Sentiment

Je gelooft het misschien niet, maar de koninginnenpage zag ik voor het laatst toen ik kind was.
In de voortuin toch? zegt J.
Heb ik niet gezien.

Buurvrouw roept. Er zit een koninginnenpage bij haar in de tuin. De koffie smaakt, daar niet van, maar de koninginnenpage is allang gevlogen, nog voor ik de deurbel heb aangeraakt.

Het was zo gewoon die grote vlinders in de vlinderstruik. Ik nam ze waar, maar nam ze niet in mij op. Ze hoorden bij de zomer als de vertrouwdheid die amper kan verrassen.
De grote, gevulde zinken teil hoorde ook bij de zomer op de heetste dagen waarin we wilden verkoelen. (Het plastic bad kwam met mijn broertje, maar dat raakte lek.) Mijn zusje en ik zaten met de knieën tegen elkaar. In het midden een stuk tuinslang waar we in bliezen zodat er grote bubbels opgeduwd werden, een feest voor de huid; de bubbels kriebelden en aaiden omhoog tot we duizelden.
De geuren van de bloeiende ligusterhaag, gemaaid gras en het gemorste water op de warme aarde staan beter in mijn geheugen gegrift dan de vlinders in de tuin. En het was een feest van vlinders, dat weet ik zeker, want ik heb ze gezien toen ik niet echt keek. In mijn ooghoek. Boven mijn hoofd. Voorbij de bubbels. Tot ze verdwenen.

Het is raar, maar sindsdien hield de koninginnenpage zich voor mij verstopt. Misschien keek ik teveel naar beneden en kijk ik nu meer omhoog. En terwijl ik naar de bloesem van de vlinderstruik kijk, hoor ik hoe ik de lucht zuigend inadem, hoe die stokt in mijn keel en zich doodstil loslaat uit mijn neus. Daar boven mij, in de vlinderstruik zit een koninginnenpage. Blijf zitten, zeg ik bezwerend in mijn hoofd, en loop behoedzaam naar binnen en net zo behoedzaam naar buiten met de camera. Hij zit er nog, ik had het niet verwacht. Hij zit helaas te hoog. Maar ik kijk en geniet. Dan gaat hij iets lager zitten en ik voel me het kind dat toen niet keek en iets in te halen heeft.
Het is het einde van zijn zomer. De vleugels zijn stuk, maar hij fladdert met mij naar een compleet stuk uit mijn jeugd.

Koninginnenpage – Papilio machaon – Old World swallowtail – Schwalbenschwanz – Machaon – Paź królowej – Makaonfjäril – Svalestjert – Ritariperhonen

☘️

Informatie Koninginnenpage – Natuurpunt


Met dank voor het kijken en tot ziens,
Dianne

_

Harig

☘️

Look what the cat brought in… In dit geval was het niet de kat, maar de hond die een tak naar de tuin had gesleept. Kleindochter L. ontdekte de rups die van het gesleep geen last heeft gehad, hopen we. Hij zat mooi op de top. De naam is wel heel toepasselijk: plakker.

Klik op de foto voor een scherpere weergave.

2019 – Plakker – Rups – Lymantria dispar – Lymantriinae – spinneruilen (EREBIDAE) – Soli 2019 – Macro

☘️

☘️

De rupsen kunnen tot 7 cm lang worden en zijn zeer variabel van kleur. Meestal hebben ze een grijze grondkleur en een geelachtige lijntekening. Op de eerste vijf segmenten zitten meestal twee blauwe en op de achterste zes twee rode rugwratten. De kop is licht geelbruin met op de voorzijde twee zwarte strepen. Ze verpoppen in een los spinsel in bastspleten van een boom of onder een steen. De rupsen leven van een groot aantal soorten loofbomen en struiken, zoals zomereik, ratelpopulier, boswilg, winterlinde, eenstijlige meidoorn, wilde appel en lijsterbes. Ook komt de rups in boomgaarden voor.
Brontekst (link): Wikipedia

_

Vlinders

In dit blog:
✓ Metaalvlinder ✓ Vijfvlek-sint-jansvlinder ✓ Sint-jansvlinder ✓ Bonte beer ✓ Dambordje ✓ Koevinkje ✓ Hooibeestje ✓ Tweekleurig hooibeestje ✓ Bruin zandoogje ✓ Dwergblauwtje ✓Gouden langsprietmot ✓ Dwergdikkopje ✓ Groot dikkopje ✓ Zwartsprietdikkopje

Ik zou ze bij ons in Zuid-Limburg kunnen aantreffen, deze dag- en nachtvlinders. Maar ik vond ze in de Eifel, op nog geen anderhalf uur van ons huis, tijdens een tweedaags bezoek aan vrienden. Helaas betrokken en winderig weer, maar vlinders op elke bloem als maar even de zon doorbrak. Heel voorzichtig heb ik de bloemen proberen stil te houden met een hand om met de andere hand te kunnen fotograferen. Sommige vlinders zijn hier zeldzaam tot zeer zeldzaam, maar in de Eifel is van die zeldzaamheid geen sprake. Ik heb zeker nog een aantal vlinders gemist vanwege het bewolkte koele weer, maar onze vrienden zullen het beslist niet erg vinden om nog eens een keer met mij en J. het veld in te gaan.

  • Metaalvlinder Adscita statices
  • De metaalvlinder is een nachtvlinder die dagactief is. Hij komt uit de familie bloeddrupjes (ZYGAENIDAE). Het is een kleine vlinder met een vleugellengte van 12 tot 16 millimeter. Metaalvlinders komen plaatselijk algemeen voor op niet te droge zandgronden. Ze bezoeken meestal de bloemen in open terreinen, vooral ruig grasland.



  • Vijfvlek-sint-jansvlinder Zygaena trifolii
  • Ook de vijfvlek-sint- jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder die uit de familie bloeddrupjes komt. Zijn leefgebied is matig vochtige zandgrond. De vlinder is gevoelig voor maaien op het verkeerde moment.



  • Sint-jansvlinder Zygaena filipendulae
  • Zoveel bloeddrupjesfamilie op een plek, want ook de sint-jansvlinder hoort bij deze dagactieve nachtvlinders. Meestal is de tekening van de sint-jansvlinder zwart met rood , maar soms zijn de vlekken en achtervleugels geel.



  • Bonte beer Callimorpha dominula
  • Een beetje verscholen vanwege het sombere weer zat deze bonte beer. Een dagactieve nachtvlinder uit de familie spinneruilen, onderfamilie beeruilen. De vlinder heeft een spanwijdte van 45 tot 55 millimeter. In Limburg en soms daarbuiten wordt deze vlinder wel eens aangetroffen. De soort staat op de gevoelige lijst.



  • Dambordje Melanargia galathea
  • Het dambordje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s. Het is een zeer zeldzame onregelmatige standvlinder. Af en toe worden er wel eens zwervers aangetroffen in Zuid-Limburg. Het dambordje heeft een voorkeur voor droge graslanden. De tekening op de vleugels lijkt enigszins op een dambord.



  • Koevinkje Aphantopus hyperantus
  • Het koevinkje is een dagvlinder uit de familie aurelia’s waaronder ook de zandoogjes vallen. Je komt hem onder andere vaak tegen op halfnatuurlijke graslanden, randen met struiken, open plekken en bloemrijke gebieden langs rivieren. Het koevinkje zoekt op hete dagen graag de schaduw op, net zoals de koeien. Vink is een oude benaming voor een aantal vlinders. Het koevinkje vliegt ook op bewolkte dagen en zelfs met lichte regen.



  • Hooibeestje Coenonympha pamphilus
  • Het hooibeestje is een kleine standvlinder. De mannetjes bezetten een territorium en maken patrouillevluchten.
    Het hooibeestje is een slechte vlieger en daardoor vaak laag boven het maaiveld te zien. De vlinders leven in grasland met een niet te hoge vegetatie, bermen en heidegebieden.



  • Tweekleurig hooibeestje Coenonympha arcania
  • Ik heb ook het tweekleurig hooibeestje gefotografeerd, maar helaas zat die te ver verscholen en hebben mijn acrobatische toeren de foto bewogen. Toch hoort hij erbij. In Nederland is hij verdwenen. Hij is daar in 1988 voor het laatst gezien. Dichtstbijgelegen populaties zijn in de Ardennen en de Eifel. Het tweekleurig hooibeestje leeft in droge tot matig vochtige graslanden.



  • Bruin zandoogje Maniola jurtina
  • De dagvlinder bruin zandoogje houdt van matig voedselrijk grasland. De vlinder is niet kieskeurig in nectarplanten. Er is een generatie.



  • Dwergblauwtje Cupido minimus
  • Het dwergblauwtje is sinds 1984 als standvlinder uit Nederland verdwenen, maar wordt nog geregeld in het zuiden van Limburg waargenomen en plant zich daar incidenteel ook voort. Het dwergblauwtje heeft maar een beperkt leefgebied nodig, van zo’n 200 vierkante meter. Op zo’n gebied kan een kleine populatie zich jarenlang handhaven, mits er in de buurt vergelijkbare leefgebieden zijn.



  • Gouden langsprietmot Nemophora metallica
  • De gouden langsprietmot is een dagactieve inheemse micro nachtvlinder uit de familie Adelidae, de langsprietmotten. De spanwijdte bedraagt tussen de 16 en 20 millimeter. Beemdkroon is een belangrijke voedselplant voor deze zeldzamere soort. Ik kom hem vaker in de Eifel tegen.



  • Dwergdikkopje Thymelicus acteon
  • In Nederland kwam het dwergdikkopje aan het begin van de 20e eeuw op vrijwel alle kalkgraslanden voor.



  • Groot Dikkopje Ochlodes sylvanus
  • De dagvlinder groot dikkopje is een mobiele standvlinder die leeft in allerlei beschutte, vrij vochtige graslanden en ruigten.



  • Zwartsprietdikkopje Thymelicus lineola
  • Het zwartsprietdikkopje breidt zich uit, maar de aantallen vlinders op de vliegplaatsen nemen af. Deze dagvlinder komt voor op bloemrijke plaatsen en ruig grasland, zonnige wegbermen, meerjarig kruidenrijk grasland.



    Met dank aan:
    Hans en Marjan voor het logeren en de veldtocht,
    Nature observations online van Waarneming.nl voor het op naam brengen van de vlinders,
    De vlinderstichting en Wikipedia voor de informatie (bronnen).


    Dank voor de belangstelling en tot ziens,
    Groet, Dianne

    ☘️

    _

    Het is weer voorbij, die …

    Tijd vliegt. Het zomerseizoen voorbij. En gaf de ochtend van vandaag al een herfstige aanblik. Bij het sorteren van mijn foto’s heb ik eens gezocht naar een ultiem zomerbeeld. Denk dat dit dat wel waarmaakt…

    ☘️

    _

    Blauwtjes

    In 7 foto’s.

    Op zoek naar blauwtjes, kwam ik het icarusblauwtje, de kleine vuurvlinder en het boomblauwtje tegen. En nog een heleboel andere insecten. Maar in dit blog blijf ik graag bij de blauwtjes. Toen ik ze zag, ben ik er niet achter aan gaan lopen, maar in het gras gaan zitten tussen de distels en het knoopkruid. De ervaring leert dat alles vanzelf komt. En het kwam, gehavend en wel…

  • Klik om te vergroten. Click to enlarge
  • .

    Polyommatus icarus – Icarusblauwtje – Common blue – Hauhechel-Bläuling – Argus bleu – Almindelig blåfugl – Puktörneblåvinge – Modraszek ikar – Módračk

    Lycaena phlaeas – Kleine vuurvlinder – Small copper – Kleiner Feuerfalter – Cuivré commun – Lille ildfugl – Mindre guldvinge – Czerwończyk żarek – Copor bach

    Celastrina argiolus – Boomblauwtje – Holly blue – Faulbaum-Bläuling – Azuré des nerpruns – Vårblåvinge – Tosteblåvinge – Modraszek wieszczek – ルリシジミ

    ☘️

    _

    Basilicum

    is natuurlijk ook fantastisch lekker…

    Klik om te vergroten, click to enlarge

    – Zuringuil – Acronicta rumicis – Knot grass – Ampfer-Rindeneule – Noctuelle de la Patience – Syraftonfly – Syrekveldfly – Bidog y tafol – 🦋

    Rups – Caterpillar – Raupe – Chenille – Oruga – Bruco – Gąsienica – Fjärilslarv – Halene – Tırtıl – Maşot – Oobit – Hulat – Eruga – Housenka – Cruimh

    ☘️

    _

    Een bonte haardos

    In 6 foto’s.
    Bij deze snikhete dagen is het maar het beste om verkoeling te zoeken onder het gebladerte met wat fruit in bereik. Misschien houdt een flinke haardos ook wel heel koel. Het is een kleurrijke boel in de achtertuin en erg bont maakt dit diertje het niet op de rabarber en de frambozen.

    Je kijkt naar de rups van de witvlakvlinder, Orgyia antiqua, uit de familie spinneruilen. De witvlakvlinder is een algemeen voorkomende nachtvlinder die ook dagactief is. Overdag vliegen de mannetjes in zigzagvlucht op zoek naar de vrouwtjes, die overigens ongevleugeld zijn. De vrouwtjes zijn lichtgrijs, hebben een gezwollen lijf, een beetje zakvormig, met slechts vleugelstompjes. Daar kan ze niet mee vliegen. Zij dient alleen voor de voortplanting.
    Dit is een link naar de fotogalerij van de vlinderstichting. Je zit daar onder andere een foto van een ongevleugeld vrouwtje die na de paring haar eitjes aan de buitenkant van haar eigen cocon legt. Het vrouwtje zal daar haar hele korte leven blijven.
    De mannetjes hebben een harig lijf, roodbruine vleugels met een witte halvemaanvormige stip, ze hebben sterk geveerde antennen. De volwassen vlinders leven niet lang omdat ze zich niet meer voeden.


     

    De rupsen zijn spectaculair zoals je op de foto’s kunt zien. De haren kunnen irritatie van de huid veroorzaken als je ze zou oppakken. Ze zijn niet kieskeurig in voedsel, ze leven op veel bomen en struiken, zoals wilgen, prunus soorten, meidoorns, bramen en frambozen.
    Vrouwelijke rupsen eten een dag of tien langer en worden met een maximale lengte van 35 mm aanzienlijk groter. De mannetjes rupsen worden niet langer dan zo’n 25 mm. De vrouwelijke en mannelijke poppen zijn ook al verschillend in grootte. De volgroeide rupsen spinnen een losse cocon, vaak tussen bladeren of op een takje, waarin zij hun lichaamsharen verwerken. Binnenin de cocon verpoppen ze.

    Er zijn twee overlappende generaties, de eerste vlinders komen in juni, de tweede in september.
    Harige rupsen worden meestal niet door vogels gegeten met uitzondering van de koekoek, die is gespecialiseerd in harige rupsen. Vijanden van de rupsen zijn o.a. loopkevers (Carabidae), parasitaire wespen zoals schildwespen, maar ook sluipvliegen, waarvan de larven zich in het lichaam van de rups ontwikkelen. De rupsen zijn als ze jonger zijn feller gekleurd dan meer volgroeide rupsen. Bijzonder hierbij is dat meer gekleurde rupsen moeilijker voor vogels op te sporen zijn. Maar wat is het nut dan als ze groter worden en dus minder gekleurd, vraag ik mij af? Dan moeten ze zich haasten om een cocon te bouwen.

    Bron:

  • De Vlinderstichting
  • Dier en natuur info.nu
  • ☘️

    _