Zomers november (17)

Het lijken toch echt zomerse foto’s die ik hier heb geplaatst, maar ze zijn van deze week. Nou ja, ik liep ook zonder jas. Dit had ik echter niet verwacht toen ik het veld inging om wat herfsttaferelen vast te leggen. Ik wist dat er gemaaid was maar ik was op zoek naar eikels en bladeren en misschien een paddestoel. Mijn verbazing was groot toen ik de drukte op een enkele bos fluitenkruid aan de ongemaaide zoomrand zag. Tenminste ik denk dat het fluitenkruid is, ben niet zo best in het herkennen van wilde planten. Ik ben er niet meer weggegaan. Wat nou herfst?

Dit is een sluipvlieg, een weinig behaarde soort. Hij valt op door zijn opstaande getekende vleugels. Algemene vlieg, maar mijn eerste keer.
Misschien onnodig om te vermelden, maar alles is te vergroten door te klikken. (Click to enlarge.)

Ectophasia crassipennis

☘️

Ook was de woeste sluipvlieg van de partij, het blijft een indrukwekkende vlieg.
Ik moest even uitzoeken hoe ik met de belichting om moest gaan. Het is heel anders met zo’n lage zon op stralend witte bloemen.
De foto’s zijn allemaal iets overbelicht, maar ik kon er wel mee naar huis gaan, vond ik.

☘️

Maar wat mij het meest verbaasde, is dat er ook nog een aantal bijen aanwezig waren. Zandbijen en groefbijen.
Een grasbij, denk ik, was de grootste van het stel.

☘️

Nog een solitaire wilde bij. Een roodgatje?

☘️

Het is een hele serie geworden, maar die kans kon ik toch ook niet zomaar voorbij laten gaan.

☘️

Ik ben benieuwd wanneer het winter wordt…

☘️

_

Advertenties

Woeste sluipvlieg

In 3 foto’s.

‘Eén van de algemeenste sluipvliegsoorten in de Benelux is de woeste sluipvlieg. Maar het is een problematische soort, want er zijn er twee. Ze lijken op elkaar als twee druppels water. Lange tijd is gedacht dat je ze uit elkaar kon houden door te kijken naar de zwarte streep over het achterlijf. Bij Tachina magnicornis zou die streep breder zijn dan bij Tachina fera. Maar door de genitaliën te bestuderen heeft men vastgesteld dat dat lang niet altijd op gaat. Ook is de kleur van de pootjes bij beide soorten soms variabel. Wel zit er verschil in de antennes, maar dat valt op foto’s zelden te zien. Zonder genitaalonderzoek zul je het dus altijd moeten houden op Tachina fera of Tachina magnicornis. En ben je in Zuidelijk Europa, dan komen daar nog andere sterk gelijkende soorten bij! Overigens is Tachina magnicornis in West Europa veel zeldzamer dan Tachina fera. De laatste parasiteert op enkele grotere uilen, zoals de hyena. De ontwikkeling gaat razend snel: 10 dagen nadat het ei is gelegd kan er al een nieuwe vlieg verschijnen!’
– Tekst: Gardensafari

‘De vlieg wordt ongeveer 9 tot 16 millimeter lang, en is te herkennen aan het geeloranje achterlijf met in het midden een brede, zwarte streep. De achterlijfspunt is lichter en tegen het borststuk is een dunnere zwarte rand aanwezig. Voor het borststuk zit een opvallend, oranjerood en glanzend ‘bultje’ dat postscutellum heet. De achterzijde van de kop is fijn behaard, de ogen zijn rood van kleur. Het borststuk is grijsbruin en over het hele lichaam zit een niet erg dichte maar wel lange, zwarte en borstelige beharing, een kenmerk van veel sluipvliegen. Aan de wilde beharing heeft deze soort zijn naam te danken.’
– Tekst: Wikipedia.

‘Sluipvliegen leggen hun eitjes in of bij de larven van andere insecten. De sluipvlieglarve eet vervolgens de andere larve op. Er zijn heel veel sluipvliegsoorten (alleen al in de Benelux meer dan driehonderd!) en en elke soort is op bepaalde insectensoorten gespecialiseerd.’
Tekst: Gardensafari.

☘️

_