Autographa gamma

De gamma-uiltjes zijn nu in de meerderheid in tuin en omgeving; overal waar nectar te vinden is. Ze vliegen zowel overdag als ’s nachts.
Het zijn er ontzettend veel dit jaar. In Nederland kunnen in augustus en september in sommige jaren grote populaties ontstaan. Daar hoort dit jaar zeker bij.
Het zijn kleine vliegensvlugge fladderaars die met heftig trillende vleugels nectar zuigen en die met gemak uit beeld vliegen. Met geduld en veel geluk heb ik er toch een aantal weten te fotograferen.
In Nederland en België is de gamma-uil een trekvlinder omdat hij in een natuurlijke koude omgeving niet in staat is om te overwinteren. Maar in zachte winters wordt hij soms waargenomen als volgroeide rups of pop.
De gamma-uil heeft in het midden van de voorvleugel een geelwitte gamma, waardoor hij goed herkenbaar is. Vanwege de gammavormige tekening, die veel weg heeft van een pistool, heeft de vlinder de bijnaam Pistooltje gekregen.

Bron (en meer informatie) op: Vlindernet en Wikipedia.
Klik voor galerij en om te vergroten.

           


 
 

Bruine winterjuffer, sympecma fusca

De mooie zomerochtenden nodigen uit om de eerste kop koffie in de tuin te drinken. Er vloog meteen al iets langs me heen, een 3 cm groot vliegend strootje, om vervolgens in de schaduw op de toverhazelaar te landen. Het was een vrouwelijke, jonge bruine winterjuffer. Een pantserjuffer. Mijn camera snel van tafel gehaald en ingesteld om het diertje goed te kunnen laten zien. Het bleef gelukkig onverstoord.
De bruine winterjuffer en de zeldzame noordse winterjuffer brengen de winter door als libelle terwijl de andere soorten dan alleen als ei of larve aanwezig zijn. Een temperatuur tot 15 graden onder nul kunnen ze gemakkelijk overleven door een soort antivries in hun lichaam.
Door hun overwintering kunnen bruine winterjuffers, samen met de noordse winterjuffer, tot wel tien maanden oud worden, wat uitzonderlijk is voor een Europese libelle.

De voortplanting is in april en mei. De jonge winterjuffers komen tevoorschijn vanaf de nazomer en vliegen tot in de herfst. Elk jaar zijn er dus twee generaties te zien, een in het vroege voorjaar en een in de zomer. In de zomermaanden, wanneer andere libellensoorten boven water volop actief zijn, leven winterjuffers als larve onder water.
De bruine winterjuffer is bruin met brons gekleurd, met een groene glans in het kersverse volwassen imago, en plooit in rusthouding de vleugels over het achterlijf zoals de meeste juffers, maar met beide vleugels strak tegen elkaar aan een zijde. De andere pantserjuffers houden hun vleugels altijd half gespreid.
De afgelopen jaren is de bruine winterjuffer sterk aan het uitbreiden. Inmiddels is de soort verspreid over het land te zien, het meest in het zuiden.
Een prachtig diertje; bijna onopvallend in de natuurlijke omgeving.

 

Waarneming: 22 juli 2013 07.21u in Zuid-Limburg
Bron: Libellennet, Wikipedia en Natuurbericht, waar je ook meer informatie kunt vinden.

Blomsterphoto Sympecma fusca Soli2013
 
 

Amphimallon solstitiale, junikever

 

Dit is de junikever die als volwassen kever vanaf juni te zien is, vandaar ook de naam. Ik vond hem aan een bloemstengel van de ooievaarsbek; die druk bezocht werd door bijen en zweefvliegen. En tussen die drukte viel hij op door zijn rust zodat ik hem aan alle kanten kon bekijken en fotograferen.

Het uitvliegen gebeurt op een warme dag na zonsondergang, op zoek naar een partner met wie hij op een rustig grasveldje kan paren voordat hij weer in dichte bodemvegetatie verdwijnt. Het vrouwtje kruipt dan vrij snel onder de grond om haar eieren te leggen. De larven leven ondergronds en voeden zich met plantenwortels, vooral graswortels. Na twee tot drie jaar zijn ze ontwikkeld en vindt de verpopping plaats. Ze komen dan uit hun ondergronds verblijf, in juni. Maar bij een heel koude lente, zoals we nu ervaren hebben, kan het rustig half juli worden. De volwassen kevers eten van bladeren uit verschillende loofbomen.

Amphimallon solstitiale, Blomsterphoto_Soli2013

Amphimallon solstitiale, Blomsterphoto_Soli2013

Amphimallon solstitiale, Blomsterphoto_Soli2013

Amphimallon solstitiale, Blomsterphoto_Soli2013
 
 

You can find the colors on the next leaf

 

Dit is een wants, de kleurrijke Rode halsbandwants, Deraeocoris ruber. Er bestaat ook een donkere variant maar kreeg ik nog niet voor mijn lens. De Rode halsbandwants komt uit de groep van de blindwantsen die een van de grootste wantsenfamilies van Europa is.
De naam blindwants is te danken aan het feit dat de ocelli bij deze wantsen ontbreken. Ocelli zijn puntoogjes, kleine, primitieve oogjes, die de meeste andere wantsen wel hebben.
De blindwantsen zijn ook vaak wat kleurrijker en hebben langere antennes. Deze kleine diertjes worden overwegend tussen de 3 en de 6 mm groot. Een enkele keer 8 mm, maar de 10 mm halen ze nooit. Dit prachtexemplaar zat op de top van een buxusblad, zodat je een indicatie van de werkelijke grootte krijgt.
De meeste blindwantsen zijn eivormig en zuigen vrijwel allemaal hun voedingstoffen uit planten, maar de Deraeocoris ruber is een rover en haalt zijn voedsel juist uit kleine insecten.

Blomsterphoto Deraeocoris ruber Soli 2013

Toen ik informatie zocht, op Soortenbank, Gardensafari en de Engelstalige Wikipedia, bleek ik ook de nimf, de jonge Deraeocoris ruber, gefotografeerd te hebben. Hij zat nog in mijn fotoarchief omdat ik vrijwel alleen plaats als ik ook de naam achterhaald heb. De nimf heb ik eind juni gefotografeerd, rond het middaguur. De jonge wants bewoog zich snel in de schaduw op het blad van de toverhazelaar.

Blomsterphoto, Deraeocoris ruber,  Nymph, Soli 2013