Ruigtelieveheersbeestje

3-6 mm. Het ruigtelieveheersbeestje (Hippodamia variegata) is een vrij klein en langwerpig lieveheersbeestje dat gemakkelijk te herkennen is aan de karakteristieke witte tekening op het zwarte halsschild: zowel de zijranden als de voorrand zijn wit met een witte middenstreep die tot halverwege loopt. Aan weerszijden van deze middenstreep staat in de zwarte vlek een witte vlek die soms ook verbonden is met de voorrand. Op de achterste helft van elk dekschild staan drie grote stippen en op de voorste helft staan naast de schildstip nog één tot drie kleine stippen.

Je kunt ze in kruidenvegetaties en struweel vinden, zowel in natuurgebieden als in stedelijk gebied (bijv. braakliggende terreinen). Heeft een voorkeur voor kruidenvegetaties die afgewisseld worden met open zandige plekken.
De meeste waarnemingen komen uit juni tot oktober met een piek in augustus.
Overwintering – Tussen bladafval en op lage planten.
Voedsel – Bladluizen.

Bron: waarneming.nl

☘️

_

Advertenties

Woeste sluipvlieg

In 3 foto’s.

‘Eén van de algemeenste sluipvliegsoorten in de Benelux is de woeste sluipvlieg. Maar het is een problematische soort, want er zijn er twee. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Lange tijd is gedacht dat je ze uit elkaar kon houden door te kijken naar de zwarte streep over het achterlijf. Bij Tachina magnicornis zou die streep breder zijn dan bij Tachina fera. Maar door de genitaliën te bestuderen heeft men vastgesteld dat dat lang niet altijd op gaat. Ook is de kleur van de pootjes bij beide soorten soms variabel. Wel zit er verschil in de antennes, maar dat valt op foto’s zelden te zien. Zonder genitaalonderzoek zul je het dus altijd moeten houden op Tachina fera of Tachina magnicornis. En ben je in Zuidelijk Europa, dan komen daar nog andere sterk gelijkende soorten bij! Overigens is Tachina magnicornis in West Europa veel zeldzamer dan Tachina fera. De laatste parasiteert op enkele grotere uilen, zoals de hyena. De ontwikkeling gaat razend snel: 10 dagen nadat het ei is gelegd kan er al een nieuwe vlieg verschijnen!’
– Tekst: Gardensafari

‘De vlieg wordt ongeveer 9 tot 16 millimeter lang, en is te herkennen aan het geeloranje achterlijf met in het midden een brede, zwarte streep. De achterlijfspunt is lichter en tegen het borststuk is een dunnere zwarte rand aanwezig. Voor het borststuk zit een opvallend, oranjerood en glanzend ‘bultje’ dat postscutellum heet. De achterzijde van de kop is fijn behaard, de ogen zijn rood van kleur. Het borststuk is grijsbruin en over het hele lichaam zit een niet erg dichte maar wel lange, zwarte en borstelige beharing, een kenmerk van veel sluipvliegen. Aan de wilde beharing heeft deze soort zijn naam te danken.’
– Tekst: Wikipedia.

‘Sluipvliegen leggen hun eitjes in of bij de larven van andere insecten. De sluipvlieglarve eet vervolgens de andere larve op. Er zijn heel veel sluipvliegsoorten (alleen al in de Benelux meer dan driehonderd!) en en elke soort is op bepaalde insectensoorten gespecialiseerd.’
Tekst: Gardensafari.

☘️

_

Dauwvliegen

Kijken of het werkt: drie vliegen in dauw en omzetten naar zwart-wit. Wat is mooier, ik weet het niet. Daarom zijn de kleurenversies ook ingevoegd, om te vergelijken. Apart is het wel, al die dauwdruppels, maar natte vliegen op naam brengen is een beetje veel gevraagd. Daarom heten ze hier ‘Dauwvliegen’. Dat dekt die lading druppels wel. Onnodig te vermelden dat je ze kunt vergroten.

in zompig gras en mat-grijs licht, wacht het botte maaien
laaien bessen in de struiken, haasten stappen op het pad
sluipen, wieken, ruisen – het park schemert wit in dauw
terwijl vleugels wachten op een lauwe wind
blaast de lucht zich hemelsblauw

soli 2018

☘️

_

Sprinkhaanvlieg

Gek genoeg bedacht ik mij gisterenochtend dat ik dit jaar nog geen sprinkhaanvlieg (Stomorhina lunata) had gezien terwijl het toch een algemeen voorkomend (brom) vliegje is. Maar goed, ik stond er verder niet bij stil. Meestal fotografeer ik wat me voor de voeten komt.
En toen, en toen, en toen… was hij daar gewoon.

En ging hij ook nog bellenblazen.

De larven van de soort leven in eipakketten van treksprinkhanen. De vlieg is net geen centimeter groot, heeft een uitstekende snuit en horizontale banden op de ogen. Mannetjes hebben op hun achterlijf een gele tekening.

Dit is een mannetje. Voor een vrouwtje klik je hier.

Het mannetje wordt nog al eens aangezien voor een zweefvlieg (geel-oranje banden op zijn achterlijf). De sprinkhaanvlieg wordt ook wel vaker voor een snuitvlieg gehouden, juist vanwege het uitstekende snuitje. Maar let maar eens op zijn prachtige ogen.

Wat een geweldig mooi toeval is dit, ’s ochtends denken, ’s middags zien. Met een bel als voltreffer.

De foto’s zijn te vergroten, click to enlarge…

☘️

_

Blauwtjes

In 7 foto’s.

Op zoek naar blauwtjes, kwam ik het icarusblauwtje, de kleine vuurvlinder en het boomblauwtje tegen. En nog een heleboel andere insecten. Maar in dit blog blijf ik graag bij de blauwtjes. Toen ik ze zag, ben ik er niet achter aan gaan lopen, maar in het gras gaan zitten tussen de distels en het knoopkruid. De ervaring leert dat alles vanzelf komt. En het kwam, gehavend en wel…

  • Klik om te vergroten. Click to enlarge
  • .

    Polyommatus icarus – Icarusblauwtje – Common blue – Hauhechel-Bläuling – Argus bleu – Almindelig blåfugl – Puktörneblåvinge – Modraszek ikar – Módračk

    Lycaena phlaeas – Kleine vuurvlinder – Small copper – Kleiner Feuerfalter – Cuivré commun – Lille ildfugl – Mindre guldvinge – Czerwończyk żarek – Copor bach

    Celastrina argiolus – Boomblauwtje – Holly blue – Faulbaum-Bläuling – Azuré des nerpruns – Vårblåvinge – Tosteblåvinge – Modraszek wieszczek – ルリシジミ

    ☘️

    _

    Rupsen

    Het zijn de wisselvallige herfstmaanden. Terwijl velen op zoek zijn naar de mooiste paddenstoelen en herfsttaferelen, alles bont kleurt en al veel blad valt, staat de Oost-Indische kers er nog fris bij. Zolang het niet vriest, blijft die groeien en bloeien en geeft veel beschutting aan allerlei insecten. En hebben de rupsen ook nog genoeg voedsel tot hun beschikking. Zo vond ik in mijn tuin de rups van het zuringuiltje. Maar ook de rupsen van het klein koolwitje en het groot koolwitje lieten zich zien. Een gunstig weerbericht: nog een paar zonnige dagen in het verschiet…  🦋

    Rups, caterpillar, raupe, chenille, Gąsienica, Fjärilslarv: Acronicta rumicis – Knot Grass – Ampfer-Rindeneule – Noctuelle de la Patience – Щавелевая совка – Syraftonfly

    Pieris rapae – Klein koolwitje – Small white – Kleiner Kohlweißling – piéride de la rave – lille Kålsommerfugl – bielinek rzepnik – blanquina de la col – rovfjäril – rapaiola

    Pieris brassicae – Groot koolwitje – Large white – Großer Kohlweißling – stor Kålsommerfugl – piéride du chou – bielinek kapustnik – kålfjäril – lahana kelebeği – baneag vooar

     
     

    Op de munt

    In 2 foto’s.

    Een kleine groene vlieg op de bloeiende munt en onder het stuifmeel. De meest voorkomende groene vlieg is de groene vleesvlieg, oftewel een Lucilia soort uit de familie bromvliegen, de Calliphoridae. Deze vlieg was kleiner dan de lucilia die ik het meest zie en meer gedrongen, meer behaard. Hij liet zich niet storen. Heerlijk, met mijn neus in de munt.