handhaven, mits er in de buurt vergelijkbare leefgebieden zijn.



  • Gouden langsprietmot Nemophora metallica
  • De gouden langsprietmot is een dagactieve inheemse micro nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten. De spanwijdte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. Beemdkroon is een belangrijke voedselplant voor deze zeldzamere soort. Ik kom hem vaker in de Eifel tegen.



  • Dwergdikkopje Thymelicus acteon
  • In Nederland kwam het dwergdikkopje aan het begin van de 20e eeuw op vrijwel alle kalkgraslanden voor.



  • Groot Dikkopje Ochlodes sylvanus
  • De dagvlinder groot dikkopje is een mobiele standvlinder die leeft in allerlei beschutte, vrij vochtige graslanden en ruigten.



  • Zwartsprietdikkopje Thymelicus lineola
  • Het zwartsprietdikkopje breidt zich uit, maar de aantallen vlinders op de vliegplaatsen nemen af. Deze dagvlinder komt voor op bloemrijke plaatsen en ruig grasland, zonnige wegbermen, meerjarig kruidenrijk grasland.



    Met dank aan:
    Hans en Marjan voor het logeren en de veldtocht,
    Nature observations online van Waarneming.nl voor het op naam brengen van de vlinders,
    De vlinderstichting en Wikipedia voor de informatie (bronnen).


    Dank voor de belangstelling en tot ziens,
    Groet, Dianne

    ☘️

    _

    Herbstfreude

    De hemelsleutel, sedum Herbstfreude komt nu in bloei. Zet deze plant in je tuin als je hem nog niet hebt, want in het het najaar hebben de verschillende insecten de nectar nog nodig. Ook kunnen ze er goed in schuilen. Heel veel bloemen zijn nu aan het uitbloeien, maar de sedum Herbstfreude begint met de bloei van de late zomer tot ver in oktober.

    Dit is de Menuetzweefvlieg – Syritta pipiens. Deze soort is niet moeilijk op naam te brengen. De menuetzweefvlieg is een klein, slank zweefvliegje dat als een ‘stokje’ voor bloemen en tussen de vegetatie kan zweven, waarbij ze schokkerig voortbewegen. Achterlijf zwart met wittige vlekken. Achterdij zeer dik. Tekst: waarneming.nl
    In het Zweeds heten deze diertjes Kompostblomfluga en dat dekt de naam wel want de larve leeft van afval op allerlei plekken, zoals bij de bodem en in composthopen.

    Deze plant trekt ook honingbijen aan. Ik heb er van de week nog 6 geteld op een dag. Dit is de gewone honingbij, Apis mellifera.

    Hieronder nog een vrouw dambordvlieg en daar is ook nog wat over te vertellen.

    Met de soortnaam dambordvlieg zit ik goed. Ik zou deze vlieg in volle overtuiging aanduiden met Sarcophaga carnaria, maar het geslacht Sarcophaga bestaat in Nederland en België uit niet minder dan 30 soorten, die allemaal zo sterk op elkaar lijken, dat alleen microscopisch onderzoek uitkomst geeft over de exacte soort. Als voorbeeld van dit geslacht wordt in de insectengidsen vaak Sarcophaga carnaria opgevoerd. Maar dat betekent niet dat elke dambordvlieg dus ook die soort is.*
    Kijk, dat wist ik helemaal niet.

    * De informatie en tekst komt van Gardensafari

    Bij deze sedumsoort kan ik gewoon een stoel neerzetten, gaan zitten met de camera op mijn knieën en kijken en wachten op wat er allemaal aan komt vliegen en kruipen. Een blinde bij, een gewone muurwesp, een woeste sluipvlieg, een kraamwebspin, een akkerhommel en de regen. ↓

    ☘️

    _

    Het is weer voorbij, die …

    Tijd vliegt. Het zomerseizoen voorbij. En gaf de ochtend van vandaag al een herfstige aanblik. Bij het sorteren van mijn foto’s heb ik eens gezocht naar een ultiem zomerbeeld. Denk dat dit dat wel waarmaakt…

    ☘️

    _

    Woeste sluipvlieg

    In 3 foto’s.

    ‘Eén van de algemeenste sluipvliegsoorten in de Benelux is de woeste sluipvlieg. Maar het is een problematische soort, want er zijn er twee. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Lange tijd is gedacht dat je ze uit elkaar kon houden door te kijken naar de zwarte streep over het achterlijf. Bij Tachina magnicornis zou die streep breder zijn dan bij Tachina fera. Maar door de genitaliën te bestuderen heeft men vastgesteld dat dat lang niet altijd op gaat. Ook is de kleur van de pootjes bij beide soorten soms variabel. Wel zit er verschil in de antennes, maar dat valt op foto’s zelden te zien. Zonder genitaalonderzoek zul je het dus altijd moeten houden op Tachina fera of Tachina magnicornis. En ben je in Zuidelijk Europa, dan komen daar nog andere sterk gelijkende soorten bij! Overigens is Tachina magnicornis in West Europa veel zeldzamer dan Tachina fera. De laatste parasiteert op enkele grotere uilen, zoals de hyena. De ontwikkeling gaat razend snel: 10 dagen nadat het ei is gelegd kan er al een nieuwe vlieg verschijnen!’
    – Tekst: Gardensafari

    ‘De vlieg wordt ongeveer 9 tot 16 millimeter lang, en is te herkennen aan het geeloranje achterlijf met in het midden een brede, zwarte streep. De achterlijfspunt is lichter en tegen het borststuk is een dunnere zwarte rand aanwezig. Voor het borststuk zit een opvallend, oranjerood en glanzend ‘bultje’ dat postscutellum heet. De achterzijde van de kop is fijn behaard, de ogen zijn rood van kleur. Het borststuk is grijsbruin en over het hele lichaam zit een niet erg dichte maar wel lange, zwarte en borstelige beharing, een kenmerk van veel sluipvliegen. Aan de wilde beharing heeft deze soort zijn naam te danken.’
    – Tekst: Wikipedia.

    ‘Sluipvliegen leggen hun eitjes in of bij de larven van andere insecten. De sluipvlieglarve eet vervolgens de andere larve op. Er zijn heel veel sluipvliegsoorten (alleen al in de Benelux meer dan driehonderd!) en en elke soort is op bepaalde insectensoorten gespecialiseerd.’
    Tekst: Gardensafari.

    ☘️

    _