Tussen blad

In 5 foto’s.

Je kent ze vast, de langpootmuggen. Het zijn schokkerige vliegers met drie paar lange poten, die twee keer de lichaamslengte beslaan, een langgerekt lijf, donkere kraalogen en een vooruitstekende snuit die op een steeksnuit lijkt. Met die snuit kunnen langpootmuggen overigens niet bijten of prikken omdat de kaken verkleind is. Ze leven van nectar en stuifmeel, maar bij sommige soorten kunnen de volwassen langpootmuggen helemaal niet meer eten. Alles wat ze nodig hebben, hebben ze als larve al bij elkaar verorberd.
De larven zijn niet geliefd, ze veroorzaken veel schade aan grassen en gewassen, maar de langpootmug zelf is geheel onschadelijk.
Dit is het vrouwtje van de Nephrotoma flavipalpis, een tijgerlangpootsoort. Aan haar achterlijf zit de spitse legbuis waarmee ze 1 millimeter lange, zwarte, smalle eitjes zal leggen. Zoals wel eens gedacht wordt, kan ze daar ook niet mee steken.

Tussen juli en september komt het volwassen exemplaar tevoorschijn. Deze langpootmug is pas uit de pop gekropen.
De larve, ook wel emelt genoemd, leeft een paar centimeter onder de grond, in uiterst smalle gangetjes. Hij wurmt zich naar boven om te eten. Dag en nacht heeft de larve zich flink tegoed gedaan aan de kraag van het gras, kiemend graan, jong gewas in de moestuin en aan kiemplanten van onkruid. Maar omdat het hier een exemplaar van de tijgerlangpoten betreft, is het voedsel van deze larvesoort verrot hout!
Voor spreeuwen, sommige meeuwen en roeken zijn de larven een waarachtig voedselfestijn. Ze wroeten even met hun snavel en trekken de larven dan met gemak uit de grond. Vogels en spinnen worden als de meest voorkomende vijand aangemerkt, maar ook mollen, muizen, egels en kikkers lusten ze graag. De blinde larve overwintert ook in de grond.

Die lange poten maken de langpootmug ook enigszins kwetsbaar. De poot laat namelijk los bij het belaagd worden door mens of dier: de langpootmug, evenals de hooiwagen, doet aan zelfamputatie. Omdat er geen vervelling meer is, groeit die kwijtgeraakte poot niet meer aan.
Langpootmuggen worden aangetrokken door licht. Als er een langpootmug in huis zit en je wilt het diertje buiten zetten, pak het dan niet bij een poot, maar voorzichtig bij de vleugel. Dan kan de onbeschadigde langpootmug in een paar dagen vrijheid aan plantensappen likken, paren, eieren leggen en doodgaan na al dat werk.
De langpootmug is ongeveer tussen de 16 en 25 millimeter groot. De grootste langpootmug ter wereld heeft een lichaamslengte van bijna 7 centimeter!

Overigens worden langpootmuggen ook wel vliegende hooiwagens genoemd. In het Engels hebben zowel de hooiwagen als de langpootmug dezelfde naam: daddy-long-legs. Kwetsbaar of niet, de langpootmug heeft die dunne lange poten niet voor niks. Zo wordt het evenwicht in het gras behouden als de wind de grasstengels in verschillende richtingen beweegt. Met lopen kan de langpootmug meerdere grassprieten vasthouden. Vliegen is een ander verhaal. Door de zigzaggende vlucht wordt dit insect gemakkelijk uit de lucht geplukt. Net als andere vliegen en muggen hebben langpootmuggen slechts één paar vleugels, het achterste paar vleugels is omgevormd tot gereduceerde stompjes, te zien als halterachtige uitsteeksels die voor evenwicht dienen. Tijdens de rust liggen de vleugels dakpansgewijs.

Langpootmuggen zijn schemer- en nachtactief. In de vroege ochtend en avondschemering zie je hen vooral over vochtig grasland vliegen. Overdag houden ze zich meestal verscholen tussen planten.
De meeste langpootmuggen hebben een onopvallend uiterlijk om geen aandacht van vijanden te trekken, maar soms hebben ze afwijkende kleuren en uitsteeksels om juist af te schrikken. Het geslacht Nephrotoma, waaronder deze langpootmug valt, is wat kleurrijker. Ze worden ook wel tijgerlangpoten genoemd, omdat veel soorten gevlekt zijn.

Voor de informatie op dit blog, probeer ik meestal zo veel mogelijk over het onderwerp te vinden. Soms weet ik wel iets, soms kom ik niet ver, soms heb ik er helemaal geen zin in en plaats ik alleen de foto’s en soms vind ik meer en ga ik selecteren. De meeste informatie die ik onder ogen krijg, schrijf ik zo goed als het gaat in eigen woorden op. Hieronder staan mijn bronnen vermeldt waaruit ik mijn informatie mocht halen (met zeer grote dank) :
de Gelderlander, Gerrit Jansen    
Wikipedia    
Gardensafari

 
 
insects, insecten, macro, 2017, autumn, crane fly, foto, fotografie, garden, herfst, langpootmug, macro photography, macrofotografie, mug, nature, Nephrotoma, Nephrotoma flavipalpis, Panasonic Lumix DMC-FZ200, photo, photography, Raynox DCR-250, september, Soli, summer, tipula, Tipulidae, zomer
 
 

Advertenties

Doodskopzweefvlieg

In 2 foto’s.

De doodskopzweefvlieg is een vrij grote zweefvlieg met een lengte van 10 tot 14 millimeter. Hij komt in heel Europa voor, tot in Noord-Afrika. Het voedsel bestaat uit nectar en stuifmeel van diverse bloemsoorten. De larve leeft in het water en leeft voornamelijk van rottend materiaal. De naam komt van de gele en soms oranje vlekkentekening op het zeer donkere borststuk dat met enige fantasie doet denken aan een schedel, maar niet bij ieder exemplaar. Bron: Wikipedia

Doodskopzweefvlieg – Doodshoofdzweefvlieg – Myathropa florea – Totenkopfschwebfliege – Éristale des fleurs ou Syrphe tête de mort – Dödskallefluga


 
 
 
fly, vlieg, hoverfly, zweefvlieg, insects, insecten, macro, doodshoofdzweefvlieg, doodskopzweeflieg, foto, fotografie, garden, macro photography, macrofotografie, Myathropa florea, nature, Panasonic Lumix DMC-FZ200, photo, photography, Raynox DCR-250, Soli, summer, Syrphidae, zomer
 
 
 
 
 
 
 
 

Beleving

Twee keer per week geef ik extra taalondersteuning aan groep zes. En ze zijn intussen wel van mij gewend dat ik wat natuur op tafel leg.
Ik ga met twee kinderen schrijfoefeningen doen. Bij sommigen gaat dat nog niet zo goed en ze worden er geagiteerd van, met dwars gedrag als gevolg. Nieuwsgierig kijken ze naar het bergje kastanjes.
Wat is dat?
Dat zijn kastanjes.
Kastanjes? Komt daar een bloem uit? Wat? Een boom? Echt?

Ze zijn perplex, ik ook. En ik voel de enorme beperking van de binnenruimte.

– Ik stopte ze vroeger in mijn zak, dan kon ik ze steeds even aanraken. Een rijkdom was het. De poppetjes die we er thuis en op school van maakten, met cocktailprikkers, konden me minder bekoren en die stekelvarkens al helemaal niet. De zachtheid weg en niks meer aan als ze op de kast stonden te verstoffen en inkrompen na verloop van tijd. Ik hield ze liever bij me om de verrassing steeds opnieuw te voelen –

Neem er maar eens een, mooi hè? Voel je de vorm, hard en toch zo zacht? Misschien kun je een kastanje in je hand houden om je te helpen bij je concentratie.
Ze zoeken de mooiste kastanje uit om vast te houden en gaan schrijven. Moeizame letters, binnen de lijntjes; ingewikkeld dat sommige letters juist weer langer moeten. De K van Kastanje. De F van fluisteren. De W van wiebelen. De kastanjes in hun gesloten vuist.
Tien minuten is heel lang voor ze, maar ze werken zeer geconcentreerd en ik bewonder. Af en toe vliegt er een letter uit de bocht, de trap af, de gang uit, daar moeten we om lachen, en gewillig doen ze die opnieuw.
Hartstikke goed je best gedaan, zeg ik.
Het helpt echt, zegt Y. verbaasd. Mogen we er een meenemen omdat we zo goed gewerkt hebben? Dat mag. Zo blij met een simpele traktatie.
Ze wisten niet wat een kastanje was. Nu wel. Het is nooit te vroeg of te laat om een kastanje te ontdekken. En er komt niet alleen een boom uit…

 

Systeem

   Sy ’t haar gebalde buik
   die afgrond toevertrou
   en kan nie terugkatrol
   maar moet al sneller sak
   al radeloser tol
   tot waar die besemstruik
   in oker skuim oopvou.
Zij heeft haar gebalde buik
de afgrond toevertrouwd
en kan niet terugkatrollen
maar moet al sneller zakken
steeds radelozer tol
tot waar de bezemstruik
in oker schuim ontvouwt.
   Met lig wat sy ontlas
   ryg sy die blare vas
   en koppel tak aan tak.
   Sy span vanaf die spil
   tien speke in ’n straal
   en trek haar dun patroon
   – die silwer dekagoon –
   in spreiende spiraal
   tot alles snaarstyf tril.
Met licht dat zij ontlast
rijgt zij de bladeren vast
en koppelt tak aan tak.
Zij spant vanaf de spil
tien spaken in een straal
en trekt haar fijn patroon
– de zilveren decagoon –
in uitbreidend spiraal
tot alles snaarvast trilt.
   Sy strik die laatste knoop
   en krimp bedees opsy,
   geledig deur die vlyt.
Zij strikt de laatste knoop
en wijkt bedeesd opzij
geledigd door de vlijt.
   Kyk – op haar rug die kruis
   van barmhartigheid
   wat elke argwaan stil.
Kijk – op haar rug het kruis
van barmhartigheid
dat elke argwaan stilt.
   Maar as die raamwerk ril
   sal sy elektries gly –
   ’n aarsellose oop
   agtvingerige vuis.
maar als het raamwerk rilt
zal zij elektrisch glijden –
’n aarzelloze open
achtvingerige vuist.








   Gedicht Sisteem van Elisabeth Eybers, Balance, Amsterdam, Querido 1963
   Vertaling Dianne Soli 2017













Het groot buxusmot blog

Een uitgebreide serie met informatie en (22) foto’s over de buxusmot. Van rups tot pop tot mot. Ik heb de mot en de rupsen al vaker gefotografeerd, maar nu leek het mij leuk om alles, met nieuwe foto’s, in de verschillende stadia bij elkaar te zetten. Ik heb de foto’s opgedeeld in meerdere galerijen. Zo kun je de foto’s ook groter aanklikken. De bijschriften heb ik ook in de titels van de foto’s verwerkt. Fijn als je alles wilt bekijken, maar bekijk dit blog alleen als je er de tijd voor wilt nemen want er zit heel veel werk in. Dank je wel.

Dit is hem dan, de buxusmot met zijn transparante vleugels; bijna parelmoer. Een prachtige vlinder. Hij komt uit de familie grasmotten.


Jaja, die buxusmot. Van een zeldzame soort naar een inmiddels beruchte vlinder en een welbekende schrik voor de buxusliefhebber omdat de buxusmot voor zover bekend vrijwel alleen de buxussoorten als voedselplant heeft. Je hoeft er vooralsnog niet bang voor te zijn dat er andere planten aangaan. Tussen mei en september kunnen twee tot drie generaties elkaar opvolgen en dat is precies het probleem voor de buxus. De plant is een langzame groeier en de tijd is te kort om de buxus weer te laten herstellen. Bij grote hoeveelheden rupsen wordt de buxus volledig kaalgevreten en kun je je buxus als verloren beschouwen.

De vlinders kunnen zich tot 10 kilometer verspreiden.
Het popstadium duurt ongeveer 14 dagen; de vlinders leven ongeveer 8 dagen. De buxusmot met de prachtige naam Glyphodes perspectalis, syn. Diaphania perspectalis, is een exotische grasmot en komt oorspronkelijk uit Azië. De vlinder is redelijk groot met een spanwijdte van zo’n 4 cm. De vleugels hebben een halfdoorschijnende witte kleur met een bruine rand. Er is ook een geheel bruine, zeldzame variant.

Ziet je buxus er in het begin een beetje bruinig uit en vallen je wat ingesponnen blaadjes op, dan schuilt er een buxusmotrups tussen. Let goed op, want er is een schimmel die ook schade aan je plant(en) kan toebrengen. De eerste rupsenschade is niet echt opvallend; de vraatsporen van de jonge rupsen worden zichtbaar door mineergangen en blaasmijnen omdat ze het bladmoes aan de onderkant wegschrapen. Wat later is het zeer duidelijk: het blad is bladskelet geworden, dor en bruin gekleurd, er zijn kale takjes en de plant is vergeven van vraatschade en aan elkaar gesponnen blad.
Je kunt de rupsen ook met de hand verwijderen, maar dat is met veel buxus een onbegonnen zaak. Dus de beste oplossing, mijn oplossing, is de buxus afknippen tot de grond of geheel verwijderen. En ja, ik weet dat ik nu tegen gevoelige schenen trap, dan loop je wel een prachtige vlinder mis.
Maar ik wil het niet over bestrijding hebben, dit is een natuurfotoblog, ik tuinier ecologisch, en op het internet zul je vast wel iets vinden over biologisch bestrijden; die helaas ook andere inheemse en onschadelijke rupsen doodt. Denk daar alsjeblieft ook aan als de natuur je lief is.


De groene rupsen. Ze vallen nog niet echt op als de buxus nog groen is. Voor de foto’s heb ik de takjes vrij gemaakt.


Spinsel en uitwerpselen van de rups. Het wordt meer en meer zichtbaar hoeveel ze eten.

De buxusmot zette platte eispiegels af op het blad en de opgroeiende rups vreet zich een zeer hongerige weg door de buxus. Bij slecht weer en tegen de avond spinnen ze zich in tussen het blad. In oktober gaan de rupsen in winterrust tussen een bladgesponnen cocon, maar in het vroege voorjaar als de temperatuur boven de 10 graden komt, worden ze weer actief.
Het popstadium duurt ongeveer 14 dagen; de vlinders leven ongeveer 8 dagen. De rupsen worden zo’n 4 cm groot. Ze zijn buxusgroen met een zwarte kop, het lijf heeft zwarte stippen en lichte en zwarte lengtestrepen, met lange lichte haren. Later verkleurt de rups naar bruin met crèmekleurige strepen.
De schutkleuren van de poppen zijn moeilijk te zien omdat je struik al flink beschadigd is. De pop is bleekgroen en verkleurt later naar bruin. In het laatste stadium is de adult heel goed te zien in de pop. De poppen komen in de avondschemering uit: dat is tenminste mijn ervaring. Of het altijd zo is, weet ik niet.

Van rups naar pop. De bruine rups is van een later stadium. De rups gaat zich verpoppen.


Je ziet hoe moeilijk het is om de poppen te zien. Ze hebben bijna dezelfde bleke kleur als de aangetaste buxus.


De poppen veranderen van kleur en vorm. Ze doen me enigzins aan dolfijnen denken… En dan: het laatste stadium. De adult is al heel goed te zien in de pop.

Nu zal het niet meer lang gaan duren.

 

Er zijn twee poppen. In twee verschillende stadia. En bij een ben ik net te laat. Ik zie het als ik even buiten ga kijken. Maar de buxutmot hangt nog aan de pop.


Nieuwe ronde, nieuwe kans. Zou het lukken om de vlinder uit de pop te zien komen?
En op 4 september is het zover. Het is een uur of zes in de avond en ik zie dat de pop helemaal klaar is. Het is regenachtig en voor de zekerheid zet ik het buxustakje met de pop naast mijn bord eten, haha, echt waar. Camera klaar. Extra lamp erbij. En wachten.
Om 18.22 uur zie ik dat de pop breekt. Ik zet de lamp aan. Vol spanning kijken zoon en ik wat er gaat gebeuren…

De vlinder werkt hard om uit de pop te komen. Alle begin is moeilijk.

De buxusmot is bijna helemaal uit de pop en dan glijdt hij zo snel naar buiten dat hij bijna valt. Hij kruipt bliksemsnel naar de top.

Het regent niet meer en ik heb de mot buiten gezet, waar hij hoort. Hij rust en droogt. Maar dan laat hij zich los en valt in mijn hand…

Hier gaat hij rusten, tot hij klaar is om te vliegen en op zoek kan naar (jouw) verse buxus, tot wel 10 kilometer ver.

 
©Soli, 4 september 2017
 

NB Deze fotoserie heb ik kunnen maken door takjes buxus te verzamelen en in een pot te zetten, zodat ik de ontwikkeling heb kunnen volgen.

 
 

 
 
 
 

Broedzorg

In 2 foto’s.
De tandkaak, Enoplognatha, behoort tot de kogelspinnen (theridiidae). Deze spinnen (3 tot 6 mm) hebben een vrij typerend kogelvormig lichaam dat het grootste deel van de organen bevat. De meest voorkomende kleuren van het achterlijf zijn geel en wit. Vaak zijn er twee rode strepen aanwezig; soms is het achterlijf geheel rood.
Je vindt de tandkaken in lage vegetatie zonder uitgebreid vangweb, maar met enkele gesponnen draden. Die werpt de spin eerst vanaf een veilige afstand over haar prooi, want ze kan zo zelfs grote wespen aan. De gifklier van de spin ligt inwendig aan de voorzijde van het kopborststuk en wordt bediend door twee gedraaide spieren die het gif met grote kracht in de holle kaken en vervolgens in de prooi brengen.
Kogelspinnen leggen hun eieren in ronde, zijden eizakjes, die worden bewaakt door het vrouwtje. De eitjes worden in een beschermende cocon geplaatst en meestal verborgen, zoals hier, in een kommetje van een ingesponnen blad. Broedzorg komt bij spinnen veel voor.
Dit is de gewone of de vergeten tandkaak. Determinatie is alleen mogelijk door het onderzoeken van de genitaliën.
Spinnen in deze familie zijn meestal ’s nachts actiever. Tijdens daglicht verbergen ze zich in omgekruld blad.

 
 

 
 
 
 
 
 

Schuilplaats

In 2 foto’s. Klik om te vergroten. Click to enlarge.

De Japanse anemoon in een schaduwhoek van de tuin is een koele schuilplaats voor deze gewone oorworm.
Hoewel oorwormen, of oorwurmen, vier vleugels hebben, vliegen ze bijna nooit. Het zijn voornamelijk kruipende insecten. Oorwormen verbergen zich in voorjaar en zomer in een vochtige omgeving, in bloemen, loszittend schors en onder blad omdat ze gevoelig zijn voor uitdroging. ’s Nachts gaan ze op zoek naar voedsel. Ze leven van plantendelen, dood materiaal en kleine insecten, zoals bladluizen.
De gewone oorworm is de bekendste oorworm in Europa. In Nederland komen vijf soorten voor. De meeste oorwormen hebben twee tangachtige aanhangsels aan het achterlijf. Daarmee zal de oorworm niet steken, wel knijpen, maar je zult er niet gewond van raken. De knijpkracht is te zwak. Bij verstoring houdt de oorworm de ‘tangen’ als afschrikkende functie omhoog. De wetenschappelijke naam van de grootste groep van de oorwormen, familie Forficulidae, verwijst naar de verharde achterlijfsaanhangsels, furficula betekent ‘schaartje’.

Het woord oorwurm is voor het eerst in geschriften uit 1351 gevonden, maar pas vanaf de dertiende eeuw werden Nederlandse teksten vastgelegd; vermoedelijk is het woord veel ouder en stamt het uit de Germaanse tijd. Dat zou je ook kunnen terugvoeren naar het Engels en het Duits omdat het diertje ook daar een oornaam heeft gekregen. Maar waarom heet een oorworm nou een oorworm en wat heeft dat te maken met een oor? Vroeger werden oorwormen vermalen tot een medicijn tegen ooraandoeningen. Dat kan uit de signatuurleer voorkomen, zoals gele bloemen tegen geelzucht zouden kunnen helpen; de oorworm zou (met vliezige gespreide vleugels) op een oor lijken en daarom een geschikt medicijn tegen bijvoorbeeld doofheid.
Een andere optie is omdat oorwormen zich graag in nauwe, donkere spleten ophouden, het oor een geschikte schuilplaats leek om zich in te kunnen wurmen. En wat te denken van de muzikale oorwurm die in je oor bljft hangen, maar waar je niet echt prijs op stelt? :-)
Net zoals bij alle insecten kan er altijd wel eens iets kriebeligs in je oor kruipen, maar een oor is te warm en te droog voor een oorworm; hij zal er niet graag blijven logeren. Het is en blijft een hardnekkige en spannende kippenvelfabel.

Bron 1, Bron 2

Forficula auricularia – common earwig – Gemeiner Ohrwurm – Forficule – Vanlig saksedyr – Forfecchia – Skorek pospolity – Vanlig tvestjärt – Kulağakaçan