Schrikken

Dat was schrikken toen ik de tuinkast opendeed om grotere bloempotten te pakken voor de tomatenplanten. Er vloog ineens van alles op me af en hoewel ik in eerste instantie niet goed zag wat het was, wist ik dat dit wespen waren. En als ik het toen nóg niet had geweten, maakte een venijnige steek in mijn hand dit wel duidelijk. Gelukkig de enige steek.
Achter de bloempotten die ik had weggenomen, bleek een wespennest te zitten, wat groter dan een tennisbal. Nog niet zo groot dus, maar dat wordt het wel als we niks doen. De tuinkast staat achter de keukendeur en de tuintafel is ook te dichtbij. We zitten in de nesten straks. Het druist tegen mijn gevoel in om te gaan bestrijden, wespen zijn nuttige dieren, maar donderdag komt een wespennestmeneer, hij schijnt het vreselijk druk te hebben…

De foto is wat korrelig, ik heb nog nooit in een kast gefotografeerd en stond ook op gepaste afstand. Ik heb verschillende instellingen geprobeerd waarvan dit de beste poging was. Van vogelkast naar wespenkast; het is weer eens wat anders.

Dit zijn sociale wespen, papierwespen, de bekendste soort onder de wespen. Het nest lijkt van papier te zijn gemaakt, daaraan danken deze wespen hun naam. Het nest is van houtvezels gebouwd. Doordat de wespen de vezels fijnkauwen en in dunne laagjes aanbrengen, lijkt het papier.

Sociale wespen bestaan uit een volk met een koningin en een aantal werksters. Een volk leeft maar één jaar en sterft aan het begin van de winter zodra het gaat vriezen. Aan het eind van de zomer, in augustus of september, worden er uit enkele tientallen bevruchte eitjes koninginnen en uit onbevruchte eitjes mannetjes geboren. De koninginnenlarven krijgen speciaal hormoonrijk voedsel waardoor uit gewoon bevruchte eitjes koninginnen ontstaan. Dit hormoon wordt door speciale klieren in de kop van de werksters gemaakt. De mannetjes zijn 15 mm lang en hebben langere antennes dan de werksters. Ze sterven vrijwel direct na de paring. Na paring met meerdere mannetjes overwinteren de jonge koninginnen in scheuren, vermolmd hout, onder de schors van een boom, onder mos of op andere beschutte plaatsen, zoals in schuren, muurholten, spouwmuren of onder een dak. De koningin kan in haar winterslaap probleemloos bevriezen en ontwaakt pas als zij boven een bepaalde temperatuur komt, die pas in het voorjaar wordt bereikt. In het voorjaar bouwt de jonge koningin een nieuw nest. De tamelijk grote wespen (20 mm) die in het vroege voorjaar te zien zijn, zijn dus altijd de jonge koninginnen. Deze koninginnen voeden zich in het begin met nectar, en stuifmeel en indien aanwezig ook honingdauw.
De koningin bouwt de eerst vijf tot tien cellen zelf en legt daar een bevrucht eitje in. Het sperma, van meerdere mannetjes, dat nodig is voor de bevruchting draagt de jonge koningin vanaf de paring mee in een spermatheca. Daarnaast heeft de koningin ook een gifklier en gifblaas verbonden aan haar angel. De koningin kan dus zowel eieren leggen als steken.
Onder de papierwespen, Vespinae, in Europa behoren onder andere: De hoornaar (Vespa crabro), de gewone wesp (Vespula vulgaris), de Duitse wesp (Vespula germanica), de middelste wesp (Dolichovespula media), de rode wesp (Vespula rufa), de boswesp (Dolichovespula silvestris), de Saksische wesp (Dolichovespula saxonica) en de Noorse wesp (Dolichovespula norwegica).
Vooral de Duitse wesp en de gewone wesp zorgen voor het slechte imago dat wespen hebben. Deze twee soorten, ook wel steekwespen of limonadewespen genoemd, komen op zoetigheid af, waardoor mensen ze lastig vinden. Ze hebben de grootste volken. De Duitse wesp heeft 1000-7000 en soms meer werksters per volk; de gewone wesp 1000-5000 maar soms ook meer. Bij 7000 werksters heeft het nest de omvang van een opgeblazen vuilniszak. De hoornaar heeft 100-700 werksters per volk en de andere hierboven genoemde wespen hebben 100-200 werksters.

Bron: Wikipedia

☘️

_

Advertenties

Wintersnuiter

In 5 foto’s.
Heerlijk om de merels weer in de tuin te zien, daar keek ik naar tot er een vreemde snuiter tussenkwam, ietsje groter dan de merels en ze verjoeg.  Jullie zullen deze vogel natuurlijk meteen herkennen, maar ik had hem nog nooit in de tuin gezien. Deze vogel komt net zoals de merels uit de familie lijsters en scharrelt al een dag of wat in de tuin, smullend van de appeltjes. Is dit nou een kramsvogel?

 

2018 – Zoom – Vogel – Kramsvogel – Turdus pilaris – Fieldfare – Vliegenvangers (Muscicapidae) – Natuur – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Soli

_

Winterbloesemwandeling

 

De katten doen aan winterslaap. Maar het was heerlijk buiten. Voor een bloesemwandeling hoef je echt niet tot de lente te wachten :-) In 3 foto’s.

 

☘️

2018 – fotografie – Winterbloesem – Sneeuw – Vorst – Japanse sierkers – Bomen – Frisse wandeling – Natuur – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – Soli

_

Herfstengel

Een groepje bundelzwammen, Genus Pholiota, groeiend op een schaduwplek op verbrand, oud, paalhout. De eerste paddenstoelen op dit hout en mijn eerste foto van dit jaar van paddenstoelen.
Ik sla ze meestal over omdat ik er bijster weinig, eigenlijk helemaal niks, van af weet. Maar met zo’n toekijkende putto-engel op de achtergrond moest dit beeld gemaakt.
Misschien is dit de stoffige bundelzwam, Pholiota conissans, maar ik weet het zeker niet beter, dus corrigeer mij gerust.

☘️

2017 – fotografie – paddenstoelen – bundelzwammen – Putto – schaduw – natuur – verbrand hout – Panasonic Lumix DMC-FZ200 – herfst – Soli

_

Springbalsemien, 2 foto’s

Voor kinderen is het zaad geweldig, van de eenjarige reuzenbalsemien of springbalsemien die behoorlijk hoog kan worden. Mijn kleindochter zag de planten op deze zonnige herfstdagen voor het eerst en was niet meer te houden bij de peervormige zaadvruchten. De rijpe zaaddoosjes rollen zich in 5 delen op en de zaden schieten alle kanten op. Ze ontploffen als het ware als je ze aanraakt, of leuker nog, ze in je handen sluit. Knal!
Dat springen gaat behoorlijk krachtig met vaak schrik tot gevolg.  Je handen gaan er helemaal zoet van ruiken, lekker hoor.
De kruidachtige plant wordt ook wel buurmansverdriet genoemd als je hem in de tuin hebt staan, juist omdat het zaad ver weg springt en zich zo gemakkelijk naar andere tuinen verspreidt. In de tuin wordt hij niet zo hoog en is gemakkelijk uit te trekken.
Springbalsemien, Impatiens glandulifera, is een goede voedselplant voor bijen en hommels, de planten produceren veel nectar in een periode dat er weinig andere drachtplanten bloeien. Hij groeit overal waar het een beetje vochtig is, maar groeit zeer weelderig in de buurt van water en dat is meteen een probleem.
Want…
deze vertrouwde plant (een exoot, afkomstig uit de Himalaya en vanuit Noord-India geïntroduceerd in Europa als orchidee-achtige sierplant) is gaan verwilderen als invasieve soort. De snelle groeier, met hoge vertakking, verdringt andere inheemse planten om licht, ruimte en voedsel. Als echter een oever alleen maar is begroeid met springbalsemien, blijft na het afsterven een kale oever over en is de kans op erosie erg groot. En daarom blijkt de springbalsemien nu op de Unielijst te staan, als ongewenst in de hele EU. Op deze zwarte lijst staan soorten die niet uit Europa komen en die de oorspronkelijke flora en fauna verdringen of economische schade veroorzaken.
Ik begrijp het wel, maar het voelt ook als spijtig. De bijen en hommels hebben het al moeilijk en de bloeiende reuzenbalsemien is prachtig om te zien. Het is nauwelijks voor te stellen dat deze plant uit het natuurbeeld van West-Europa gaat verdwijnen…

Bron: Wikipedia en Bijenclub

Dit zijn de bloemen en de zaadvruchten van de springbalsemien

En dit is zo’n opengesprongen zaadvrucht dat zich in 5 delen oprolt. Een kunstwerk!

 
 

Beleving

Twee keer per week geef ik extra taalondersteuning aan groep zes. En ze zijn intussen wel van mij gewend dat ik wat natuur op tafel leg.
Ik ga met twee kinderen schrijfoefeningen doen. Bij sommigen gaat dat nog niet zo goed en ze worden er geagiteerd van, met dwars gedrag als gevolg. Nieuwsgierig kijken ze naar het bergje kastanjes.
Wat is dat?
Dat zijn kastanjes.
Kastanjes? Komt daar een bloem uit? Wat? Een boom? Echt?

Ze zijn perplex, ik ook. En ik voel de enorme beperking van de binnenruimte.

– Ik stopte ze vroeger in mijn zak, dan kon ik ze steeds even aanraken. Een rijkdom was het. De poppetjes die we er thuis en op school van maakten, met cocktailprikkers, konden me minder bekoren en die stekelvarkens al helemaal niet. De zachtheid weg en niks meer aan als ze op de kast stonden te verstoffen en inkrompen na verloop van tijd. Ik hield ze liever bij me om de verrassing steeds opnieuw te voelen –

Neem er maar eens een, mooi hè? Voel je de vorm, hard en toch zo zacht? Misschien kun je een kastanje in je hand houden om je te helpen bij je concentratie.
Ze zoeken de mooiste kastanje uit om vast te houden en gaan schrijven. Moeizame letters, binnen de lijntjes; ingewikkeld dat sommige letters juist weer langer moeten. De K van Kastanje. De F van fluisteren. De W van wiebelen. De kastanjes in hun gesloten vuist.
Tien minuten is heel lang voor ze, maar ze werken zeer geconcentreerd en ik bewonder. Af en toe vliegt er een letter uit de bocht, de trap af, de gang uit, daar moeten we om lachen, en gewillig doen ze die opnieuw.
Hartstikke goed je best gedaan, zeg ik.
Het helpt echt, zegt Y. verbaasd. Mogen we er een meenemen omdat we zo goed gewerkt hebben? Dat mag. Zo blij met een simpele traktatie.
Ze wisten niet wat een kastanje was. Nu wel. Het is nooit te vroeg of te laat om een kastanje te ontdekken. En er komt niet alleen een boom uit…

 

Systeem

   Sy ’t haar gebalde buik
   die afgrond toevertrou
   en kan nie terugkatrol
   maar moet al sneller sak
   al radeloser tol
   tot waar die besemstruik
   in oker skuim oopvou.
Zij heeft haar gebalde buik
de afgrond toevertrouwd
en kan niet terugkatrollen
maar moet al sneller zakken
steeds radelozer tol
tot waar de bezemstruik
in oker schuim ontvouwt.
   Met lig wat sy ontlas
   ryg sy die blare vas
   en koppel tak aan tak.
   Sy span vanaf die spil
   tien speke in ’n straal
   en trek haar dun patroon
   – die silwer dekagoon –
   in spreiende spiraal
   tot alles snaarstyf tril.
Met licht dat zij ontlast
rijgt zij de bladeren vast
en koppelt tak aan tak.
Zij spant vanaf de spil
tien spaken in een straal
en trekt haar fijn patroon
– de zilveren decagoon –
in uitbreidend spiraal
tot alles snaarvast trilt.
   Sy strik die laatste knoop
   en krimp bedees opsy,
   geledig deur die vlyt.
Zij strikt de laatste knoop
en wijkt bedeesd opzij
geledigd door de vlijt.
   Kyk – op haar rug die kruis
   van barmhartigheid
   wat elke argwaan stil.
Kijk – op haar rug het kruis
van barmhartigheid
dat elke argwaan stilt.
   Maar as die raamwerk ril
   sal sy elektries gly –
   ’n aarsellose oop
   agtvingerige vuis.
maar als het raamwerk rilt
zal zij elektrisch glijden –
’n aarzelloze open
achtvingerige vuist.








   Gedicht Sisteem van Elisabeth Eybers, Balance, Amsterdam, Querido 1963
   Vertaling Dianne Soli 2017